Recente media aandacht voor vgv in Nederland: de feiten
In reactie op alle recente media-aandacht zet Pharos hieronder een aantal feitelijke zaken ten aanzien van vrouwelijke genitale verminking (vgv) in Nederland uiteen. De aanpak van vgv loopt langs twee sporen, te weten preventie (vroegsignalering, voorlichting, training, ketensamenwerking) en wetshandhaving.

Preventie
De preventieactiviteiten dienen enerzijds om bij risicogroepen zelf een collectief gedragen gedragsverandering te bewerkstelligen. Anderzijds zijn ze gericht op het vergroten van het urgentiebesef bij alle partijen die met dit onderwerp in aanraking komen. Te denken valt aan medici, verloskundigen, jeugdartsen, AMK’s (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling), Raden van de Kinderbescherming en anderen (integrale ketenaanpak). Het preventietraject is een intensieve samenwerking tussen Pharos, FSAN (Federatie van Somalische Associaties Nederland) en de GGD-en van de zes pilotgemeenten.

Resultaten evaluatierapport
Uit het B&A evaluatierapport komt naar voren dat de preventieve aanpak zijn vruchten lijkt af te werpen.

Professionals binnen de JGZ keten:
- zijn getraind;
- gebruiken een gespreksprotocol;
- kunnen gebruikmaken van een waarschuwingsbrief 1 die betreffende families als hulpinstrument kunnen meenemen naar land van herkomst;
- kennen de mogelijkheden om te registreren.

Zelforganisaties en sleutelpersonen uit de risicogroep:
- spreken zich expliciet uit tegen vgv;
- werken goed en intensief samen met de ketenpartners;
- zijn getraind en geven voorlichting over vgv en de strafbaarheid binnen Nederland aan de eigen gemeenschap;
- plaatsen vgv binnen en bestrijden het vanuit het kader van mensenrechten, gezondheid, gender-machtsverhoudingen, empowerment en emancipatie;
- geven voorlichting binnen de eigen gemeenschap;
FSAN speelt hierin een essentiële rol.

Voorts dient ook gemeld te worden dat veel risicolanden zelf al uitgebreide voorlichtingscampagnes organiseren, gericht op het uitbannen van vgv. De kennis en ervaring die daarbij wordt opgedaan, wordt tevens door Pharos ingezet bij de activiteiten in Nederland. Op 6 februari 2009, de internationale dag tegen vgv, organiseert het Platform 6/2 in Utrecht een conferentie over wat er is bereikt zowel nationaal als internationaal.  Meer informatie over de conferentie.

Wetshandhaving
Preventie kan niet zonder wetshandhaving. In 1993 heeft de regering het standpunt ingenomen dat alle vormen van vgv verboden zijn. Gevallen van (vermoedelijke of dreigende) vgv moeten zo snel mogelijk (al dan niet anoniem) worden gemeld. De AMK’s zijn hiervoor de aangewezen instantie. Uit onderzoek blijkt dat op dit terrein nog veel moet gebeuren. Het aantal aangiften kan echter geen maatstaf zijn voor het wel of niet slagen van preventieactiviteiten want er is geen rechtstreeks verband.

Pharos gaat samen met FSAN en mensen uit zelforganisaties een project uitvoeren om de aangiftebereidheid binnen de eigen gemeenschap maar ook bij de professionals te vergroten. Als er een melding bij het AMK binnen is, dient adequate aandacht besteed te worden aan het opvolgen ervan. Pharos heeft hiervoor een handelingsprotocol ontwikkeld.

Prevalentie: cijfers
Hoe vaak meisjes in Nederland worden besneden, is onduidelijk. Een beperkt onderzoek van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in 2005 kwam uit op 50 meisjes per jaar.
In de media worden ook andere cijfers genoemd die echter niet zijn onderbouwd. Een degelijk prevalentie-onderzoek is daarom noodzakelijk om beleidseffecten goed te kunnen meten.

Vervolgontwikkelingen
Alle betrokken partijen van de pilot constateren dat het project van de afgelopen drie jaar al veel heeft opgeleverd. Met de inzichten die opgedaan zijn in de pilot zullen belangrijke vervolgstappen worden gemaakt. Begin 2009 zullen alle betrokken partijen dit verder gezamenlijk uitwerken. Hierbij wordt aandacht besteed aan:
- het verder ontwikkelen van het urgentiebesef bij alle ketenpartners;
- de structurele borging in beleid;
- de doorontwikkeling van de justitiële aanpak;
- de medische en psychosociale zorg voor reeds besneden vrouwen;
- de noodzaak van prevalentie-onderzoek.

1 In Nederland krijgen mensen uit de risicogroepen, die afreizen naar het land van herkomst, een brief mee waarin uitgelegd wordt dat vgv in Nederland strafbaar is, ook indien vgv plaatsvindt buiten Nederland. Deze brief heeft een waarschuwend karakter. In Frankrijk wordt een soortgelijk document gebruikt. Echter gaat men een stap verder door de familie in kwestie het document te laten ondertekenen, en zich daarmee te verplichten het kind onbesneden terug te laten keren. Het document wordt op verzoek van de familie zelf verstrekt.

Volg ons via
Print!
Sluit venster!