Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Chronologisch overzicht

Hieronder vindt u in chronologische volgorde de ontwikkeling van het beleid ten aanzien van vgv in Nederland. Deze ontwikkeling hangt nauw samen met ontwikkelingen elders in de wereld en in internationaal verband. Kijk daarvoor bij Internationale ontwikkelingen.  

Nederland komt begin jaren negentig voor het eerst in aanraking met vgv, doordat vrouwen uit landen waar vgv gangbaar is hierheen immigreren. Hoe is het beleid sindsdien geweest? 

1992

Bartels en Haaijer schrijven een onderzoeksrapport over vrouwenbesnijdenis. Hierdoor wordt vgv voor het eerst openlijk bekend in Nederland ('s Lands wijs 's lands eer?  Vrouwenbesnijdenis en Somalische vrouwen in Nederland. Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, 1992). 

1993

De regering neemt een officieel standpunt in: alle vormen van vgv zijn verboden. Onderbouwing: vgv is in strijd met de in Nederland heersende opvatting over de gelijkwaardigheid van de vrouw en haar positie in de samenleving. Alle vormen worden beschouwd als ernstige, onherstelbare vormen van lichamelijk letsel, met grote kans op lichamelijke en psychische klachten.

1993-2005

In deze periode vinden verschillende losse projecten plaats, geïnitieerd door verschillende ngo's. Er is nog geen landelijk kader en beleid. Initiatieven uit deze periode:

  • Landelijk informatie en consultatiepunt vrouwenbesnijdenis (Pharos, 1995-1997)
  • Bewustwordingscampagnes voor de Somalische gemeenschap, kadertrainingen, netwerk van vrouwelijke deskundigen (Vluchtelingenorganisaties Nederland, vanaf 1993)
  • Landelijke voorlichtingscampagnes voor de Somalische gemeenschap (FSAN, 1996-1997)
  • Radioreportage over 'vakantiebesnijdenis' in Somalië (1999)
  • Oprichting Platform Aanpak vrouwenbesnijdenis (2000)
  • Project Van beleid naar Praktijk (Pharos/FSAN, 2000-2002)
  • Project Netwerk sleutelpersonen en contactpersonen vrouwenbesnijdenis (FSAN/Pharos, 2003-2004)
  • Huis-aan-huis-campagne voor de Soedanese gemeenschap in Nederland (2005)

Het project 'van beleid naar praktijk' is opgenomen in de Interventie Database van RIVM Centrum Gezond Leven >>
Vrouwenbesnijdenis is een complex onderwerp, wat zich vaak in de verborgene afspeelt. Communicatie op gang brengen en houden over een onderwerp waar vaak niet openlijk over wordt gepraat is een proces van langzaam netwerken, een proces waarbij geen snelle, concrete resultaten te behalen vallen en dat veel 'onzichtbare' tijd vergt. Dit proces gebeurt in nauwe samenwerking met de Afrikaanse doelgroep.

2005

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) brengt advies uit over de wijze waarop vgv in Nederland op een effectieve manier bestreden kan worden.

  • In het Kabinetsstandpunt van 26 augustus 2005 reageert het kabinet op het RVZ-advies. Het kabinet kiest voor een tweesporenbeleid: preventie bevorderen en het wettelijk verbod handhaven. Daarbij richt het beleid zich op een ketenbenadering, waarin vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende niveaus preventieve acties worden ondernomen. Hiermee heeft het kabinet een groot aantal aanbevelingen uit het advies van de RVZ overgenomen.
  • Het Kabinetsstandpunt is in overeenstemming met de visie van WHO en UNICEF dat verandering in een gemeenschap kan ontstaan als er maatregelen worden genomen die de verandering mogelijk maken, zoals ondersteunen, faciliteren en stimuleren. Wetgeving is een ondersteunend instrument als stok achter de deur. Maar het is niet het belangrijkste instrument.

2006-2009

In opdracht van het ministerie van VWS werd de pilot Preventie vgv uitgevoerd in zes grote steden waar relatief veel mensen uit de risicogemeenschappen wonen. Hierbij was er een intensieve samenwerking tussen GGD’en van de zes pilotgemeenten, Pharos en FSAN. Het doel van de pilot was om samenhangende preventieactiviteiten te ontwikkelen middels een ketenaanpak. Het doel van de preventieactiviteiten was tweeledig:

  • door bewustwording gedragsverandering tot stand brengen bij de risicogroepen 
  • het urgentiebesef van vgv vergroten bij alle ketenpartners .

In 2007 heeft deze pilot extra steun gekregen middels de beleidsbrief Beschermd en weerbaar. In deze brief werd aandacht gevraagd voor geweld in afhankelijkheidsrelaties, zoals vgv.

Uit de evaluatie van de pilot komt naar voren dat de geïntegreerde preventieve ketenbenadering  zijn vruchten lijkt af te werpen (zie B&A-onderzoek en Montfoort-rapport). Verbeteringen worden geadviseerd op het gebied van:

  • inbedding en borging van kennis en handelen
  • medische en psychische zorg voor besneden vrouwen
  • rol van het basisonderwijs in preventie en signalering
  • het signaleren van een (aanstaande) besnijdenis.

Uit een evaluatierapport van de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling blijkt dat er in de periode van juli 2007 tot en met februari 2008 44 adviesvragen en meldingen over vgv zijn binnengekomen bij het AMK en de Raad voor de Kinderbescherming. 

2010-2011

De verbeterpunten uit beide evaluatierapporten zijn opgepakt in de landelijke uitrol van het preventieproject. Deze vond plaats in 2010 en 2011 met de volgende rolverdeling:

  • GGD Nederland: de landelijke coördinatie, borging en uitrol van de preventieve aanpak vgv binnen de JGZ (inclusief GVO in de asielzoekerscentra)
  • FSAN/VON: de landelijke uitrol van preventie van vgv door zelforganisaties en sleutelpersonen (inclusief groepsvoorlichting in de asielzoekerscentra).

Ook is er meer aandacht gekomen voor activiteiten op het terrein van medische en psychosociale zorg.

2013

EIGE publiceert een nieuwe factsheet over het Nederlandse beleid op het gebied van vgv

2014-2015

  • Na een pilot (Den Haag, 2011) werd in de periode 2012 tot 2015 op 6 locaties in Nederland een Spreekuur Zorg voor besneden vrouwen gedraaid (Den Haag, Tilburg/Den Bosch, Eindhoven, Groningen, Rotterdam). In Nijmegen werd het spreekuur gerund door een huisarts. In 2015 besloot ook de regio Apeldoorn om een spreekuur op te zetten.Evaluatierapport Project 'Toeleiding naar zorg voor besneden vrouwen'
  • Middels voorlichtingen en huisbezoeken door sleutelpersonen werden vrouwen uit risicolanden geïnformeerd over het bestaan van het spreekuur en bij klachten er naartoe begeleid. Ook werd op elke locatie gewerkt aan het bekend maken van het spreekuur onder zorgprofessionals. Tijdens het spreekuur vindt vraagverheldering plaats door een getraind verpleegkundige of arts. Indien nodig werd doorverwezen voor verdere hulp.Zorg voor besneden vrouwen (FSAN)
  • Nieuwe risicolanden. Vanaf 2014 wordt het steeds duidelijker dat meisjesbesnijdenis niet alleen in Afrika plaatsvindt, maar ook in het Midden-Oosten en Azië. Gezien het groot aantal Indonesische vrouwen in Nederland wordt eerst een verkennend onderzoek gedaan onder deze groep. Over de wortel en het mes
  • De geldigheidsduur van het Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) is verstreken en dit wordt vanaf eind 2015 omgezet in een Multidisciplinaire richtlijn zorg aan vrouwen met vgv. De ontwikkeling ervan vindt plaats door een kernteam bestaande uit NVOG, KNOV, NVVS, NVPC, NHG/LHV, FSAN (patiëntenperspectief) en Pharos, in nauw overleg met de klankbordgroep waarin onder meer de volgende beroepsorganisaties zitting hebben: NVU, AJN, KNMG, NVK, VVAK, KAMG, NPCF, V&VN. Eind 2016 wordt de richtlijn bekendgemaakt.