Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Feiten en cijfers Astma COPD

  • Nederland telt 1 miljoen chronische longpatiënten.
  • Het aantal patiënten met COPD zal naar schatting met 38% stijgen tot 2025.
  • Bij acht op de tien patiënten is roken de oorzaak van COPD.
  • Meer dan de helft van de COPD-patiënten is ouder dan 65 jaar. De helft van hen is laag opgeleid. Longziekten komen meer voor in achterstandswijken. Hier wonen veel mensen met een lage opleiding en/of een niet-westerse achtergrond.

 

Beperkte gezondheidsvaardigheden


 

Prevalentie van astma en COPD bij mensen met een lage sociaaleconomische status en of met een niet-westerse migrantenachtergrond

(Onder)diagnose

  • Het lijkt erop dat huisartsen COPD minder vaak registreren bij niet-westerse migranten dan bij autochtone Nederlanders. Dit kan wijzen op onderdiagnostiek van COPD bij deze groep

Prevalentie in grote steden

      • De prevalentie van astma en COPD in de vier grote steden voor mensen van 19-64 jaar is 4,9%.
      • In achterstandswijken ligt dat percentage op 6,8.
      • Voor 65-plussers is het respectievelijk 10,3% en 13,0%
      • Voor Nederland als geheel is de incidentie 1,8% voor mannen tussen de 15-65 jaar en 1,5% voor vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie.
      • Voor 65-plussers is dat respectievelijk 6,1% en 4,9%.
      • Voor heel Nederland en alle leeftijden ligt het aantal mensen met chronische luchtwegklachten op 7,7%

 

COPD en astma, prevalentie onder oudere niet-westerse migranten

      • COPD en astma komen vooral vaker voor onder Turkse ouderen. Bijna een derde van de Turkse ouderen rapporteert hierover. Voor andere migrantengroepen ligt dit tussen de 5 en 15 procent. De hogere prevalentie onder Turken heeft vermoedelijk te maken met het grotere aandeel rokers in deze groep. 
      • Astma, COPD en hooikoorts komen in Nederland vaker voor bij niet-westerse migranten.
      • Vergeleken met autochtone Nederlanders lijden vooral Turkse mannen tussen 40 en 65 jaar vaker aan COPD, terwijl astma vaker voorkomt bij Surinamers en Antillianen. 
      • Bij Turks-Nederlandse ouderen is sprake is van ondergebruik van de COPD-medicatie.Goede beheersing van de Nederlandse taal, co-morbiditeit en een hogere leeftijd hebben een positieve invloed op het consequent innemen van de medicatie.

 

Kinderen

      • Kinderen van Marokkaans-Nederlandse afkomst lijken minder kans te hebben op astmaklachten dan autochtone kinderen.
      • Kinderen van Turks-Nederlandse of Antilliaanse afkomst juist meer (Generation R Study 2012). 
      • Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse kinderen met matige astma hebben meer kans op een te lichte medicatie. Kinderen met deze etnische achtergrond komen ook half zo vaak met een lui oog bij een oogarts of orthoptist als autochtone Nederlanders.
      • De diagnose suikerziekte wordt bij niet-westerse kinderen minder snel gesteld. De slechtere zorg is vooral een gevolg van gebrekkige communicatie.
      • Er zijn geen aanwijzingen dat ouders met een migrantenachtergrond bewust de adviezen van artsen naast zich neerleggen, hoewel artsen dit wel vaak denken.  

 

Astma en COPD in relatie tot leefstijl, zelfmanagement en kwaliteit van leven 

Onvoldoende beweging

  • Algemeen: 22% van de COPD-patiënten is inactief; 41% voldoet aan beweegnorm (tegen 61% van de totale bevolking). 22% heeft informatie gekregen over bewegen.
  • Specifiek: bevolkingsgroepen die, net als de jeugd, in mindere mate aan de (beweegnorm)norm voldoen zijn ouderen, laagopgeleiden, niet-westerse migranten, personen met ernstig overgewicht en niet-sporters. Zo bewegen laagopgeleiden in totaal twee uur per week minder dan hoogopgeleiden. Ook Turken, Marokkanen, Antillianen en Surinamers voldoen minder vaak aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Gunstig is wel dat dit voor de tweede generatie niet-westerse migranten veel minder geldt; zij bewegen nauwelijks minder dan autochtone Nederlanders.

Overgewicht

  • algemeen: 54% COPD-patiënten heeft overgewicht (totale bevolking: 47%); 28% houdt rekening met voeding; 6% heeft informatie gekregen over voeding.
  • Specifiek: uit Gezondheid en determinanten blijkt dat laagopgeleiden en bepaalde groepen niet-westerse migranten risicogroepen zijn voor overgewicht. Zo hebben laagopgeleiden 2,5 keer meer kans op overgewicht en ruim 4 keer meer kans op obesitas. De prevalentie van overgewicht en obesitas onder niet-westerse migrantengroepen is hoger dan onder autochtonen. Vooral Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse vrouwen vormen een risicogroep. De Surinaams-Nederlandse groep verschilt het minst van de autochtone populatie, al moet hierbij wel onderscheid gemaakt worden tussen Creolen en Hindoestanen. Vooral van deze laatste groep heeft een groot gedeelte overgewicht. Ook voor kinderen zien we hogere prevalenties overgewicht en obesitas onder niet-westerse migranten: van de jeugd met een migrantenachtergrond van 2-25 jaar heeft ruim 7% obesitas, tegenover 2% onder autochtonen.


 

Roken

  • Algemeen: 25% COPD-patiënten rookt (80-90% heeft gerookt); 55% heeft advies gekregen te stoppen.
  • Specifiek: uit GGD-onderzoeken in de grote steden en nationaal onderzoek komt naar voren dat een groter percentage Turkse Nederlanders (vooral mannen) rookt vergeleken met autochtone Nederlanders. Bij Marokkaanse Nederlanders is het aandeel rokers minder hoog dan bij autochtone Nederlanders. Marokkaans-Nederlandse vrouwen roken nauwelijks. Het aandeel rokers bij Surinaams-Nederlandse mannen is hoger of vergelijkbaar met autochtoon-Nederlandse mannen, terwijl dit aandeel bij Surinaams-Nederlandse vrouwen kleiner of even groot is. Turks-Nederlandse meisjes roken vaker dagelijks dan autochtoon-Nederlandse meisjes. 

 

Correct medicijngebruik en zelfmanagement

  • 70% van de patiënten maakt fouten met hun inhalatiemedicijnen (website LAN). Het percentage patiënten dat stopt met medicatie (zowel onderhoudsmedicatie (luchtwegbeschermers) als ook aanvalsmedicatie (luchtwegverwijders)) is hoog (34% van de nieuwe gebruikers). 
  • Longpatiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden lopen een aantal risico’s: foutief medicijngebruik doordat bijsluiters te ingewikkeld zijn of medicijnen van uiterlijk veranderen, niet begrijpen van uitleg (voordoen en nadoen geeft een beter resultaat), geen inzicht in de eigen ziekte en gering vermogen tot zelfmanagement.
  • Het aantal zelfmanagementtaken is bovendien groot: medicatie-inname, het in de gaten houden van het verloop van de klachten, het onderhouden van een sociaal netwerk, begrijpen van medische informatie, omgaan met een beperkte energie en voldoende bewegen en gezond eten.

 

Kwaliteit van leven

  • Bij veel volwassen longpatiënten beperkt de ziekte in meer of mindere mate zowel het lichamelijk als het sociaal functioneren. De vermindering van de kwaliteit van leven is sterker bij vrouwen, bij oudere mensen en bij laag opgeleiden. Niet-westerse migranten ervaren door hun ademhalingsproblemen significant meer problemen dan westerse migranten of autochtonen.

 

Bronnen

bronnen copd en astma.pdf