Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Veel gestelde vragen

Asielzoekers

  • Hoe ziet de huidige asielprocedure eruit?

    De asielprocedure is per juli 2010 herzien. Asielzoekers die per vliegtuig Nederland bereiken kunnen een asielverzoek indienen op de luchthaven Schiphol, overige asielzoekers dienen het verzoek in te dienen in een van de Centrale Opvang Locaties (COL). Vervolgens gaan asielzoekers naar een centrum, een zogeheten procesopvanglocatie (POL), voor een rust- en voorbereidingsperiode van minimaal zes dagen. In de praktijk duurt die periode meestal veel langer. Hier krijgt men een medisch onderzoek aangeboden, en gesprekken met medewerkers van VluchtelingenWerk en met een advocaat.

    Na de periode van rust en voorbereiding start de algemene asielprocedure met het indienen van een asielaanvraag in een van de aanmeldcentra in Nederland. Dit duurt acht dagen en in bijzondere gevallen maximaal veertien dagen. Tijdens deze procedure vinden gesprekken plaats met de IND in het eerste gehoor en het nadere gehoor, dit in het bijzijn van een tolk. Ook is er dan veel contact met de advocaat.

    Voldoet iemand wel aan de voorwaarden, dan volgt direct de beslissing en krijgt diegene een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd voor vijf jaar. Als iemand niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning, ontvangt hij een voornemen tot afwijzing, hier kan de advocaat op reageren. Mocht dit verweer afgewezen worden in de beslissing, dan kan de advocaat namens de asielzoeker in beroep gaan bij de rechtbank.

    Wanneer de IND meer tijd nodig heeft voor onderzoek, dan wordt de asielaanvraag verder behandeld in de verlengde asielprocedure. Deze duurt in principe maximaal zes maanden, maar kan onder bepaalde omstandigheden meer tijd vergen. 

  • Hoe werkt het medisch advies ten behoeve van de asielprocedure?

    In 2010 is de vernieuwde asielprocedure gestart. Sindsdien is er meer aandacht voor het zo vroeg mogelijk onderkennen van medische problematiek.

    De oude, snelle Nederlandse 48-uursprocedure kreeg veel kritiek. Nationale en internationale organisaties wezen op de gevaren van deze snelle beoordeling voor kwetsbare asielzoekers, zoals slachtoffers van marteling en getraumatiseerden. Juist zij slagen er regelmatig niet in om hun vluchtverhaal goed over het voetlicht te brengen. Een van de vernieuwingen in de asielprocedure is dat er sinds 2010 voorafgaand aan de procedure een rust- en voorbereidingstijd is ingelast waarin op vrijwillige basis een medisch onderzoek wordt aangeboden aan alle asielzoekers. Dit onderzoek resulteert in het Medisch Advies Horen en Beslissen. Doel is vast te stellen of er beperkingen zijn die voortkomen uit medische problematiek, en die ertoe leiden dat een asielzoeker niet goed kan vertellen over het asielverhaal. Dit leidt dan namelijk tot hiaten, incoherenties en inconsistenties.

    Een medische adviesorganisatie (tot 2015 Medifirst en sindsdien FMMU) voert in opdracht van de IND het medisch onderzoek uit met hulp van verpleegkundigen en artsen. Het medisch advies wordt naar de IND gestuurd, die dit zowel bij het horen van de asielzoeker als bij het nemen van een beslissing over de asielaanvraag mee moet wegen. 

  • Hoe ziet het huidige zorgsysteem voor asielzoekers eruit?

    Sinds 2009 is het zorgsysteem voor asielzoekers zoveel mogelijk gebaseerd op het reguliere zorgsysteem. In de gezondheidszorg voor asielzoekers spelen drie partijen een centrale rol:

    1.    Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) regelt de hele opvang van asielzoekers en heeft als een van de taken de zogenaamde niet-medische gidsfunctie, het wegwijzen naar de zorg.

    2.    Het COA heeft voor de curatieve zorg een contract afgesloten met zorgverzekeraar Menzis en voor de publieke gezondheidszorg met GGD GHOR Nederland.

    3.    De medische teams van GZA (zie www.gzasielzoekers.nl) fungeren als een landelijke eerstelijnspraktijk, waarbij praktijkondersteuners asielzoekers (POH-A) en consulenten ggz in dienst zijn. Deze werken samen met lokaal gecontracteerde huisartsen. Naast deze lokale praktijken kunnen asielzoekers via een landelijke praktijklijn een afspraak maken met een huisarts of andere zorgverlener. Het medisch dossier wordt bijgehouden in het Huisartsen Informatie Systeem (HIS).

    Factsheet medische zorg aan asielzoekers in Nederland, met een overzicht van de vergoedingen waar asielzoekers recht op hebben (MCA, COA, GGD GHOR Nederland en GC A)

  • Wat zijn de meest voorkomende gezondheidsklachten bij asielzoekers?

    Uit een rapport van de Gezondheidsraad (2016) en uit de kennissynthesen van Pharos (2016) komt naar voren dat vluchtelingen en asielzoekers meer psychische en lichamelijke problemen rapporteren dan de autochtone bevolking en andere niet-westerse migranten in Nederland. Asielzoekers geven daarbij meer klachten aan dan vluchtelingen: een slechtere algemene gezondheid, meer symptomen van posttraumatische stress (PTSS) en meer symptomen van angst en depressie.

    De gezondheid van asielzoekers en vluchtelingen blijkt zowel slechter dan die van de autochtone Nederlandse bevolking als die van andere mensen met een migratie-achtergrond. Daarnaast geeft de helft van de asielzoekers en vluchtelingen aan dat zij chronische klachten hebben. De meest genoemde chronische klachten zijn: ernstig nek- en schouderproblemen, pijnlijke rugklachten, migraine en hevige hoofdpijn. Ook lopen zij meer risico op het ontwikkelen van diabetes en overgewicht.

    Asielzoekers worden minder gezond naarmate de asielprocedure en daarmee het verblijf in een asielzoekerscentrum langer duurt. Met name de psychiatrische problematiek neemt dan toe (Laban, 2010).

  • Hoe is de zorg voor uitgeprocedeerde asielzoekers geregeld?

    Als asielzoekers uitgeprocedeerd raken, worden zij in principe teruggestuurd naar het land van herkomst. In een aantal gevallen lukt dit niet en belanden zij in de illegaliteit in Nederland. Zij vormen een klein deel van de naar schatting 35.000 tot 40.000 ongedocumenteerde vreemdelingen in Nederland.

    Veel vaker dan de totale Nederlandse bevolking voelen ongedocumenteerden zich ongezonder. Hierbij staan op de voorgrond: psychische klachten (angst, somberheid, onrust, slaapproblemen), stressgebonden lichamelijke klachten, gynaecologische klachten en huidaandoeningen. De incidentie van infectieziekten als tuberculose en geslachtsziekten is hoog.

    Om illegaal verblijf te ontmoedigen is in 1998 de Koppelingswet in werking getreden. Deze wet bepaalt dat vreemdelingen zonder verblijfsvergunning geen recht hebben op collectieve voorzieningen. Uitzondering voor de uitsluiting zijn onderwijs (tot de leeftijd van 18 jaar), rechtshulp en de verlening van medisch noodzakelijke zorg. Daar hebben zij wel recht op. Medisch noodzakelijke zorg is door de overheid in navolging van de medische beroepsorganisaties gedefinieerd als alle zorg opgenomen in het wettelijke basispakket, maar onder de voorwaarde dat de behandelend arts vaststelt dat de zorg medisch noodzakelijk is.

    Sinds 2009 bestaat er een nieuwe regeling voor de financiering van de zorg aan illegale vreemdelingen die niet verzekerbaar zijn, die door het CAK wordt uitgevoerd. Het CAK voert namens de overheid een regeling uit om huisartsen, ziekenhuizen en andere zorgaanbieders die zorg verlenen aan ongedocumenteerde vreemdelingen te compenseren. 

  • Hoe werkt het aanvragen van een verblijfsvergunning voor medische behandeling?

    Een zieke asielzoeker wiens asielverzoek is afgewezen kan een aanvraag doen om vanwege medische redenen niet uitgezet te worden. Dit is een regeling beschreven in artikel 64 van de Vreemdelingenwet en wordt vaak een artikel 64-aanvraag genoemd. Hierbij beoordeelt de medisch adviseur van het Bureau Medische Advisering van de IND op basis van informatie van behandelaars of de medische problematiek voldoende ernstig is en of er geen gezondheidszorg in het land van herkomst is te krijgen. Toekenning van dit uitstel van vertrek is tijdelijk en kan éénmaal worden verlengd.

    Als de medische situatie nog steeds ernstig is kan dit uitmonden in een reguliere (dat wil zeggen anders dan een asielaanvraag) verblijfsvergunning voor medische behandeling voor een jaar. Na drie jaar kan dit leiden tot een definitieve verblijfsvergunning. In de praktijk is het lastig om aan de eisen te voldoen voor het verkrijgen van uitstel van vertrek of een reguliere verblijfsvergunning.

  • Hoe ziet het huidige terugkeerbeleid eruit?

    Terugkeermigratie naar het land van herkomst is een veelbesproken onderwerp onder beleidsmakers en politici. De lijn die de Nederlandse overheid hanteert is als volgt: ‘Beleid om terugkeer te bevorderen is een integraal onderdeel van het migratiebeleid en is essentieel voor het draagvlak voor en de geloofwaardigheid van het toelatingsbeleid. Uitgangspunt in het terugkeerbeleid is zelfstandige terugkeer.’

    De uitvoering van de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, maar ook andere vreemdelingen die niet (meer) in Nederland mogen verblijven is in handen van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Het doel is eerst de vreemdeling te bewegen tot vrijwillige zelfstandige terugkeer via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) of een van de andere organisaties die begeleiden bij terugkeer. Als een vreemdeling hieraan niet wil meewerken, wordt het traject van de gedwongen terugkeer doorlopen via DT&V. Daarbij kan een vreemdeling ook in de zogeheten vreemdelingendetentie belanden. 

  • Wat is de relatie tussen gezondheid en terugkeer?

    De relatie tussen gezondheid en het besluit tot terugkeer blijkt niet eenduidig. Enerzijds zijn er aanwijzingen dat gezondheidsklachten kunnen bijdragen aan terugkeer. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die hun klachten wijten aan het verblijf in Nederland en denken dat hun klachten zullen verdwijnen wanneer ze terug zijn in een vertrouwde omgeving.

    Meestal vinden onderzoekers desalniettemin dat medische klachten juist een belemmering vormen voor terugkeer. Een vaak genoemde verklaring is dat de medische voorzieningen in het land van herkomst over het algemeen slechter of minder toegankelijk zijn dan in Nederland. Het gaat hierbij dan om de aanwezigheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid van medisch noodzakelijke zorg. Ook is het aannemelijk dat mensen met gezondheidsklachten minder goed in staat zijn om zich te informeren over terugkeermogelijkheden. Een andere verklaring luidt dat mensen met gezondheidsklachten hun familieleden in het land van herkomst niet willen belasten met hun ziekte en de bijkomende medische kosten. En voor mensen die geen netwerk meer hebben in het land van herkomst is terugkeer met gezondheidsklachten helemaal een onzekere stap.

    Naarmate mensen gezonder zijn, blijken zij positiever te staan ten opzichte van terugkeer en hun mogelijkheden tot herintegratie in het land van herkomst. Gezondheid draagt kennelijk bij aan het (zelf)vertrouwen dat nodig is om terugkeer tot een succes te maken. Opmerkelijk is voorts dat (psychisch) gezonde asielzoekers in vergelijking tot asielzoekers met gezondheidsklachten ontvankelijker zijn voor beïnvloeding vanuit organisaties en druk van de overheid tot zelfstandige terugkeer. 

  • Wat zijn de meest voorkomende psychosociale problemen bij terugkeer?

    Iedere asielzoeker of vluchteling die de optie terugkeer overweegt, wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, verwachtingen van zichzelf en van anderen, mogelijkheden en onmogelijkheden, steun en een gebrek aan steun, kwetsbaarheid en kracht. Al deze (psychosociale) aspecten beïnvloeden het terugkeerproces. Zo blijkt bij een kwart van de terugkeerders dat het nemen van de beslissing veel spanning veroorzaakt tussen partners en/of tussen ouders en kinderen. Daarnaast is er ook veel angst voordat men terugkeert. Gevoelens van schaamte en schuld spelen een grote rol, maar ook het wennen aan de ‘nieuwe identiteit’. Mensen voelen zich en/of zijn niet altijd meer welkom in het land van herkomst.

    Psychische klachten kunnen het denken en handelen beïnvloeden, of zelfs verlammen in het geval van een psychiatrische ziekte. Wanneer de cliënt bijvoorbeeld een posttraumatische-stressstoornis heeft, kan dit leiden tot een overwaardering van reële angsten, zoals voor de eigen veiligheid. En iemand met een depressie heeft naar alle waarschijnlijkheid geen interesse in hoe of waar zijn toekomst ligt.

    De gezondheid en het welbevinden van de terugkeerder heeft directe invloed op het vermogen het leven in het land van herkomst succesvol op te pakken. Psychosociale begeleiding, met oog voor het welbevinden van (potentiële) terugkeerders, is daarom een onlosmakelijk onderdeel van het terugkeerproces. 

Meisjesbesnijdenis

  • Wat te doen bij een vermoeden van meisjesbesnijdenis?

    Hebt u het vermoeden dat een meisje besneden gaat worden of besneden is, dan kunt u uw vermoeden (ook anoniem) melden bij uw regionale steunpunt van Veilig Thuis. U kunt ook om advies vragen en samen met een medewerker overleggen over de ernst van de situatie en wat de signalen zijn. Zij hebben specifieke expertise op het gebied van kindermishandeling en weten hoe te handelen. Daarnaast is bij iedere Veilig Thuis-organisatie een medewerker getraind als aandachtsfunctionaris op het gebied van vgv. Als medisch professional bent u verplicht om volgens de meldcode kindermishandeling van uw beroepsgroep te handelen.

  • Hoe maak ik als medisch professional meisjesbesnijdenis bespreekbaar met een vrouw uit een risicoland?

    Omdat je met iemand spreekt met een ander waarden- en normenpatroon, raden we aan de gesprekstechnieken van motiverende gespreksvoering toe te passen. Want het gaat om het veranderen van een gewoonte. Pharos geeft trainingen over het bespreekbaar maken van meisjesbesnijdenis.

  • Waarom bemoeit de Nederlandse overheid zich met vgv of meisjesbesnijdenis?

    De Nederlandse overheid heeft zich al in 1993 uitgesproken tegen vgv. Omdat met het uitvoeren van een vgv de mensenrechten worden geschonden, evenals de vrouwenrechten en kinderrechten. Het levert een groot gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het meisje of de vrouw die het ondergaat.

  • Wat is sunna?

    In de praktijk zien we dat het niet echt duidelijk is wat ‘sunna’ precies inhoudt. 'Sunna’ blijkt een verzamelbegrip voor alle vormen van meisjesbesnijdenis. Hulpverleners wordt daarom aangeraden door te vragen en nooit zomaar het antwoord ‘sunna’ te accepteren.

  • Waarom kunnen we de lichtste vorm van besnijdenis niet gewoon accepteren?

    Dat kan niet, omdat ook deze vorm van vgv een inbreuk is op de lichamelijke integriteit en daarmee ook een schending van de mensenrechten, kinderrechten en vrouwenrechten.

  • Waarom kan (een milde vorm van) meisjesbesnijdenis niet worden uitgevoerd in een Nederlands ziekenhuis, waar het hygiënisch is en onder verdoving kan?

    Dat kan niet omdat de ernst van de ingreep overeind blijft: het is een ernstige inbreuk op de integriteit van de vrouw die het ondergaat. Er zijn zeer grote acute en chronische lichamelijke en geestelijke risico’s aan verbonden. Het is een extreme vorm van vrouwenonderdrukking. Meisjesbesnijdenis is een schending van de mensenrechten, kinderrechten en vrouwenrechten. De Verenigde Naties en het Inter-African Committee on Traditional Practices veroordelen dit scherp.

  • Weet u waar ik een hersteloperatie uit kan laten voeren?

    Als u met hersteloperatie een openingsingreep bedoelt waarbij het litteken wordt opengesneden en snijvlakken zodanig worden gehecht dat ze niet meer aan elkaar kunnen groeien, dan kunt u in eerste instantie contact opnemen met een gynaecoloog. Hiervoor kunt u via de huisarts een verwijzing krijgen. De gynaecoloog kan de voors en tegens en de (on)mogelijkheden met u bespreken over zo’n ingreep. Als u een reconstructieoperatie bedoelt, waarbij de clitoris en soms ook de schaamlippen worden hersteld, is er een klein (voor zover bij ons bekend) aantal specialisten in Nederland dat deze operatie uitvoert. Mocht u hier meer over willen weten, dan kunt u contact opnemen met Pharos voor de meest recente informatie hierover. Het kan ook zijn dat u een her- of reïnfibulatie bedoelt. Dit is het opnieuw hechten van de resterende delen van de schaamlippen, onder meer na een bevalling, waardoor de vaginale opening opnieuw wordt verkleind tot de oorspronkelijke opening van na de besnijdenis. Dit is in Nederland verboden.

  • Bij ons op school vertelt een meisje dat zij van de zomer naar haar thuisland Somalië gaat, en dat zij daar een heel groot feest bij zal wonen. Moet ik me zorgen maken dat dit meisje besneden gaat worden?

    Er zijn heel veel redenen om een groot feest te vieren. U zou in gesprek met dit meisje kunnen kijken of zij open is over dit feest en hoe zij zich gedraagt. Als u twijfels blijft houden, neem dan contact op met de GGD in de regio. Zij kunnen in het dossier van het kind kijken en beter inschatten of dit meisje daadwerkelijk risico loopt. In het geval dat zij inschatten van wel, kunnen zij de ouders van het meisje en het meisje oproepen om met hen hierover in gesprek te gaan. Zij zijn getraind dit gesprek te voeren en beschikken over een protocol (Standpunt Preventie VGV voor JGZ). U kunt ook contact opnemen met het Focal point meisjesbesnijdenis van Pharos.

  • Waarom zijn jongeren belangrijk in de strijd tegen vgv?

    Jongeren zijn de ouders van de toekomst. Zij kunnen de beslissing maken om hun (toekomstige) dochter(s) niet meer te laten besnijden. Ook zijn jongeren bewakers van hun ‘peers’, hun leeftijdsgenoten en jongere zusjes, nichtjes en vriendinnen. Voorlichting aan hen is daarom erg belangrijk.

  • Wat doen de Agents of Change?

    De jongerengroep Agents of Change van FSAN bestaat uit jongeren met bijvoorbeeld een Somalische, Ethiopische, Eritrese of Sudanese achtergrond. Zij brengen huisbezoeken aan gezinnen met (jonge) dochters. Op deze manier brengen zij kennis over op andere jongeren en op volwassenen.

Somatische zorg

  • Als huisarts ben ik voor mijn WDH op zoek naar nascholing rondom migranten. Kan ik hiervoor bij u terecht?

    Regelmatig worden op verzoek nascholingen of trainingen aan professionals in de zorg gegeven, zoals aan praktijkondersteuners of huisartsen. De trainingen gaan bijvoorbeeld over communicatie met laaggeletterden of over de behandeling van patiënten met onverklaarde klachten. Pharos wil huisartsenpraktijken die verder van de randstad verwijderd zijn ook goed van dienst kunnen zijn. Daarom is contact gezocht met huisartsen die actief zijn in het geven van onderwijs en nascholingen én die zelf ervaring hebben in het werken met patiënten met een migranten afkomst of met beperkte gezondheidsvaardigheden. Deze huisartsen worden getraind en begeleid in het geven van nascholingen als freelancers onder de Pharos vlag. Vijftien huisartsen meldden zich aan voor deze ‘flexpool’ waarvan de eerste bijeenkomst plaats vond in januari 2013.
    Bent u geïnteresseerd in nascholing in uw eigen regio neem dan contact op met Marian Moons, coördinator training & advies, tel.nr.: 030 – 2349805, e-mail: training@pharos.nl

    .

  • Wat verstaat Pharos onder cultuursensitieve zorg?

    Cultuursensitieve zorg is zorg waarbij de zorgverlener rekening houdt met de sociale en culturele achtergrond van de patiënt. Hij brengt deze achtergrond in kaart waardoor hij een algehele indruk krijgt van de patiënt. Hij ziet de patiënt niet alleen als een lichaam met een ziekte, hij ziet hem als psychisch, lichamelijk en sociaal geheel. De zorgverlener maakt dit bespreekbaar met de patiënt en handelt er naar. Hij biedt zorg op maat.

  • Wat is het Culturele Interview?

    Een interview ontwikkeld voor de geestelijke gezondheidszorg. Er staan onder andere vragen in over de culturele herkomst van iemand, of iemand zich Nederlander voelt, over de ziektebeleving van iemand en hoe zich dat bij hem uit. Door middel van het Culturele Interview krijgt de zorgverlener zicht op de manier waarop de patiënt denkt over zijn ziekte en het daarbij behorende gedrag.