Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Vgv-experts uit Brussel op bezoek bij Pharos

18-12-2017meisjesbesnijdenis, vgv

Op vrijdagochtend 15 december waren er twee buitenlandse vgv-experts te gast bij Pharos: Halliki Voolma, beleidsmedewerkster van de Gender Equality Unit van de Europese Commissie, en Chiara Cosentino van het End FGM European Network. Van dit netwerk, dat op Europees niveau strijdt tegen vrouwelijke genitale verminking (vgv), zijn zowel Pharos als partnerorganisatie FSAN (Federatie Somalische Associaties Nederland) lid. Het bezoek maakte deel uit van een serie werkbezoeken van EU-ambtenaren aan verschillende lidorganisaties van het End FGM European Network. Eerder dit jaar zijn België en Duitsland bezocht.

In de ochtend ontvingen Halliki Voolma en Chiara Cosentino informatie over de Nederlandse aanpak van vrouwelijke genitale verminking (vgv). Eerst gaf Jeroen Meijerink, beleidsmedewerker van het ministerie van VWS, uitleg over het algemene beleid in Nederland ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling. Een belangrijk instrument is de verplichting sinds 2013 voor vrijgevestigde professionals en instellingen om een meldcode te hebben, een stappenplan voor het beslissen of er wel of niet een melding wordt gedaan. Ook legde hij het verschil uit tussen een verplichting om een meldcode te gebruiken en het verplicht melden van gevallen van huiselijk geweld of kindermishandeling. In Nederland geldt alleen het eerste: er is bewust voor gekozen om het niet verplicht te maken voor professionals om een vermoeden te melden. Dat zou namelijk een averechts effect kunnen hebben.

Ketenaanpak

Meijerink benadrukte ook dat vgv een dermate gevoelig onderwerp is dat het nodig is om een aparte aanpak te hebben naast de hiervoor genoemde algemene aanpak. Die zogeheten ketenaanpak werd toegelicht door Diana Geraci, projectleider vgv bij Pharos. Die aanpak komt erop neer dat de stakeholders op het gebied van preventie, bescherming, zorg en vervolging op nationaal en regionaal niveau de werkwijzen op elkaar afstemmen en elkaar weten te vinden. . Op het gebied van preventie en vroege opsporing heeft niet alleen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een belangrijke rol, maar ook verloskundigen en medewerkers van Veilig Thuis. Meerdere medische beroepsverenigingen hebben beleid ontwikkeld en vastgelegd in Standpunten en aan verschillende beroepsgroepen worden trainingen en e-learnings aangeboden over vgv en het signaleren daarvan. In de JGZ en bij Veilig Thuis werken er aandachtsfunctionarissen vgv, die jaarlijks getraind worden door Pharos.

Uitdagingen

Wat de aanpak succesvol maakt, aldus Geraci, zijn de volgende factoren: 1) een actieve coördinatie door het ministerie van VWS; 2) de steun van overkoepelende organisaties zoals medische beroepsverenigingen; 3) het bestaan van richtlijnen die professionals houvast bieden; 4) het feit dat de ketenpartners elkaar kennen; en heel belangrijk: 5) de inzet van sleutelpersonen. Sleutelpersonen zijn mensen uit de gemeenschappen waarin vgv traditioneel voorkomt. Ze zijn door FSAN en Pharos getraind om onder andere voorlichting te geven over vgv, gevallen van dreigende besnijdenis te signaleren en besneden vrouwen in contact te brengen met de hulpverlening.

Geraci: “Wij zijn erg trots op onze benadering, maar er zijn natuurlijk ook uitdagingen. Zo is het lastig om de effecten van ons werk te meten, omdat er maar weinig cases zijn. Om diezelfde reden is het lastig om de expertise van alle betrokkenen op peil te houden. Helaas is vgv zelden onderdeel van het curriculum van de opleidingen. Tot slot is de structurele financiering van het werk van sleutelpersonen een belangrijk aandachtspunt.”

Sleutelpersonen

Zahra Naleie van FSAN schetste in hoofdlijnen de geschiedenis van de inzet van sleutelpersonen. In 2006 zijn in een pilot in zes steden sleutelpersonen, bestuursleden van migrantenorganisaties en religieuze leiders getraind. Vanaf 2010 zijn er meer steden mee gaan doen en worden ook professionals getraind. Meer dan 100 sleutelpersonen hebben inmiddels training ontvangen. Het zijn allemaal vrijwilligers, die een kleine vergoeding krijgen voor de activiteiten die ze organiseren.

“Ik ben heel trots op wat we hebben bereikt”, aldus Naleie. “Er is duidelijk meer discussie over vgv in de Afrikaanse gemeenschappen in Nederland. Maar we weten ook dat er nog steeds mensen zijn die hun dochters willen laten besnijden, omdat ze denken dat de religie of cultuur dat voorschrijft.” Een ander probleem is dat veel professionals het nog lastig vinden om met ouders te praten over dit onderwerp. Meer training voor hen is dus nodig.

Spreekuren

Op vijftien locaties in het land houden getrainde verpleegkundigen speciale spreekuren voor besneden vrouwen. Marjan Groefsema van GGD GHOR Nederland vertelde hoe dit programma tot stand is gekomen. In 2012 zijn de eerste spreekuren van start gegaan. De verpleegkundigen worden ondersteund door GGD GHOR Nederland. Groefsema benadrukte dat dit systeem van spreekuren alleen goed kan werken door de onmisbare inzet van sleutelpersonen. Zij verwijzen of brengen vrouwen naar de verpleegkundigen toe en vergezellen hen indien nodig naar een specialist, bijvoorbeeld een gynaecoloog, seksuoloog of psycholoog. Vaak tolken ze ook.

Reacties

Na elke presentatie was er tijd om vragen te stellen en met elkaar van gedachten te wisselen. De gasten uit Brussel waren onder de indruk van de Nederlandse aanpak. Chiara Cosentino: “Dit is echt een uniek systeem; ik heb zoiets nergens anders in Europa gezien. Het niveau van betrokkenheid van allerlei instanties is ongelooflijk. En ook hoe hier maatschappelijke organisaties en migrantenorganisaties in het systeem geïntegreerd zijn.”

Schadelijke praktijken

’s Middags reisde de Brusselse delegatie met Zahra Naleie van FSAN en Pharos-medewerker Ramin Kawous af naar Rotterdam, waar zij op het stadhuis kennismaakten met de Aanpak Schadelijke Traditionele Praktijken van de Gemeente Rotterdam. In het kader van dit beleid zijn 50 sleutelpersonen met verschillende achtergronden getraind om ‘verborgen vrouwen’ in Rotterdam op te sporen. Ze werken daarbij samen met de experts huiselijk geweld in de wijkteams. Het gaat om vrouwen die van hun echtgenoot of (schoon)ouders het huis niet of nauwelijks mogen verlaten en daardoor niet deelnemen aan de maatschappij. Ook komen ze niet snel in beeld bij hulpverleners. In Rotterdam gaat het naar schatting om tweehonderd tot driehonderd vrouwen.

Projectmanager Shantie Jagmohansingh van de gemeente Rotterdam legde uit dat het bij schadelijke traditionele praktijken altijd gaat om achterliggende denkbeelden die breed gedeeld worden in gesloten gemeenschappen. En dat het daarom lastig is om er iets aan te doen. Voorbeelden van zulke praktijken zijn eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken, achterlating, huwelijkse gevangenschap, verborgen vrouwen en vrouwelijke genitale verminking. Maar schadelijke tradities komen niet alleen in niet-westerse of islamitische gemeenschappen voor. Ook hardhandige ontgroeningen bij studentenverenigingen kunnen eronder geschaard worden.

Aanpak vgv in Rotterdam

Acht van de Rotterdamse sleutelpersonen zijn ook getraind om het gesprek aan te gaan over vgv. Ze komen uit Eritrea, Sudan, Ethiopië en Somalië en leggen huisbezoeken af, organiseren huiskamerbijeenkomsten en brengen en/of verwijzen vrouwen naar specialisten. Ook geven ze voorlichting aan nieuwkomers uit risicolanden die in asielzoekerscentra verblijven. Ze vertellen dan niet alleen over de schadelijkheid van de traditie, maar ook dat het hier in Nederland verboden is.

Drie van deze sleutelpersonen vgv waren aanwezig om aspecten van hun werk toe te lichten. Maar eerst vertelde Marjon Schagen, projectleider bij het CJG Rijnmond, over de Rotterdamse aanpak van vgv. Elk jaar worden er twee grote bijeenkomsten georganiseerd, voor mannen en vrouwen apart. Daarnaast ontvangen professionals in verschillende sectoren training over vgv en over hoe ze met ouders hierover kunnen praten. In 2018 zal een theaterstuk over vgv opgevoerd worden voor jongeren, omdat zij het moeilijk vinden om erover te praten. In samenwerking met de gynaecologen en seksuologen van het Erasmus Medisch Centrum is een ‘zorgpad’ ontwikkeld voor besneden vrouwen met problemen. Ook kunnen vrouwen doorverwezen worden naar een fysiotherapeut gespecialiseerd in bekkenbodemproblemen.

Een van de aanwezige vgv-sleutelpersonen, Saara, gaf het volgende voorbeeld van haar werkwijze. Op een huiskamerbijeenkomst zag zij een vrouw die heel stil was. Zij sprak die vrouw aan en vroeg of ze een keertje langs mocht komen. Tijdens het eerste huisbezoek vroeg ze alleen of het goed ging met de vrouw en waar die over wilde praten, pas bij het tweede bezoek werd de vrouw iets losser en begon Saara over vgv. De vrouw wilde uiteindelijk wel naar de huisarts. “Ze had altijd klachten, maar wist niet dat die iets te maken hadden met vgv. De huisarts verwees haar naar de seksuoloog, daar ging ze drie of vier keer naartoe. Daarna moest ze thuis oefeningen doen. Na een tijdje zijn haar klachten minder geworden. Ze weet nu beter hoe ze met haar lichaam moet omgaan.”

Reacties

Na de presentaties toonde Chiara Cosentino zich onder de indruk van het project. “Het is heel belangrijk voor ons om te zien dat het grassroots-niveau hier de leiding heeft genomen in preventie en zorg, en dat de lokale overheid dit mogelijk maakt.” Ze noemde de manier waarop lokale gemeenschappen in de ontwikkeling en uitvoering van het beleid betrokken zijn ‘pionierend’. In andere EU-landen, zoals België, is het grassroots-niveau ook actief in de bestrijding van schadelijke tradities als huwelijksdwang en vgv, maar daar zijn (overheids)instellingen veel minder betrokken.

Halliki Voolma opperde dat het Rotterdamse model wellicht ook bruikbaar is voor andere maatschappelijke onderwerpen. Waarom bestaan er eigenlijk geen sleutelpersonen voor onderwerpen als gendergerelateerd geweld of huiselijk geweld? Ook noemde ze Nederland een voorloper als het gaat om het uitwerken van concepten als huwelijkse gevangenschap en verborgen vrouwen. Over dat laatste onderwerp had ze voor haar bezoek aan Rotterdam nog nooit gehoord. 

De e-mail nieuwsbrief van Pharos ontvangen? Meld je aan voor de digitale nieuwsbrief
Terug naar het nieuwsoverzicht