|
Startpagina |
Probleemschets
Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem dat voortdurende aandacht vraagt. In de eerste plaats vanwege de ernst van de gevolgen voor kinderen. Kindermishandeling verstoort een gezonde ontwikkeling en leidt vaak tot blijvende schade. Daarnaast vormt de omvang van het probleem reden voor continue aandacht. Kindermishandeling in allochtone gezinnen kan soms andere vormen aannemen, en andere oorzaken en gevolgen hebben dan in autochtone gezinnen, en kan daarom in sommige gevallen ook een andere aanpak behoeven. Daarom acht Pharos het van belang specifieke informatie te verspreiden over kindermishandeling in allochtone gezinnen. Dit kennisdossier over kindermishandeling is opgesteld in samenwerking met het Nederlands Jeugd Instituut (NJI). De kennisdossiers van Pharos en het NJI vullen elkaar aan: voor algemene informatie over kindermishandeling in Nederland kunt u terecht bij het dossier van het NJI op www.nji.nl, meer specifieke informatie over kindermishandeling in allochtone gezinnen in Nederland, vindt u hier bij Pharos. Voor kinderen en jongeren is er een aparte site: www.kindermishandeling.nl. Definities
De volgende definities zijn van belang voor het juist interpreteren van de informatie in dit kennisdossier. Kindermishandeling Allochtoon Vluchteling Asielzoeker Ongedocumenteerd of Illegaal Sociaal Economische Status (SES) Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV, oftewel meisjesbesnijdenis) Eerwraak, eermoord en eer gerelateerd geweld Kindermishandeling Het definiëren van kindermishandeling is lastig, omdat het een tijd-, plaats, en cultuurgebonden concept is (Baartman, 2006). Het begrip kindermishandeling kent dan ook vele verschillende definities en de definities die er zijn worden steeds aangepast en verscherpt. Voor elk wetenschappelijk onderzoek wordt opnieuw een omschrijving bepaald (Ijzendoorn ea, 2005). In 2005 is de volgende definitie van kindermishandeling vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg: Kindermishandeling is : “...elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel” (Wet op de Jeugdzorg, artikel 1, lid m). Voor de overzichtelijkheid en werkbaarheid geven wij er de voorkeur aan ons in dit dossier te beperken tot bovenstaande definitie, die immers de officiële definitie is waarmee alle hulpverleners in Nederland werken. X Toelichting op de definitie van kindermishandeling In de definitie duidt de term 'ouders' op de biologische ouders, maar ook op stiefouders, adoptiefouders en pleegouders. Door de toevoeging 'andere personen tot wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat' zijn ook anderen in beeld van wie het kind afhankelijk is voor aandacht, bescherming en verzorging. Bijvoorbeeld beroepskrachten die een kind een deel van de tijd onder hun hoede hebben, zoals peuterspeelzaalleidsters, leerkrachten, groepsleiders en sporttrainers. De term 'onvrijheid' geeft aan dat het ook kan gaan om andere bekenden van het kind, zoals familie en buren, die hun machtsoverwicht misbruiken. (bron: NJI) X Meer dan alleen lichamelijk geweld Dat kindermishandeling meer omvat dan alleen lichamelijk geweld staat expliciet in de definitie: het gaat om 'elke vorm van voor het kind bedreigende en gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard'. Dat ook verwaarlozing tot kindermishandeling gerekend wordt, blijkt uit de zinsnede 'actief of passief opdringen'. Deze term benadrukt tevens dat het niet noodzakelijk is dat ouders hun kind bewust slecht behandelen. Veelal hebben zij geen erg in de schadelijke gevolgen van hun gedrag voor het kind. (bron: NJI) X Allochtoon Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de volgende definitie van “allochtoon”: ‘iemand die in Nederland woont (en staat ingeschreven) en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren’. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie).’ (CBS), 2005). Een nadeel van deze definitie van ‘allochtoon’ is dat hij zeer breed is: heel veel inwoners van Nederland vallen eronder, ook Koningin Beatrix en prins Willem-Alexander zijn volgens deze definitie allochtonen. Het CBS maakt daarom in statistieken onderscheid tussen twee categorieën allochtonen: westers en niet-westers. Tot de categorie ‘niet-westers’ behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië, met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden allochtonen uit deze twee landen tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin. In Nederland anno 2008 kan ongeveer 11% van de bevolking (1,75 miljoen mensen) worden beschouwd als niet-westerse allochtoon. (CBS, 2008) X Zelfs met het onderscheid tussen westerse en niet-wersterse allochtonen, doet het begrip ernstig tekort aan de diversiteit binnen deze groepen. Onder deze definitie valt immers een groot deel van de vluchtelingen, de asielzoekers, maar ook eerste, en tweede generatie economische migranten, die ook weer allen uit verschillende delen van de wereld afkomstig zijn, grote verschillen in sociaal-economische status vertonen, etc. En onder de definitie vallen juist weer niet de in Nederland verblijvende illegalen, omdat die niet staan ingeschreven. In dit Pharos-kennisdossier, besteden wij juist aandacht aan al deze verschillende groepen, die al dan niet aan de CBS-definitie van ‘allochtonen’ voldoen. X Uiteraard bestaan er veel grote en kleinere verschillen tussen migrantengroepen onderling. Deze verschillen schuilen niet alleen in etniciteit, maar ook in opleidingsniveau, inkomensniveau, verblijfsduur (eerste, tweede of derde generatie), en status (met verblijfsvergunning, genaturaliseerd, of illegaal). Er is echter ook een belangrijke overeenkomst, en dat is het feit dat zij allen migrant of van migrantenafkomst zijn, en als dusdanig tot een minderheidsgroep behoren in de Nederlandse maatschappij. (Deug, 1989: 18) X In 2008 bedroeg het aantal allochtonen in Nederland 3.215.416, ofwel 19,3% van de bevolking. De eerste generatie allochtonen in Nederland is met 38 jaar gemiddeld bijna even oud als het gemiddelde van de totale bevolking. De tweede generatie is gemiddeld 14 jaar, maar vooral in de vluchtelingengroepen is ze nog erg jong. (http://statline.cbs.nl). X Vluchteling Een vluchteling is een persoon die vlucht of gevlucht is uit vrees voor geweld of leven. De meeste vluchtelingen komen uit gebieden met oorlog of dreiging daartoe. (Pharos, 2008) X Asielzoeker Een asielzoeker is iemand die gevlucht is en stelt dat terugkeer naar het land van herkomst gevaar oplevert voor schending van zijn rechten volgens het Vluchtelingenverdrag van de VN of het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden). Asielzoekers vragen asiel aan in een bepaald land, waar zij denken veiliger te kunnen leven. (Pharos, 2008) In het dagelijks taalgebruik bestaat verwarring tussen de begrippen asielzoeker en vluchteling. Strikt genomen kan iedereen die een asielaanvraag heeft ingediend asielzoeker worden genoemd, en zijn alleen diegenen als vluchteling aan te merken die erin zijn geslaagd aannemelijk te maken inderdaad te voldoen aan de daarvoor geldende criteria uit art.1A van het vluchtelingenverdrag van de VN (vervolging op grond van politieke overtuiging, ras of behoren tot een sociale groep). Een asielaanvraag kan worden afgewezen indien de aanvrager niet blijkt te voldoen aan die criteria, maar ook omdat deze gearriveerd is via een ander veilig land, waar dan zijn aanvraag had moeten zijn ingediend en behandeld (veilig derde land- of land van eerste ontvangst-beginsel). (Pharos, 2008) X Ongedocumenteerd of Illegaal Een migrant die onwettig in een land verblijft wordt ook kortweg een illegaal genoemd. Illegalen zelf prefereren doorgaans de term “ongedocumenteerden”, omdat de term “illegaal” zou suggereren dat het om ‘illegalen personen’ gaat, terwijl het slechts gaat om personen die illegaal in een land verblijven. De term “illegalen” wordt echter verreweg het meest gebruikt. Meestal zijn illegalen/ongedocumenteerden economische migranten, daar men bij oorlogsvluchtelingen of politieke vluchtelingen vaak coulanter is en (tijdelijke) migratie toestaat. Een illegale migrant heeft geen geldige reden om een verblijfsvergunning te verkrijgen. (Pharos, 2008) Volgens de meest recente schattingen wonen er tussen de 75 en 185 duizend illegalen in Nederland. Het gaat daarbij om ruim 88 duizend niet-Europese en ruim 40 duizend Europese illegalen. Het aantal Europese illegalen is sterk gedaald, onder meer vanwege de uitbreiding van de EU. Het betreft een schatting, omdat illegalen vanzelfsprekend niet of nauwelijks geregistreerd zijn. De grootste groep bestaat uit arbeidsmigranten en uitgeprocedeerde asielzoekers. (Engelhard, 2007: 91/2) Sinds de invoering van de koppelingswet in 1998 heeft een illegaal geen recht meer op overheidsvoorzieningen. Op deze uitsluiting worden enkele uitzonderingen gemaakt: illegalen hebben wel recht op rechtsbijstand, illegale kinderen vallen onder de leerplicht, en illegalen hebben recht op medisch noodzakelijke zorg. In de praktijk gaan veel kinderen echter niet naar school omdat hun ouders bang zijn voor de registratie van de kinderen, zodat ze eventueel door de politie uitgezet kunnen worden. (Engelhard, 2007: 91/3) X Sociaal Economische Status In dit kennisdossier zal onder “risicofactoren” worden gesproken over een lage “Sociaal Economische Status” (SES). Elke samenleving kent ongelijkheid in de betekenis van verschillen tussen mensen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen meer natuurlijke verschillen (als leeftijd, geslacht, huidskleur en dergelijke) en verschillen die op sociale conventies berusten, zoals bijvoorbeeld op grond van opleiding, beroep of inkomen. Deze tweede categorie wordt ook wel maatschappelijke ongelijkheid, gelaagdheid of stratificatie genoemd. De positie van mensen in de sociale stratificatie noemen we sociaal-economische status (SES). Belangrijke kenmerken die vaak als indicatoren van SES dienen, zijn opleiding, beroep en inkomen (Bron: Van Berkel-van Schaik & Tax, 1990) X Vrouwelijke Genitale Verminking In dit kennisdossier zal onder “Vormen van mishandeling” worden gesproken over Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV). Als VGV in de kindertijd plaatsvindt (meisjesbesnijdenis) is het een vorm van kindermishandeling. Meisjesbesnijdenis is een ingreep aan de uitwendige geslachtsorganen. De World Health Organization (WHO) definieert vier vormen: 1. Verwijdering van de voorhuid van de clitoris, met of zonder gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris. 2. Verwijdering van de clitoris met gedeeltelijke of volledige verwijdering van de kleine schaamlippen. 3. Verwijdering van de clitoris en van de uitwendige genitalia en hechten/vernauwen van de ingang van de vagina (infibulatie of faraonische besnijdenis). Na aaneenhechting van de resterende schaamlippen blijft een zeer kleine opening over voor menstruatiebloed en urine. Van infibulatie zijn meerdere varianten mogelijk; bij Somalische vrouwen komt deze vorm het meest voor. 4. Overige (meng)vormen, zoals prikken, piercen en/of snijden in clitoris en/of schaamlippen, aanbrengen van brandwonden, inbrengen van bijtende stoffen of kruiden in de vagina. Vaak wordt de term ‘sunna’ gebruikt. Dit zou staan voor een milde vorm van meisjesbesnijdenis, zoals de hierboven genoemde eerste vorm. In de praktijk blijkt sunna echter een verzamelbegrip te zijn. Hulpverleners wordt daarom aangeraden door te vragen, bijvoorbeeld aan de hand van afbeeldingen. X Eerwraak, eermoord en eer gerelateerd geweld In dit kennisdossier zal onder “Vormen van mishandeling” worden gesproken over eerwraak op minderjarigen. In plaats van eerwraak, wordt vaak de term eermoord gebruikt. Beide termen betekenen hetzelfde: Eerwraak of eermoord is een gewoonterechtelijk fenomeen waarbij een familie of stam de verloren gegane zedelijke eer meent te kunnen herstellen door het plegen van een moord op de veroorzaker van het eerverlies of degene die schuldig bevonden is aan het eerverlies. Deze persoon kan een man of een vrouw zijn. Het gaat daarbij uitsluitend om verlies van de zedelijke eer en wel na een fysieke aantasting daarvan. Het besluit eerwraak te plegen valt alleen als er geen andere oplossing is, zoals een huwelijk. Een man (of vrouw) kan in principe niet op eigen houtje besluiten eerwraak te plegen; het is een kwestie van de hele familie of de stam. De familie of de stam kan de daad ook achteraf billijken. (Ferwerda en Van Leiden, 2005) Eer gerelateerd geweld is “elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van ) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken.” (Ferwerda en Van Leiden, 2005) X Vormen van kindermishandeling
Lichamelijke mishandeling Meisjesbesnijdenis Lijfstraffen op de koranschool Eerwraak/eermoord en eer gerelateerd geweld op minderjarigen Lichamelijke verwaarlozing Psychische of emotionele mishandeling Eer gerelateerd psychisch geweld Beperkingen van de bewegingsvrijheid Uithuwelijken minderjarigen Verstoting Psychische of emotionele verwaarlozing Seksueel misbruik Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld Kinderen die getuige zijn van eer gerelateerd geweld of eerwraak In de praktijk komen in een gezin waarin een of meer kinderen mishandeld worden, vaak meerdere vormen tegelijk voor Lichamelijke mishandeling Lichamelijke mishandeling omvat alle vormen van lichamelijk geweld. Er is sprake van lichamelijke mishandeling als de ouder lichamelijk geweld tegen het kind gebruikt zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of laten vallen. (bron: NJI) Bovenstaande vormen van lichamelijk geweld, komen natuurlijk ook in allochtone gezinnen voor. De aard van het lichamelijke geweld dat sommige Marokkaanse en Turkse ouders tegen hun kinderen toepassen, bestaat uit slaan met de platte hand, slaan met de vuisten (vooral door vaders), duwen, trekken aan haren of kleding, schoppen, maar ook knijpen en bij de nek vastpakken. Slaan met de platte hand vindt geregeld plaat op het gezicht, het slaan met de vuisten meestal op de armen, schouders en rug, maar ook op billen, benen en het hoofd. Ouders gooien ook met voorwerpen die toevallig binnen handbereik zijn, zoals een schoen, een asbak, een lamp, een beker of een afstandsbediening. Om een kind, meestal een zoon, doelbewust goed te straffen wordt ook wel eens geslagen met voorwerpen zoals een stok, een riem, een stofzuiger etc. Evenals de ouders noemen jongeren ‘ongehoorzaamheid’ als reden dat ze geslagen worden. Kinderen moeten voldoen aan de verwachtingen van hun ouders. De mondigheid van de kinderen en daarbij het tegenspreken van de ouders wordt door ouders ervaren als brutaliteit, wat aanleiding is voor lichamelijk geweld. (Yerden, 2008 : 170/173). Aan lichamelijke mishandeling tussen broers en zussen gaat vaak een vorm van psychische mishandeling vooraf. Vaak geven kinderen als verklaring voor fysiek geweld tegen een broertje of zusje, dat de ander “irritant” deed. In veel gevallen wisselen dader en slachtoffer van dit soort geweld regelmatig van rol. De verdeling van huishoudelijke taken is niet alleen een bron van conflicten tussen moeder en dochters, moor ook tussen broers en zussen. Sommige Marokkaanse en Turkse meisjes gebruiken geweld tegen een broertje of zusje vanwege de ongelijke verdeling van de huishoudelijke taken. Ook verborgen relaties van zussen met een vriendje vormen tussen kinderen nogal eens een bron van ruzie of geweldpleging. Sommige kinderen hebben achteraf spijt van lichamelijk geweld tegen een broer of zus, maar de meesten vindt dat de ander het verdiend had, of dat ‘het er nu eenmaal bij hoort’, en dat het ook effectief is. (Yerden, 2008 : 220/223). X Er bestaan ook vormen van lichamelijke mishandeling die bijna uitsluitend bij bepaalde groepen allochtone voorkomen: Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) bij minderjarigen (meisjesbesnijdenis) Meisjesbesnijdenis is een gebruik waarbij de clitoris (deels) wordt besneden of verwijderd. Het komt voor in Afrikaanse landen rond de Sahara en in migrantengemeenschappen uit deze regio. De World Health Organization (WHO) definieert vier vormen: 1. Verwijdering van de voorhuid van de clitoris, met of zonder gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris. 2. Verwijdering van de clitoris met gedeeltelijke of volledige verwijdering van de kleine schaamlippen. 3. Verwijdering van de clitoris en van de uitwendige genitalia en hechten/vernauwen van de ingang van de vagina (infibulatie of faraonische besnijdenis). Na aaneenhechting van de resterende schaamlippen blijft een zeer kleine opening over voor menstruatiebloed en urine. Van infibulatie zijn meerdere varianten mogelijk; bij Somalische vrouwen komt deze vorm het meest voor. 4. Overige (meng)vormen, zoals prikken, piercen en/of snijden in clitoris en/of schaamlippen, aanbrengen van brandwonden, inbrengen van bijtende stoffen of kruiden in de vagina. Vaak wordt de term ‘sunna’ gebruikt. Dit zou staan voor een milde vorm van meisjesbesnijdenis, zoals de hierboven genoemde eerste vorm. In de praktijk blijkt sunna echter een verzamelbegrip te zijn. Hulpverleners wordt daarom aangeraden door te vragen, bijvoorbeeld aan de hand van afbeeldingen. Daarnaast worden in verband met meisjesbesnij-denis de termen defibulatie en herinfubilatie gebruikt. Defibulatie is het vergroten van de opening of het opheffen van de obstructie, meestal vóór het huwelijk of een bevalling. Herinfibulatie is het opnieuw hechten van de resterende delen van de schaamlippen, onder meer na een bevalling. (http://www.meisjesbesnijdenis.nl/over/meisjesbesnijdenis) Ouders laten de besnijdenis uitvoeren uit liefde, om het kind te beschermen en om haar toekomst veilig te stellen. Veel meisjes en vrouwen zien de ingreep als iets vanzelfsprekends: het hoort erbij, iedereen is immers besneden. Vaak zijn ze opgelucht en trots als het voorbij is. De pijn hoort bij het leven van een vrouw, zoals ook de pijn bij een bevalling. Er worden onder meer de volgende redenen gegeven: Het besnijden bepaalt mede de vrouwelijke identiteit van het meisje. Dit heeft te maken met opvattingen, waarden en normen rond zaken als maagdelijkheid, kuisheid en reinheid. Het beschermt de maagdelijkheid van het meisje. Het vergroot haar huwelijkskansen. Het geeft haar status in de gemeenschap (het omgekeerde geldt nog sterker: een onbesneden meisje loopt het risico uitgestoten te worden). Een geïnfibuleerde vrouw is mooier. Het is een teken van een goede opvoeding. Het zou een islamitisch voorschrift voor reinheid zijn (http://www.meisjesbesnijdenis.nl/over/meisjesbesnijdenis) De herkomst van meisjesbesnijdenis is niet duidelijk. Als traditie wordt ze vaak gekoppeld aan de islam, maar in de koran komt ze niet aan de orde. Bovendien zijn er ook christelijke volken die meisjesbesnijdenis toepassen. Waarschijnlijk is het een pre-christelijk, pre-islamitisch gebruik dat in sommige gebieden later verweven is geraakt met het geloof. Hoewel de mensen die meisjesbesnijdenis toepassen, overwegend moslim zijn, betekent dit dus niet dat het een gebruik van alle moslims is. (http://www.meisjesbesnijdenis.nl/over/meisjesbesnijdenis) X Lijfstraffen op koranscholen Minister Ella Vogelaar (integratie) wil een onderzoek laten instellen naar wanpraktijken bij islamitisch godsdienstonderwijs in moskeeën. Dit onderzoek zou gericht moeten zijn op zowel strafrechtelijke aspecten, omdat kinderen mogelijk lijfstraffen krijgen, als op de vraag of docenten kinderen anti-westers indoctrineren. De bewindsvrouw neemt het op voor de bekritiseerde Marcouch, die vanwege de wanpraktijken in moskeeën, een pleidooi heeft gehouden het islamitisch godsdienstonderwijs op openbare scholen onder te brengen. Volgens haar partijgenoot worden er in het islamitisch weekendonderwijs op grote schaal kinderen geslagen of op andere manieren mishandeld. Alleen al in zijn stadsdeel Slotervaart volgen honderden kinderen in het weekeinde in achterafzaaltjes les in de Koran en Arabisch. Volgens hem wordt de kinderen een afkeer van de westerse maatschappij aangeleerd. Over het onderzoek naar de wanpraktijken in moskeeën, zegt Vogelaar. „Lijfstraffen mogen niet in Nederland. We kijken al naar haat zaaiende predikers die tegen de integratie zijn. We moeten zien of dat ook in het godsdienstonderwijs in de moskeeën gebeurt.” "Onderzoek naar lijfstraffen" (artikel in Trouw) X Eerwraak/eermoord en eer gerelateerd geweld op minderjarigen In Nederland worden eremoorden (of eerwraak) geassocieerd met bepaalde kringen binnen de Turkse gemeenschap, maar eremoorden komen wereldwijd voor. In Zuid-Europese landen als Italië, Spanje en Griekenland en ook in de Balkan waren eremoorden tot in de tweede helft van de vorige eeuw een volstrekt geaccepteerd verschijnsel. Nu komt het niet vaak meer voor, maar nog wel af en toe, zoals in Griekenland. In Kosovo neemt het aantal eremoorden momenteel toe. (Zee, 2006 : 18). In Nederland werd de risicogroep groter, toen vluchtelingen uit Afghanistan, Iran, Kosovo, en Irak naar Nederland kwamen. (Zee, 2006, 64) Eerwraak is een ritueel waarbij degene die de ongeschreven kuisheidsregels overtreedt, wordt gedood, waarna de pleger zich aangeeft bij de politie. Pas dan is zijn eer gezuiverd. In eerste instantie worden meestal pogingen gedaan om de eer te zuiveren zonder bloedvergieten. Eerwraak is een uiterste wraakmiddel (Van Eck, 2001). Eerwraak is een complex fenomeen dat zich niet gemakkelijk laat duiden. Het komt in zoveel verschillende landen in zoveel verschillende vormen voor, dat het lastig is een checklist op te stellen met kenmerken waaraan een moord onvoorwaardelijk moet voldoen, wil er sprake zijn van een eremoord. (Zee : 2006, 14) Omdat in Nederland de straffen voor eremoorden meestal zwaar uitvallen, zijn er ook daders die in het diepste geheim opereren. Ook wordt wel eens een minderjarige jongen aangewezen om de moord ten uitvoer te brengen omdat hij kans maakt op een mildere berechting. (Zee, 2006: 120/121) Een van de grootste misverstanden is dat eerwraak een typisch islamitisch fenomeen zou zijn. Het komt ook voor onder christenen, joden, en hindoes. De profeet Mohammed maakte juist een einde aan eigenrichting (wat eremoorden in feite zijn). De Koran staat gelovigen niet toe het recht in eigen hand te nemen en het vermoorden van medegelovigen is expliciet verboden. Wanneer iemand de kuisheidswetten overtreedt, moet hij/zij worden gestraft, maar dan wel door een officiële instelling. (Zee, 2006, 41) Het misverstand dat eerwraak een islamitisch fenomeen zou zijn, is erg hardnekkig, net zoals de neiging om de juiste proporties van het probleem uit het oog te verliezen. Eremoorden vormen schokkend nieuws dat veel aandacht trekt. Maar in werkelijkheid wordt maar een heel klein percentage vrouwen en een nog kleiner percentage mannen slachtoffer van een eremoord. Onnoemelijk veel groter is het verborgen leed onder migrantenvrouwen die door de eermoraal ernstig worden beperkt in hun bewegingsvrijheid en te lijden hebben onder andere vormen van eer gerelateerd geweld, zoals gedwongen uithuwelijking, bedreiging, mishandeling, sociaal isolement en verstoting. (Zee : 2006, 14) X Lichamelijke verwaarlozing Verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling: verwaarlozing gaat over het achterwege blijven van zorg en verzorging, het structureel nalaten de basisbehoeften van kinderen te vervullen. Bij lichamelijke verwaarlozing komen ouders/opvoeders langdurig onvoldoende tegemoet aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om structureel te weinig, slechte of onregelmatige voeding, onvoldoende bescherming tegen kou, onvoldoende veilige exploratiemogelijkheden en onvoldoende medische zorg. Het kind krijgt kortom niet de zorg en verzorging waar het gezien zijn leeftijd behoefte aan en recht op heeft. (bron: NJI) Ons zijn geen specifieke vormen van lichamelijke verwaarlozing bekend die in allochtone gezinnen voorkomen. X Psychische of emotionele mishandeling Psychische of emotionele mishandeling betreft gedrag en houding van ouders waaruit afwijzing en vijandigheid naar het kind blijkt: de ouder scheldt het kind regelmatig uit, laat het herhaaldelijk horen dat hij niet gewenst is of maakt het kind opzettelijk bang. Het kan ook gaan om denigrerende uitlatingen over het kind tegenover anderen, waar het kind zelf bij is. (bron: NJI) Bovenstaande vormen van psychische of emotionele mishandeling komen ook in allochtone gezinnen voor. Voor wat betreft Marokkaanse en Turkse ouders, kunnen we een driedeling maken tussen : · machtsuitoefening : de ouder zetten het kind onder druk om het te laten gehoorzamen; bijvoorbeeld schreeuwen, boos worden, dreigen met straf ; · straffen : terechtwijzen, privileges onthouden, isoleren, en uiteindelijke : fysiek straffen, · negeren/liefdesonthouding : het kind negeren, afwijzen, Volgens de meeste Marokkaanse en Turkse kinderen die slachtoffer zijn van dit psychische geweld, gebruiken de ouders psychisch geweld om te voorkomen dat de kinderen slecht gedrag aanleren en het verkeerde pad opgaan. Dit begrip voor het handelen van de ouders neemt niet weg dat sommige van deze kinderen het psychische geweld als heel zwaar ervaren. (Yerden, 2008 : 188/193) Psychische geweld tussen broers en zussen bestaat in Turkse en Marokkaanse gezinnen voornamelijk uit schreeuwen, schelden, dreigen spullen van de ander af te pakken en/of stuk te maken, of dreigen onacceptabel gedrag van de ander te zullen doorvertellen aan de ouders, of dreigen lichamelijk geweld te zullen gebruiken. Over het algemeen zijn de broers en zussen niet alleen slachtoffer of dader van psychisch geweld jegens elkaar, maar zowel slachtoffer als dader (Yerden, 226/230). Maar er bestaan ook vormen van psychische of emotionele mishandeling die bijna uitsluitend bij bepaalde groepen allochtone voorkomen. Meer dan bij lichamelijke geweldpleging blijken culturele factoren en de sociale omgeving een rol te spelen in psychische of emotionele mishandeling. (Yerden, 2008): X Eer gerelateerd geweld is in Nederland niet alleen een zaak van Turken, Afghanen, Iraniërs, Irakezen, Pakistanen en Kosovaren maar ook van bevolkingsgroepen bij wie het niet vaak tot een eremoord komt: Marokkanen en Surinaamse Hindoestanen. Het gebeurt zelden dat zij overgaan tot het plegen van een moord wanneer hun familie-eer geschonden is, maar het gebruik van geweld komt wel regelmatig voor. Bij Hindoestanen eindigen erekwesties vaak in zelfmoord of een poging daartoe. (Zee, 2006: 67). Meisjes kunnen psychisch dusdanig worden mishandeld dat ze zelf tot de conclusie komen dat zij de schandvlek moeten uitwissen die zij voor hun familie vormen. Het aantal zelfmoordgevallen onder Hindoestanen is zodoende opvallend groot. Uit een onderzoek van de Haagse GGD over de jaren 2000-2004 bleek bijvoorbeeld dat jonge Hindoestaans Surinaamse vrouwen twee keer zo vaak een zelfmoordpoging deden als jonge Nederlandse vrouwen. De meest rigoureuze Marokkaanse oplossing voor een eerschending is verstoting. Een andere oplossing is het, soms onder valse voorwendselen, terugsturen van een meisje naar Marokko, waar haar mogelijk uithuwelijking wacht. (Zee, 2006: 72/3) In Nederland is de Marokkaanse gemeenschap minder hecht dan de Turkse. Marokkanen uit dezelfde streek hebben minder sterk de neiging zich in Nederland ook in dezelfde regio te vestigen dan Turken. De sociale controle is daardoor wat minder effectief. (Zee, 2006: 67/74) X Beperkingen van de bewegingsvrijheid Veel Turkse en Marokkaanse meisjes voelen zich in verschillende opzichten gediscrimineerd ten opzichte van hun broers. Zij zijn niet alleen ontevreden over de oneerlijke verdeling van de huishoudelijke taken, maar voelen zich ook achtergesteld in hun bewegingsvrijheid. (Yerden, 2008: 193/4) In veel traditionele migrantengezinnen staan meisjes helemaal onderaan de familiehiërarchie. Om te voorkomen dat hun dochter vroegtijdig haar maagdelijkheid verliest, beperken de ouders haar bewegingsvrijheid. Soms gaan die beperkingen heel ver en is het wereldje waarbinnen meisjes zich kunnen bewegen erg klein. De opvoeding van meisjes verschilt ingrijpend van die van hun broers, die vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen en op seksueel gebied vrijuit mogen experimenteren. Uitermate conservatieve migrantenvaders zullen zelfs hun dochters thuishouden van school (Zee, 2006: 94/5). Dat meisjes naar school moeten, voelen sommige Marokkaanse en Turkse ouders als een bedreiging (van hun machtspositie). Zij gaan ertoe over het doen en laten van hun dochters te controleren, zelfs tot het hen van school halen toe. (Yerden, 2008: 196). X Uithuwelijken van minderjarigen Het uithuwelijken van minderjarige meisjes is een vorm van psychische/emotionele mishandeling die bij sommige groepen allochtonen voorkomt. (Pharos, 2006). Hoe vaak het voorkomt dat meisjes gedwongen worden te trouwen, is niet bekend. Het is trouwens heel moeilijk de grens tussen een gedwongen huwelijk en een gearrangeerd huwelijk te trekken. Soms wordt een meisjes niet letterlijk gedwongen met de huwelijkspartner te trouwen die haar ouders hebben uitgekozen, maar voelt ze zich daartoe wel verplicht uit loyaliteit of staat ze dusdanig onder druk dat ze geen bezwaar durft te maken. De druk om akkoord te gaan, is overigens niet alleen groot voor meisjes. Jongens uit traditionele gezinnen hebben net zo goed te maken met uithuwelijking en als zij weigeren, kan dit net zo goed eer gerelateerd geweld ten gevolge hebben. Soms zijn ouders geneigd naar de wensen van hun kinderen te luisteren als die zelf met een huwelijkspartner aankomen die de goedkeuring van de familie kan wegdragen. Maar er zijn ook ouders die koste wat het kost hun kinderen willen laten trouwen met de partner die zijn hebben uitgekozen. Wanneer hun kind weigert, volgen mishandelingen, huisarrest, bedreigingen of gedwongen terugkeer naar het land van herkomst. Als de dochter of zoon zich blijft verzetten en bijvoorbeeld wegloopt van huis, kan een familie zelfs besluiten een eremoord te plegen (Zee, 2006: 104/6). X Verstoting van minderjarigen Verstoting van minderjarige kinderen komt ook bij sommige allochtone groepen voor, meestal in relatie met gekwetste eer of een geschonden aanzien. (Pharos, 2006) Onder risico’s zullen wij hierop dieper ingaan. X Psychische of emotionele verwaarlozing Verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling: verwaarlozing gaat over het achterwege blijven van zorg en verzorging, het structureel nalaten de basisbehoeften van kinderen te vervullen. Van psychische verwaarlozing is sprake wanneer een kind systematisch geen aandacht of genegenheid krijgt. Psychische verwaarlozing begint vaak al vanaf de eerste levensjaren. De ouder is in emotioneel opzicht niet beschikbaar en negeert het huilen en andere signalen van onrust, onvrede, vragen om hulp, aandacht, warmte en geruststelling. Ondanks de spontane initiatieve van de baby om wel te communiceren. Maar ook oudere kinderen worden aan hun lot overgelaten, genegeerd, opgesloten of op een andere wijze in de steek gelaten. Het lijkt alsof het kind er niet is. De relatie tussen ouder en kind kenmerkt zich door liefdeloosheid en afwijzing. (bron: NJI) Ons zijn geen specifieke vormen van psychische of emotionele verwaarlozing bekend die in allochtone gezinnen voorkomen. X Seksueel misbruik Onder seksueel misbruik vallen alle opgedrongen seksuele aanrakingen van een volwassene bij een kind. Het kind kan die door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld niet weigeren. (bron: NJI) Kinderprostitutie Wanneer minderjarigen worden gedwongen om tegen betaling seks te hebben, spreken we van kinderprostitutie. Het komt voor dat gezinsleden een kind dwingen tot prostitutie. Maar ook dwang van buitenaf is mogelijk, bijvoorbeeld op het moment dat een jongere is weggelopen. Maar ook als een jongere nog thuis woont, kan het buitenshuis tot prostitutie worden aangezet. (bron: Defence for Children) Loverboys Verder is er een toename van prostitutie van adolescente meisjes. De laatste jaren gebeurt dit in toenemende mate onder dwang van zogenaamde 'loverboys': jongens die meisjes eerst verwennen met aandacht en cadeaus, maar uiteindelijk de gegroeide vertrouwensband misbruiken om hen te dwingen tot prostitutie (Van Dijke en anderen 2006). X Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Seksueel misbruik komt al voor bij jongens vanaf 10 tot 12 jaar. Het gaat hierbij om extra-familiaal misbruik en misbruik door pedoseksuelen. Bij jongens vanaf 12 tot 18 jaar is tevens sprake van geweld wegens seksuele voorkeur en prostitutie. De meeste autochtone en allochtone jongens zijn misbruikt door niet-verwante plegers, meestal pedoseksuele mannen van middelbare leeftijd die in de nabije omgeving van de slachtoffers wonen. In het onderzoek van Van Horn et al is een bevestiging gevonden voor bevindingen uit eerder onderzoek dat factoren die de kans op seksueel misbruik vergroten voor allochtone jongens niet anders zijn dan voor autochtone jongens. De gevoeligheid voor de aandacht, vleierijen, en materiële en/of financiële beloningen van de pleger vergroten de kans op seksueel misbruik. Bovendien speelt ook de psychische druk van vriendjes een rol in het toelaten en/of uitvoeren van seksuele handelingen. Met betrekking tot de aard van het misbruik zijn de, in dit onderzoek, gevonden verschillen tussen autochtone en allochtone jongens niet of nauwelijks significant. (Kooistra, 2006: 6) Toch zijn volgens Kooistra (2006: 4) Marokkaanse jongens oververtegenwoordigd als slachtoffer van seksueel misbruik door pedoseksuelen en prostitutie. Dit doordat zij vaker dan andere allochtone jongens zonder toezicht op straat rondhangen. Maar ook omdat zij goed ‘in de markt’ liggen. In een onderzoek van het NISSO (Venicz en Vanwesenbeeck 1998) en een rapport van ECPAT (2003) worden nog andere groepen slachtoffers genoemd: meisjes die als alleenstaande minderjarige asielzoeker in Nederland verblijven, jongeren uit voornamelijk Oost Europa die via mensenhandel in Nederland zijn gekomen en zwerfjongeren die seksuele contacten moeten gebruiken om aan geld of onderdak te komen. X Kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen die getuige zijn van geweld in het gezin. Die situaties kunnen ook schade bij het kind tot gevolg hebben. Het meest is bekend over kinderen die getuige zijn van partnergeweld, in het bijzonder van vrouwenmishandeling in heteroseksuele relaties. Bij naar schatting 30% tot 70% van de gevallen van vrouwenmishandeling worden ook de kinderen mishandeld. Naast vrouwenmishandeling valt ook mannenmishandeling en mishandeling in homorelaties onder partnergeweld. Daarnaast kan in gezinnen sprake zijn van geweld tussen broers en zussen en van oudermishandeling, wat wil zeggen dat kinderen gewelddadig zijn ten opzichte van hun ouders. Vergeleken met de gegevens over kinderen die geweld van hun vader tegen hun moeder aanschouwen, is er weinig bekend over de mate waarin zij getuige zijn van overige vormen van geweld. (bron: NJI) X Een specifieke vorm die alleen bij sommige groepen allochtonen voorkomt: Kinderen zijn soms getuige van eer gerelateerd geweld of eerwraak Er is een wezenlijk verschil tussen eer gerelateerd geweld en andere vormen van geweld waar kinderen getuigen van kunnen zijn. Eer gerelateerd geweld en eerwraak worden namelijk door families bewust in scène gezet, en ook goedgekeurd. Zo kan het gebeuren dat een kind getuige is van eerwraak op zijn moeder, en vervolgens verder wordt opgevoed door de grootouders van vaderskant die het brein vormden achter de moord op zijn moeder. (Zee, 2006: 112). X Cijfers
Van vormen van kindermishandeling die hier niet genoemd worden zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar Meisjesbesnijdenis Eerwraak/eermoord en eer gerelateerd geweld op minderjarigen Uithuwelijken minderjarigen Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) bij minderjarigen (meisjesbesnijdenis) Meisjesbesnijdenis treft meer dan 80 miljoen meisjes en vrouwen in de wereld. Het komt voor in 20 Afrikaanse landen en bij bevolkingsgroepen in een aantal landen in het Nabije Oosten en in Azië. In Somalië, Djibouti, Noord-Soedan en Mali worden bijna alle meisjes besneden en wordt veelal de meest ingrijpende vorm - infibulatie - toegepast. Tot in de jaren vijftig werd in delen van West-Europa en in de Verenigde Staten clitoridectomie als medische ingreep toegepast bij meisjes met hysterische klachten. Besnijdenis vindt meestal plaats bij jonge meisjes, de exacte leeftijd verschilt per land. Bij Somalische meisjes ligt de leeftijd tussen de 6 en 10 jaar, in ieder geval vóór de eerste menstruatie. De ingreep vindt vaak plaats tijdens schoolvakanties, zodat de meisjes kunnen herstellen. Over het uitvoeren van meisjesbesnijdenis in Nederland bestaan geen harde gegevens. Het is een publiek geheim dat families meisjes naar het buitenland sturen om de ingreep daar te laten uitvoeren. X Cijfers van meisjes in Nederland die risico lopen Eerwraak/eermoord en eer gerelateerd geweld op minderjarigen In 2003 werd het aantal slachtoffers van eremoorden in Nederland geschat op twintig per jaar. (Zee, 2006: 57) Het gaat hier niet alleen om minderjarigen. De meeste eremoorden spelen zich af onder mensen wier wortels in Turkije liggen. Van de zaken die de politie tijdens het proefproject behandelde, ging het bij 43 procent om mensen met een Turkse achtergrond. Het zou een vergissing zijn om hieruit te concluderen dat Turken vaker eremoorden plegen dan bijvoorbeeld Afghanen of Irakezen. Turken vormen nu eenmaal de grootste migranten groep in Nederland. (Zee, 2006: 93) Volgens de politie Haaglanden vormen mannen bijna de helft van het aantal dodelijke slachtoffers in erezaken. Vrouwen zijn vaker dan mannen slachtoffer van eer gerelateerd geweld dat geen dodelijke afloop kent. (Zee, 2006: 114/5) Volgens antropoloog Yerden van de Universiteit van Amsterdam is het gevaar van eer gerelateerd geweld bij Turken en Marokkanen sinds 2001 afgenomen: „Het is een hype. Er wordt van een mug een olifant gemaakt.” Hij doet ruim vijftien jaar onderzoek naar eerwraak. Zijn eerdere waarschuwingen aan politie en politiek, toen eerwraak toenam, werden in de wind geslagen. Nu hij zegt dat het ergste leed geleden is, vindt hij opnieuw geen gehoor. De rolverdeling in Turkse huishoudens verandert, zegt Yerden. „Turkse vrouwen van de tweede generatie hebben thuis dingen gezien, maar ze hebben in de Nederlandse samenleving ook leren discussiëren en een eigen mening leren vormen.” De emancipatie is begonnen. Turkse meiden gaan tijdens hun studie op kamers, of samenwonen. „De vrouwen van de eerste generatie dachten: mijn lichaam is van mijn man. De tweede generatie zegt: mijn lichaam is van mij. Het is geen vrijheid blijheid, maar het schuift op. De helft van de Turkse meisjes is geen maagd meer als ze trouwt.” Als de kuisheid in het geding is, de eer van de familie op het spel staat, zou je een flinke toename van eergerelateerd geweld verwachten. Maar die is er niet, ziet Yerden. „Ouders weten het, er wordt geroddeld in het theehuis en bij de moskee. Maar er wordt steeds minder gecorrigeerd, omdat de druk binnen de gemeenschap afneemt. Alle families hebben ermee te maken. De mentaliteit van de man is ook veranderd. Vaders en zonen pakken niet zomaar een mes of pistool om dochters af te maken. Eerwraak is bijna achterhaald. Het was vooral een probleem van de jaren tachtig en negentig. Nu is het alleen nog puur politieke paniek.” ’Eerwraak is al bijna weer achterhaald’ (Artikel Trouw) X Uithuwelijken van minderjarigen Hoe vaak het voorkomt dat meisjes gedwongen worden te trouwen, is niet bekend. Het is heel moeilijk de grens tussen een gedwongen huwelijk en een gearrangeerd huwelijk te trekken. Soms wordt een meisjes niet letterlijk gedwongen met de huwelijkspartner te trouwen die haar ouders hebben uitgekozen, maar voelt ze zich daartoe wel verplicht uit loyaliteit of staat ze dusdanig onder druk dat ze geen bezwaar durft te maken. De druk om akkoord te gaan, is overigens niet alleen groot voor meisjes. Jongens uit traditionele gezinnen hebben ook te maken met uithuwelijking en als zij weigeren, kan dit eveneens eer gerelateerd geweld ten gevolge hebben. (Zee, 2006: 104/5) X Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Eén op de vijf meisjes heeft wel eens gedwongen seks gehad. Waarbij het vooral gaat om meisjes met een vmbo-opleiding, en om Surinaamse en Antilliaanse meisjes Uit het onderzoek van Diepenmaat et al. (2006) blijkt dat vooral Turkse (17.1 procent), Marokkaanse (10.4 procent) en Surinaamse/Antilliaanse (7.4 procent) jongens een relatief groot risico lopen op een ongewenste seksuele ervaring. Ter vergelijking, voor Nederlandse jongens is de kans 2.2 procent, voor Marokkaanse en Turkse meisjes is de kans respectievelijk 2.7 procent en 2.3 procent, voor Nederlandse meisjes is de kans 6.9 procent. Marokkaanse en Turkse jongens zijn relatief vaak slachtoffer van seksuele dwang én hebben relatief vaak wel eens iemand gedwongen tot seksuele handelingen. Surinaamse en Antilliaanse meisjes worden volgens De Graaf et al. (2005) relatief vaker gedwongen tot seksuele handelingen, maar dit verschil met andere groepen meisjes is volgens de onderzoekers volledig toe te schrijven aan het relatief lager opleidingsniveau. Jongens worden vaker dan meisjes buiten Het onderzoek Seksuele Gezondheid in Nederland (Bakker, 2006) geeft statistische kenmerken van plegers, gebaseerd op informatie die verstrekt is door slachtoffers. Hetzelfde onderzoek bevat ook gegevens over plegers die zelf aangaven ooit iemand gedwongen te hebben tot iets seksueels. Van de mannen van Nederlandse afkomst rapporteert 3,8 procent ooit wel eens iemand gedwongen te hebben tot seksueel gedrag, tegen 10.6 procent van de mannen van Surinaams/Antilliaanse afkomst, 8,2 procent van de mannen van Turkse of Marokkaanse afkomst en 8,2 procent van de mannen afkomstig uit Indonesië. Hierbij moet opgemerkt worden dat het in het onderzoek om kleine aantallen gaat. (‘Seksueel misbruik: cijfers en feiten’ MOVISIE) X Uit een studie van het NISSO in 1998 over (gedwongen) prostitutie onder minderjarige (allochtone) meisjes; kwam een voorzichtige schatting van 1500 à 2000 minderjarige meisjes die zeker of vermoedelijk in de prostitutie werkzaam zijn of geweest. Van deze meisjes is waarschijnlijk tweederde van niet-westers allochtone afkomst. De tweede grote groep meisjes in van Marokkaanse afkomst. Uit Nigeria vervolgens, is ruim 8% afkomstig en uit verschillende (andere) Afrikaanse landen in totaals ruim 12%. Bijna 9% van de meisjes is afkomstig uit de verschillende Oost-Europese landen. Van de allochtone meisjes is 39% recent geïmmigreerd. Van de recent geïmmigreerden is 63% voor of na hun tewerkstelling in de prostitutie als AMA (alleenstaande minderjarige asielzoeker) inde asielprocedure gekomen. Dit betreft voornamelijk Chinese, Nigeriaanse en andere West-Afrikaanse meisjes. Marokkaanse meisjes lijken tien keer vaker in de jeugdprostitutie vertegenwoordigd te zijn dan in de algehele bevolkingsgroep van die leeftijd en sekse. Surinaamse meisjes lijken ongeveer drie maal zo sterk vertegenwoordigd in de jeugdprostitutie als in de algehele bevolking. Min of meer hetzelfde geldt voor Turkse meisjes. Allochtone minderjarige prostituees zijn een relatief nieuw verschijnsel. De maffia lijkt bij de instroom van ‘nieuwe nationaliteiten’ een belangrijke rol te spelen. (Venics ea, 1998, 25/30). X Het meest recente onderzoek spreekt van 1 op de 10 jongens van Marokkaanse en Turkse achtergrond als slachtoffer van seksuele dwang. Waarschijnlijk is er sprake van onderrapportage. Allochtone jongens doen zelden aangifte, en als er wel meldingen zijn, worden deze niet omgezet in aangiften. Ook wordt er bij de politie niet geregistreerd op etniciteit. (Kooistra, 2006: 4) Op grond van de informatie van de politie en hulpverleners kan worden geconcludeerd dat het niet eenvoudig is om een schatting te maken van de omvang van prostitutie van minderjarige allochtone jongens. Belangrijkste factoren die hierin een rol spelen zijn het taboe op homoseksuele contacten, het wantrouwen van de jongens ten opzichte van instellingen en de toename in het gebruik van internet en mobiele telefoons voor het leggen van contacten met klanten. Eén van de in publicaties meest beschreven groepen zijn de Marokkaanse jongens. Volgens de laatst bekende telling, verricht in 1994, zouden zich minimaal 3.000 jongens op jaarbasis in het prostitutiecircuit begeven. (Kooistra, 2006: 10) X Risicofactoren De gevolgen van kindermishandeling
Voor de gevolgen van kindermishandeling in het algemeen, verwijzen we u naar het kennisdossier van het NJI. Voor sommige vormen van kindermishandeling hebben wij specifieke informatie gevonden over de gevolgen voor allochtone slachtoffers. Deze informatie geven wij op deze pagina weer. Lichamelijke mishandeling Algemeen Meisjesbesnijdenis Psychische of emotionele mishandeling Algemeen Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Algemeen Lichamelijke mishandeling Opvallend is dat de meeste respondenten in het onderzoek van Metin ea (of zij nu Antilliaans, Turks, Afro-Surinaams, of Marokkaans zijn) het geweld dat zij in hun jonge jaren hebben ondergaan, niet als huiselijk geweld zien en het ook nooit zo ervaren hebben. In de opvoeding hoor je gewoon een pak rammel te krijgen, zeker als jongen (Metin ea, 2006: 165) Yerden trekt een soortgelijke conclusie. Het merendeel van de geïnterviewde Marokkaanse en Turkse kinderen uit het onderzoek van Yerden is van mening dat ouders tikken of klappen mogen geven ingeval een kind ongehoorzaam of ondeugend is. Op die manier leren kinderen dat bepaalde dingen niet mogen en zullen zij het niet meer doen. Meer nog dan de ouders blijken de kinderen het slaan af te meten aan de ernst van de begane overtreding. Over het algemeen kan gezegd worden dat kinderen huiselijk geweld ‘accepteren’ en niet gauw in opstand komen tegen hun ouders. Het geweld wordt dan ook niet gezien als geweld, maar als een opvoedingsmethode van de ouders. (Yerden, 2008: 89) Volgens alle moeders uit het onderzoek van Yerden proberen zij bij het gebruiken van lichamelijk geweld tegen hun kinderen geen ernstig letsel te veroorzaken. Zowel jongens als meisjes proberen het lichamelijk geweld te voorkomen door hun ouders te gehoorzamen, niet tegen te spreken en mogelijke confrontaties te vermijden. Bijna alle jongeren praten vanwege de schaamte en angst voor roddel met niemand over het gepleegde lichamelijk geweld door ouders. Slechts enkele meisjes nemen een familielid (zus, nicht) of vriendin in vertrouwen. (Yerden, 2008: 233) X Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) bij minderjarigen (meisjesbesnijdenis) Over de psychische gevolgen van meisjesbesnijdenis is niet veel bekend. In nogal wat publicaties wordt weliswaar een en ander over geschreven maar er is - zeker in vergelijking met over de lichamelijke gevolgen - zeer weinig onderzoek gedaan naar de blijvende gevolgen van meisjesbesnijdenis op psychisch, sociaal en psycho-seksueel gebied. Bij Pharos loopt vanaf 1 januari 2008 een onderzoek naar deze gevolgen. Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), Centrum'45, de Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN) en andere eigen organisaties uit Afrikaanse gemeenschappen. Er wordt met getrainde interviewers uit de eigen gemeenschap gewerkt en er worden kwantitatieve en kwalitatieve gegevens verzameld en daarna geanalyseerd. De respondenten (N = 72) of hun ouders zijn afkomstig uit de volgende risicolanden: Somalie, Soedan, Ethiopie, Eritrea en Sierra Leone. De resultaten van het onderzoek zullen dienen als uitgangspunt bij de ontwikkeling van materialen en interventies ten behoeve van hulpverleners die te maken krijgen met deze groep vrouwen. Meer informatie over wat bekend is over de psychische gevolgen van meisjesbesnijdenis alsook over het doel van het onderzoek. Mogelijke medische complicaties na een besnijdenis zijn: extreme pijn, bloedingen, urineweginfecties, geslachtsorgaaninfecties, een HIV infectie door besmette instrumenten, en zelfs de dood (Taylor, 200, 32). Op langere termijn doen zich de volgende medische complicaties voor: medisch ingrijpen om seksuele gemeenschap en bevalling mogelijk te maken, menstruatieklachten en moeilijke en /of pijnlijke urinelozing, urineweginfecties, chronische pijn in de onderbuik, onvruchtbaarheid door gynaecologische infecties, littekenvorming en problemen bij inwendig onderzoek. Veel vrouwen die zich hebben laten besnijden lijden aan chronische pijn en mobiliteitsproblemen. (Engelhard, 2007: 90) Zie ook www.meisjesbesnijdenis.nl/over/meisjesbesnijdenis X Psychische of emotionele mishandeling Bijna alle Turkse en Marokkaanse kinderen uit het onderzoek van Yerden kunnen wel begrip opbrengen voor hun ouders die hun kinderen psychisch onder druk zetten. De meesten zijn zich welbewust van het feit dat de ouders vroeger nooit anders geleerd hebben. Volgens de kinderen willen hun ouders een goede toekomst voor hun kinderen. Ouders hebben goede bedoelingen met hun kinderen. De ouders hebben het op deze manier geleerd van hun ouders en zoals de traditie wil, geven ze het op dezelfde manier door aan hun kinderen. Net als de ouders hechten de meeste kinderen ook aan hun eigen cultuur en tradities. Wanneer de ouders de kinderen psychisch onder druk zetten, worden de kinderen stil. De kinderen wachten tot de uitbarsting van hun ouders voorbij is. Daarna proberen zij het voorval zo snel mogelijk te vergeten. De meeste jongens en meisjes willen voor alles voorkomen dat de buitenwereld lucht krijgt van de conflicten die zich afspelen binnen het gezin. Sommige jongeren keuren het psychisch geweld door hun ouders wel af, maar uit liefde voor de ouders leggen zij zich er bij neer. Andere jongeren vertellen zich schuldig te voelen wanneer zij zien dat hun ouders zich machteloos voelen. Zij willen hun ouders geen pijn doen. Meer dan de helft van de geïnterviewde kinderen zegt zich na afloop aan te passen aan de wensen of verwachtingen van hun ouders. Een ander deel komt regelrecht in verzet tegen hun ouders, bijvoorbeeld door weg te lopen. Ook zijn er kinderen die, om de vrede te bewaren, de ouders alleen maar het gevoel geven dat zij het met hen eens zijn. In werkelijkheid veranderen zijn niet. (Yerden, 2008 : 204/6) X Seksueel misbruik en prostitutie onder allochtone jongeren Over seksueel misbruik in de jeugd van jongens is weinig bekend. Er is weinig studie naar gedaan en er wordt weinig over geschreven in de media. Uit het onderzoek dat wel bekend is, komt naar voren dat mannen/jongens na deze misdrijven dezelfde gevoelens ervaren als vrouwelijke slachtoffers, zoals schaamte, zelfverwijt en schuldgevoel. Daarnaast hebben zij extra problemen omdat de maatschappelijke norm is dat mannen zichzelf moeten kunnen beschermen. Er kan ook verwarring ontstaan bij het slachtoffer als hij tijdens een verkrachting een erectie krijgt. Sommige mannen kunnen hierdoor geloven dat zij niet verkracht zijn, of zelfs toestemming hebben gegeven. (Kooistra, 2006: 5) Seksueel misbruik wordt in divers onderzoeken beschouwd als een van de factoren die de kans op prostitutie vergroten. (Kooistra, 2006: 10/11) Een groot deel van de minderjarige prostituees kampt met een aantal ernstige, praktische problemen. Zo heeft een groot deel geen vaste woonplaats en ook geen afgemaakte opleiding. Hierdoor lijkt er voor veel minderjarige prostituees buiten de prostitutie nauwelijks een toekomstperspectief te bestaan. (Venics ea, 1998, 56). Incest in Turkse en Marokkaanse gezinnen: als we een vergelijking maken met incest in Nederlandse gezinnen, dan vallen allereerst de vele overeenkomsten op: wanhoop, zich vies voelen, schuld- en schaamtegevoelens zijn bekende emoties. Dat neemt niet weg dat er ook belangrijke verschillen zijn, die te maken hebben met de positie van migranten in Nederland: men is minder op de hoogte van mogelijkheden van hulpverlening, en men vormt een minderheidsgroep die te maken krijgt met stigma’s en vooroordelen. Dat betekent een extra drempel om tegenover Nederlandse hulpverleners opening van zaken te geven. Maar het grootste verschil lijkt te liggen in de angst dat de gemeenschap weet krijgt van de incest en de eventuele ontmaagding van een meisje. Het belang van maagdelijkheid impliceert specifieke signalen, zoals angst van het meisje om te trouwen en overdreven preoccupatie van de vader met de maagdelijkheid van het meisje. Incest bij Nederlandse meisjes noemt men wel een gezinsdrama; incest bij Turkse en Marokkaanse meisjes mag met recht een familiedrama of misschien wel een gemeenschapsdrama genoemd worden. Een meisje dat met incest te maken heeft komt voor vele dilemma’s te staan. Als ze gaat praten, loopt ze kans niet geloofd te worden, omdat incest binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap nog zo’n onbekend en onvoorstelbaar iets is. Als men wel gelooft dat er iets gebeurd is, loopt ze de kans zelf de schuld te krijgen, maar ook zonder dat kan ze bang zijn voor de mogelijk consequenties: een gedwongen huwelijk met de pleger of het schrikbeeld dat zij nooit meer een goed huwelijk kan sluiten. Incestslachtoffers zijn ook heel bang ‘slecht’ gevonden te worden en ook dit vormt een belangrijke drempel om een hulpverleenster in vertrouwen te nemen, zelfs als zij al is weggelopen van huis. Meisjes doen zeer weinig aangifte. (Deug, 1989 : 186) X Beleid en praktijk inzake voorkoming en bestrijding van kindermishandeling
Hulpverlening : aandachtspunten, adviezen, en bestaande voorzieningen • Competenties • Aandachtspunten voor specifieke doelgroepen (Emancipatie van allochtone mannen, Turken, Afro-Surinamers, Marokkanen, Vluchtelingen ) • Werken met tolken • Actuele ontwikkelingen en kansen (Diversiteit in het Jeugdbeleid, Stichting kinderpostzegels, Het expertisecentrum voor Multi-Etnisch Politiewerk) Aanvullende informatie met betrekking tot specifieke vormen van kindermishandeling • Lichamelijk geweld • Eer gerelateerd geweld (Bestaand beleid, Lacunes in bestaand beleid en suggesties voor verbetering, Instanties en voorzieningen) • Lichamelijk/eer gerelateerd geweld naar aanleiding van homoseksualiteit • Meisjesbesnijdenis • Lijfstraffen op de koranschool • Seksueel misbruik en jeugdprostitutie (Incest, Jeugdprostitutie, Allochtone jongens) Hulpverlening : aandachtspunten, adviezen, en bestaande voorzieningen Het is niet mogelijk om een standaardoplossing bij kindermishandeling aan te dragen, omdat het meestal gaat om gecompliceerde situaties, die allemaal weer anders zijn. Vanwege de grote verschillen in opvoedingssituaties en in (sub)culturen, kan het voorkomen dat sommige aanbevelingen met elkaar in tegenspraak zijn. Dit alleen al geeft aan hoe moeilijk het handelen in situaties van kindermishandeling kan zijn. Bovendien speelt niet elke hulpverlener dezelfde rol in de voorkoming en bestrijding van kindermishandeling. Aan de hulpverlener (in overleg met anderen) de keus welke strategie op welk moment bij welk gezin het beste zal zijn. Om verantwoord te kunnen handelen moet men beschikken over een voldoende hoeveelheid kennis, een juiste houding en een ruim aantal vaardigheden. Voor algemene kennis over kindermishandeling (signalen, vormen, achtergronden) verwijzen we naar het dossier van het NJI. Voorts dient men kennis te hebben over risicofactoren die specifiek zijn voor allochtonen. X Competenties Djie (2007) waarschuwt voor bepaalde valkuilen in de hulpverlening aan mensen met een andere culturele achtergrond, en geeft verschillende adviezen om de hulpverlening beter te laten verlopen. Djie stelt ten eerste dat in de hulpverlening aan allochtonen rekening gehouden moet worden met de migratiegeschiedenis. Lees verder XAandachtspunten betreffende enkele belangrijke allochtone doelgroepen Daders van huiselijk geweld maken iets zichtbaar wat jarenlang niet zichtbaar is geweest. Namelijk, dat de emancipatieprocessen die in Nederland vanzelfsprekend zijn geworden, niet zo vanzelfsprekend zijn voor in Nederland wonende allochtone groepen. Veel emancipatietrajecten zijn altijd gericht geweest op vrouwen. Meer over specifieke groepen: Allochtone mannen, Turken, Afro-Surinamers, Marokkanen, Vluchtelingen XWerken met tolken Over het gebruik van een tolk zijn de meningen verdeeld. Het is zinvol aan de mensen met een taalbarrière zelf te vragen hoe ze daarmee om willen gaan. Sommige ouders willen liever geen tolk, omdat ze bang zijn dat hun probleem dan in hun gemeenschap bekend zal worden. Je moet in ieder geval nooit een kind gebruiken als tolk, zeker niet als het over mishandeling gaat. De machtspositie die het kind daarmee verwerft, verergert het probleem. (Zandijk ea, 1996: 46) Meer informatie in de folder Wanneer laten tolken? (pdf-bestand) X Actuele ontwikkelingen en kansen De nota “Diversiteit in het Jeugdbeleid” van het Ministerie voor Jeugd en Gezin Stichting kinderpostzegels Het expertisecentrum voor Multi-Etnisch Politiewerk (MEP)Aanvullende informatie met betrekking tot specifieke vormen van kindermishandeling X Lichamelijk geweld Movisie en Ada Awareness hebben de Training Als ik hem was ontwikkeld. Deze training bestaat uit vier dvd’s (met handleiding) die handvatten bieden om huiselijk geweld bespreekbaar te maken onder allochtone mannen, zowel daders als omstanders. In eerste instantie verschijnt een versie van de film die zich richt op mannen met een Turkse achtergrond. Een film die zich richt op Antilliaanse en Surinaamse mannen is in voorbereiding. MOVISIE organiseert in samenwerking met Stichting Ada Awareness deze pilottraining voor hulpverleners en andere deskundigen die de film bij hun activiteiten gericht op Marokkaanse mannen willen inzetten. Hiernaast wordt ook een pilottraining specifiek voor voorlichters aangeboden. Veilige Haven is de plek voor Amsterdamse meiden en jongens met een etnische achtergrond en homo-, biseksuele, lesbische of transgender gevoelens. X Eer gerelateerd geweld Bestaand beleid/kennis/vaardigheden/interventies Lacunes in bestaand beleid/kennis/vaardigheden/interventies, en suggesties voor verbetering Instanties organisaties die actief zijn in de strijd tegen eer gerelateerd geweld, en bestaande voorzieningen XLichamelijk/eer gerelateerd geweld naar aanleiding van homoseksualiteit Het taboe op het hebben van seksuele contacten met mannen lijkt bij Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongens met een islamitische achtergrond een grotere rol te spelen dan bij Nederlandse slachtoffers. Lees verder Veilige Haven, voor holebi-jongeren met etnische achtergrond XMeisjesbesnijdenis Als besnijdenis eenmaal heeft plaatsgevonden, is er niet langer sprake van een risico voor het betreffende meisje, en bestaan er ook geen acties om de gevolgen ongedaan te maken. Lees verder XLijfstraffen op de koranschool De Amsterdamse deelraadvoorzitter Marcouch heeft, vanwege de wanpraktijken in moskeeën, een pleidooi gehouden het islamitisch godsdienstonderwijs op openbare scholen onder te brengen. Formeel bestaat de mogelijkheid. Het neutrale karakter van de school wordt niet aangetast. Als ouders erom vragen, dan moet een school een verzoek inwilligen, zoals ook gebeurt als katholieke of protestantse ouders met kinderen op een openbare school een verzoek doen. In dat geval krijgt het islamitisch onderwijs een plek binnen het regulier schoolaanbod en geven docenten les die door de school zijn aangesteld en worden betaald vanuit het schoolbudget. De inspectie bewaakt de kwaliteit van het onderwijs. Lees artikel in Trouw X Seksueel misbruik en jeugdprostitutie Incest in Turkse en Marokkaanse gezinnen: als we een vergelijking maken met incest in Nederlandse gezinnen, dan vallen allereerst de vele overeenkomsten op: wanhoop, zich vies voelen, schuld- en schaamtegevoelens zijn bekende emoties. Lees meerJeugdprostitutie - De politie en hulpverlening hebben vanuit de wet maar beperkt middelen om tegen jeugdprostituees op te treden, omdat prostitutie in Nederland niet verboden is. Tegen diegene(n) die haar tot prostitutie aanzet(ten), of dat nu onder dwang gebeurt of niet, kan wel worden opgetreden. Lees meerAllochtone jongens - In de notitie ‘Jongens huilen niet’ wordt geconstateerd dat er bij de problematiek van seksueel misbruik van allochtone jongens sprake is van een onderrapportage. Het probleem is groter dan uit de cijfers blijkt. Lees meer X |


Lees verder