Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Feiten en cijfers kanker

Factsheet Migrant en kanker

Kanker bij mensen met een lage sociaal-economische status (SES)

  • De meeste vormen van kanker (behalve prostaat- en huidkanker) komen vaker voor bij mensen met een lage SES dan bij mensen met een hoge SES.
  • Voor dikke darm-, prostaat-, slokdarm- en borstkanker is aangetoond dat patiënten met een lage SES korter overleven en met een slechtere kwaliteit van leven dan patiënten met een hoge SES. Patiënten met een hoge SES krijgen vaker een ingrijpende behandeling gericht op genezing.

Kanker bij niet-westerse migranten

  • Mensen met een niet-westerse achtergrond hebben een lager risico op: darmkanker, huidkanker, borstkanker en
  • Mensen met een niet-westerse achtergrond hebben een hoger risico op: kanker van het hoofd-halsgebied, hodgkinlymfoom, kanker met infectieuze oorzaken (zoals cervix-, maag-, lever-, galblaas- en baarmoederhalskanker).
  • Het risico op baarmoederhalskanker is onder Surinaams-Nederlandse vrouwen 1,8 keer zo groot als onder autochtone Nederlandse vrouwen.
  • Maagkanker gerelateerd aan HP-infectie komt vaker voor bij migranten in Nederland, met name bij Turken.
    Migranten afkomstig uit China en Noord-Afrika hebben een verhoogd risico op kanker in de neus-keelholte, met name tumoren die gerelateerd zijn aan infectie met het Epstein-Barr Virus (EBV).
  • Bij Turkse Nederlanders komt vaker longkanker voor.
  • Europees onderzoek laat zien dat het vóórkomen van kanker onder niet-westerse migranten in Europa lager is dan onder de algehele bevolking. De kans op het krijgen van kanker stijgt echter met het aantal jaren dat iemand in een westers land woont (convergentie). Dit betreft kankersoorten gerelateerd aan een westerse leefstijl (colorectaal-, pancreas-, long-, borst-, ovarium-, nier- en blaas carcinoom).

Kennis over vroege symptomen ontbreekt bij laagopgeleiden en niet-westerse migranten

  • Bij zowel mensen met een lage SES als bij mensen met een niet-westerse achtergrond ontbreekt vaak de kennis over vroege symptomen van kanker, waardoor de diagnose bij hen relatief vaak in een laat stadium wordt gesteld. Dit heeft voor een groot deel te maken met gebrek aan kennis over het functioneren van het eigen lichaam.

Bevolkingsonderzoek

  • Uit onderzoek blijkt dat de opkomst van niet-westerse migranten bij bevolkingsonderzoek naar borstkanker lager is dan die van vrouwen uit de algemene bevolking. Van de autochtone Nederlandse vrouwen komt 83%, van de Surinaams-Nederlandse 68%, van de Marokkaans-Nederlandse 55% en van de Turks-Nederlandse vrouwen 62%.
  • Redenen om niet naar een bevolkingsonderzoek te gaan zijn vaak: sociaal isolement, taalbarrière, taboe en stigma, mannelijke arts, Gods wil, en schaamte. Maar ook angst, gebrek aan begrip over het belang van preventie, onbegrip bij kinderen en echtgenoot en wantrouwen ten aanzien van de Nederlandse gezondheidszorg kunnen ook een rol spelen. Daarbij is het mogelijkheid dat de genodigde de uitnodigingsbrief niet begrepen heeft.

Kanker is taboe-onderwerp

  • Kanker is onder niet-westerse migranten en met name onder veel Marokkanen en Turken een taboe-onderwerp. Het zoeken naar passende zorg wordt uitgesteld omdat mensen sociale uitsluiting en stigma vrezen.
  • Door gebrek aan kennis bestaan misvattingen over kanker, zoals: 'Kanker is besmettelijk, je roept het over je af door er over te praten, het is een straf van God of Allah, het leidt onherroepelijk tot de dood, operatie leidt tot uitzaaiingen'.

Kankermedicijnen en etniciteit

  • De werking en toxiciteit van veel gebruikte kankermedicatie kunnen anders zijn voor verschillende etnische groepen. Farmacogenetisch onderzoek staat in de kinderschoenen maar toonde dit wel al aan voor Doxorubicin (Doxyl), Cyclophosphamide (Cytoxan), Tamoxifen, Vincristine (Oncovin), EGFR inhibitors, Irinotecan, Gemcitabine, en 5–Fluorouracil (5-FU).