Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Prevalentie

Cijfers over seksueel misbruik in Nederland lopen uiteen. Er zit een groot verschil tussen het geregistreerde misbruik en de zelf gerapporteerde ervaringen. Uit recent onderzoek blijkt dat in 2010 ruim 118.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in Nederland (ruim 3% van het totaal) blootgesteld waren aan een vorm van kindermishandeling (Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen, 2011). Slechts in 4% van de gevallen gaat het om seksueel misbruik. Daarmee zou 0,1 % van de kinderen in Nederland slachtoffer zijn van dit type kindermishandeling.

Dit terwijl uit een veel aangehaald onderzoek uit 1988 blijkt dat 16% van de vrouwen in Nederland voor haar 16e jaar een of meer ervaringen heeft met misbruik door verwanten. De gemiddelde leeftijd waarop het misbruik begint, is 11 jaar en 43% vindt plaats binnen het kerngezin. De dader is in 19% van de gevallen de vader, 25% is een broer en 25% is een oom. Verder betreft het grootvaders, neven, zwagers en huisgenoten (Draijer, 1988, in MOVISIE, 2009).

Onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik in migrantengezinnen geven wisselende resultaten. Bij het AMK gaat het om 12% en 4%, en bij het NPM-2010 onderzoek om 5% en 10% voor respectievelijk de traditionele en nieuwe migranten, die 4,1% en 1,7% van de Nederlandse bevolking vormen. Uit beide onderzoeken blijkt een oververtegenwoordiging van migranten. Oorzaak van de wisselende cijfers is dat veel cijfers gebaseerd worden op aanwijzingen. Vooral binnen migrantengezinnen is seksueel misbruik een groot taboe, er wordt niet over gesproken.