| De nieuwe minister van integratie en wijken heeft het voornemen om van achtergestelde wijken in Nederland prachtwijken te maken. Pharos geeft de minister in een opiniestuk enkele adviezen. Gebrek aan ambitie is de nieuwe minister van integratie en wijken niet te verwijten. Wie van de meest achtergestelde wijken in Nederland prachtwijken wil maken, heeft in ieder geval lef. Nu de resultaten nog. In deze krant zijn al enkele bijdragen geleverd om de weg naar de prachtwijken makkelijker te kunnen vinden. Eerder schreven Pieter Winsemius, die als minister vorig jaar de noodklok luidde over een aantal wijken in de Nederlandse steden, en enkele anderen al in deze krant dat elke investering hand in hand moet gaan met een beschavingsoffensief. Dit omdat het uiteindelijk natuurlijk niet om de verloedering van de wijk zelf gaat, maar om de kansarmoede van de bewoners.
Probleemopsommingen en analyses volgen elkaar snel op: criminaliteit, hangjongeren, schooluitval en rommel in op de stoep. De gezondheid is nog weinig genoemd, terwijl de betreffende wijken zich kenmerken door grote gezondheidsachterstanden. Dat is echter vooral een probleem voor de betrokkenen zelf, buitenstaanders hebben er minder last van dan van bijvoorbeeld zwerfvuil. Wellicht dat er daarom nog maar zo weinig over gezondheidsachterstanden wordt gepraat.
Laten we aannemen dat de veertig toekomstige prachtwijken nu (nog) voornamelijk bewoond worden door mensen met een lage sociaaleconomische status. Het RIVM becijferde vorig jaar in de Volksgezondheid Toekomstverkenning dat de gezondheid van mensen met een lage sociaaleconomische status (dus mensen met een relatief laag inkomen en weinig opleiding) slechter is dan van mensen die hoger op de sociaaleconomische ladder staan. Het RIVM koppelde dit ook aan geografische spreiding: gezondheidsverschillen in Nederland zijn het grootst tussen de goede buurten en de arme wijken. Belangrijkste oorzaak van deze achterstand is een ongezondere leefstijl (meer roken, minder bewegen e.d.) en het wonen en werken in minder gunstige woon- en werkomstandigheden. Hier bijten oorzaak en gevolg van ongezonde wijken elkaar dus in de staart.
Allochtonen, die voornamelijk in de betreffende wijken wonen, hebben eveneens een achterstand in gezondheid. Het is een complex beeld en niet op alle gezondheidsaspecten is er een achterstand, maar over het algemeen is de levensverwachting lager en is de ervaren gezondheid slechter. De verklaringen voor deze achterstand lopen grotendeels parallel aan die voor mensen met een lage sociaaleconomische status. Wij merken dat nieuwkomers, zoals vluchtelingen, bovendien soms een gebrek aan informatie hebben over een gezonde leefstijl, maar ook over de organisatie van de zorg in Nederland. Daarbij kan er – bevestigt ook het RIVM – sprake zijn van minder (kwalitatief goede) zorg die allochtonen ontvangen, en komt ook onderconsumptie van zorg voor. Zo gaan niet-westerse allochtonen, met name inwoners van Turkse en Marokkaanse afkomst, minder vaak naar de specialist en het ziekenhuis. Allochtone jongeren maken nog te weinig gebruik van de diverse projecten en initiatieven die al zijn opgestart om hen te ondersteunen en de drop-out is groot. Aanbod en vraag sluiten blijkbaar onvoldoende op elkaar aan.
De problemen met de gezondheid en welzijn zijn dus omvangrijk. Wie geen aandacht besteedt aan de opbouw van een gezonde wijk, creëert geen prachtwijk.
Daarom volgt hieronder in aansluiting op analyse van Winsemius c.s. een aanvullend advieslijstje voor de minister: Advies 1: Betrek de gezondheid en de gezondheidszorg bij de integrale aanpak voor de prachtwijken. Pas als je gezond bent (‘lekker in je vel zit’) kun je meedoen bij de verdere opbouw van je wijk.
Advies 2: Werk samen met migrantengroepen in het bedenken van preventieve acties en interventies. ‘Witte intellectuelen’ zijn zo goed in het bedenken van oplossingen voor anderen, maar het werkt alleen als de doelgroep in elke fase van elk project betrokken is. Dat geldt ook en vooral voor de moeilijk te bereiken groepen, zoals laagopgeleide Marokkaanse vrouwen, brutale hangjongeren of nieuwkomers die nog nauwelijks Nederlands spreken.
Advies 3: Investeer in de interculturele competentie van de zorgverleners en andere professionals in de wijk. Omgaan met cultuurverschillen is niet gemakkelijk, maar wel te leren. Veel artsen zullen wel een gesprek over kindermishandeling kunnen voeren, maar bij een vermoeden van meisjesbesnijdenis houden ze hun mond uit angst voor onvermoede culturele valkuilen. Dat is jammer en niet nodig. Iedereen kan leren op een normale manier om te gaan met mensen uit de hele wereld.
Advies 4: Werk altijd met een professionele tolk bij taalmoeilijkheden (en dat komt veel voor!). De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft onderzocht dat je voor verreweg de meeste talen binnen twee minuten een professionele tolk aan de telefoon hebt. Gefinancierd door het ministerie, dus het kost de zorgverlener ook niets. Geen zorg- of hulpverlener kan volhouden dat het dan toch beter is om een jochie van twaalf te laten vertalen voor zijn moeder met …ja, met wat eigenlijk? Werken met een tolk kan leiden tot een betere diagnose (beter doorverwijzen!), betere therapietrouw en minder herhaalbezoeken.
Advies 5: Vergeet de kleine migrantengroepen niet. Veel acties zijn tegenwoordig gericht op de grote migrantengroepen, zoals de Marokkanen en Turken. Dat is belangrijk, maar er leven nog veel meer mensen in ons land die ook ondersteuning verdienen, zoals Chinezen en nieuwkomers, vluchtelingen en gemarginaliseerde groepen als uitgeprocedeerde asielzoekers.
Als we de mensen om wie het gaat serieus nemen en hun welzijn en gezondheid prioriteit geven, zou het best wel eens kunnen dat we van verkrotte wijken gezonde prachtwijken maken. En dan komt het met dat beschavingsoffensief vanzelf ook wel goed. Het doel zou toch moeten zijn dat de bewoners niet de wijk nemen, maar de verantwoordelijkheid nemen om van hun wijk iets moois te maken.
Monica van Berkum is directeur van Pharos en David Engelhard is onderzoeker bij Pharos. Pharos is het landelijk kenniscentrum op het gebied van vluchtelingen, nieuwkomers en gezondheid. |