| PICUM, het Platform voor Internationale Samenwerking op het gebied van migranten zonder papieren organiseerde een internationale conferentie in Brussel op 22 en 23 januari 2009. Picum stelt zich tot doel het respect voor de rechten van migranten zonder verblijfsvergunning die in Europa verblijven te bevorderen. De conferentie werd georganiseerd in het kader van het Europese project, getiteld ‘Fighting discrimination-based violence against undocumented children in Europe’. Dit
project, medegefinancierd in het kader van het DAPHNE-programma van de Europese Commissie, richt zich op discriminatie op basis van geweld tegen ongedocumenteerde kinderen op het gebied van gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs in negen EU lidstaten: België, Frankrijk, Hongarije, Italië, Malta, Nederland, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
Kinderen zonder papieren in Europa
In de afgelopen paar jaar werd er door Picum waargenomen dat de rechten voor ongedocumenteerde kinderen steeds meer worden uitgehold. In bijna alle EU-lidstaten werd een algemeen gebrek aan bescherming van ongedocumenteerde kinderen waargenomen en de verslechtering van deze situatie werd aangegeven door maatschappelijke organisaties en instellingen.
De algemene doelstelling van het project is het versterken van de bescherming van ongedocumenteerde kinderen tegen ‘geweld op basis van discriminatie’ op het gebied van toegang tot huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. Dit doel zal worden bereikt door het bevorderen van de communicatie en uitwisseling van ervaringen tussen de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de sociale bescherming van ongedocumenteerde kinderen in verschillende Europese landen, alsook door het verspreiden van rapportage tools, aanbevelingen en ethische richtlijnen op Europees niveau.
Conferentie
De conferentie had als doel het bijeenbrengen van de NGO's, sociale werkers, lokale overheden, beleidsmakers, onderzoekers en andere professionals en betrokkenen en te praten over de specifieke behoeften en problemen die ongedocumenteerde kinderen in Europa hebben. Er werd gekeken hoe het beleid in de verschillende Europese landen gericht tegen illegale immigratie van invloed is op ongedocumenteerde kinderen. Daarbij werd er gesproken over de fundamentele sociale rechten zoals huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
Tevens werd tijdens deze conferentie het eindrapport van het DAPHNE project gepresenteerd. Met dit rapport hoopt Picum het bewustzijn te vergroten hoe de situatie is van ongedocumenteerde kinderen in de EU. Daarbij wordt benadrukt hoe belangrijk het is om binnen de EU met de betreffende organisaties (NGO’s) hierin samen te werken en ervaringen uit te wisselen en de rechten van deze kinderen te bewaken.
Doormiddel van drie ‘panels’ stonden de volgende onderwerpen centraal tijdens de conferentie;
1. De bescherming van de allochtone (ongedocumenteerde) kinderen in de internationale en Europese
wetgeving.
2. Welke gevolgen heeft het immigratiebeleid op kinderen?
3. Toegang tot de basis sociale rechten voor het welzijn van het kind.
Als ‘overall’ conclusie van de eerste dag kwam naar voren dat er binnen de verschillende Europese landen wel duidelijke regels en wetgeving is t.a.v. ongedocumenteerden, maar dat de praktijk een heel ander beeld laat zien. Tussen wetgeving en praktijk zit een groot gat! Zo wordt er bijvoorbeeld in elk Europees land de toegang tot zorg niet verboden, maar helaas blijkt uit de praktijk dat veel illegalen toch niet de juiste zorg krijgen waar ze recht op hebben.
De verschillende deelnemers (en panelleden) bleken bovendien geen eenduidige definitie te gebruiken van het ongedocumenteerde kind. Afhankelijk van land en wetgeving legden sommigen de nadruk op kinderen die zonder ouders arriveren en op de praktijken rondom terugkeer naar land van herkomst; en anderen representeerden (ook) ongedocumenteerde kinderen met ouders.
Workshops
Op de tweede conferentiedag waren er verschillende workshops.
1) ‘Using the legal framework’ liet de volgende uitdagingen/ mogelijkheden zien:
1. Het effectief maken van de toepassing van de bestaande wetgeving.
2. Informatieverstrekking onder belanghebbenden over het hele spectrum (dus ook ongedocumenteerden)
3. Het behandelen van kinderen als kinderen, en niet als ongedocumenteerde mensen.
Ook had de workshop deze aanbevelingen:
1. Kinderen mogen nooit in detentiecentra.
2. Voortdurende educatie en informatie over de bestaande wetgeving (nationaal én internationaal) aan social workers.
3. Juiste toepassing van Convention of the Rights of the Child, om te voorkomen dat ze in een onbeschermde situatie terecht komen vanaf hun 18e jaar.
2) De tweede workshop, ‘Partnerships amongst NGO’s, professionals and local authorities’ bracht de volgende uitdagingen/ mogelijkheden voort:
1. De verschillen in doel, ethos en ideologie van organisaties, lokale autoriteiten en overheidsinstellingen en de noodzaak om potentiële conflicten te voorkomen.
2. Competitie tussen organisaties wat betreft zichtbaarheid en subsidiëring.
3. Kijken naar mogelijkheden voor gelijkwaardige en productieve samenwerking met andersoortige partners als universiteiten, vakbonden of scholen.
Hier kwamen de volgende aanbevelingen naar voren:
1. Samenwerking bevorderen met autoriteiten/ beleidsmakers en dialoog creëren om elkaar beter te begrijpen en vertrouwen op te bouwen.
2. Formaliseren van structuren en elkaar houden aan afspraken om verantwoordelijkheid naar een project te bewaren en dialoog op gang te houden.
3. (Nalv reflectie van Canadese en Amerikaanse deelnemers): “Kleine landenmodel”: Multi-actor netwerken creëren op lokaal en regionaal niveau.
3) De laatste workshop, ‘Campaigns to raise awareness’ had de volgende uitdagingen/ mogelijkheden:
1. De noodzaak om de definitie en terminologie van ongedocumenteerde kinderen te verhelderen.
2. Beeldvorming van ongedocumenteerde kinderen humaniseren in samenspraak met de ‘receiving community’.
3. Wat gebeurt er met ongedocumenteerde kinderen als ze 18 worden?
En de volgende aanbevelingen:
1. In het discours over ongedocumenteerde kinderen zowel ‘begeleide’ als ‘onbegeleide’ kinderen betrekken, en geleerde lessen overdraagbaar maken.
2. Aanmoedigen van standaardisering van ‘minor identification en referral procedures’ op Europees niveau om de onwillekeurigheid van ‘geluk’ te verminderen.
3. Noodzaak voor organisaties en andere burgers om samen te werken. |