Factsheet

Laagdrempelige mediaopvoedingsondersteuning

Mediaopvoeding is opvoeding die ertoe bijdraagt dat kinderen bewust, prettig en veilig om kunnen gaan met het internet en sociale media.

Vormen van mediaopvoedondersteuning

Mediaopvoedondersteuning kent verschillende vormen, bijvoorbeeld:

  • Themabijeenkomsten voor ouders
  • Informatie vanuit de basisschool over sociale mediagebruik
  • Computeractiviteiten samen met kinderen
  • Interactief communiceren en / of chatten met andere ouders
  • Verhoging van eigen vaardigheden op de computer

Verschillend mediagebruik in gezinnen

Er zijn verschillen in het mediagebruik van gezinnen. Deze verschillen komen voort uit bijvoorbeeld:

  • Het geld dat het gezin wel of niet kan besteden aan de nieuwste technologieën. Het ontbreken van de nieuwste technologieën kan leiden tot een digitale achterstand en bijdragen aan een gevoel van uitsluiting.
  • Wel of niet het Nederlands als moedertaal hebben. Dit beïnvloedt bijvoorbeeld het gebruik van niet-Nederlandstalige media.
  • Wel of geen laaggeletterde ouders. Dit beïnvloedt hoe makkelijk ouders informatie vinden en begrijpen of hoe ze zelf om kunnen gaan met media.
  • Voorkeur in het gezin voor lezen en/of voor entertainment media. Opvattingen over wat ‘goed’ is voor kinderen kan enorm verschillen, afhankelijk van smaak en normen.
  • Veel of weinig tijd of ruimte hebben om te leren omgaan met media. Drukte of problemen in het gezin kan stress en extra druk op het opvoeden leggen en het gevoel geven van tekortschieten.
  • De leeftijd waarop kinderen eigen media-apparaten krijgen en op eigen kamer mogen gebruiken. Eigen media voor kinderen op relatief jonge leeftijd kan een indicatie zijn van opvoedstress.
  • Wel of niet media-apparaten met familieleden moeten delen. Als er veel kinderen in het gezin zijn, moeten zij apparaten delen en beïnvloeden ze elkaar in mediagebruik. Dit vraagt meer toezicht en begeleiding van ouders).(1)

Extra ondersteuning

Ouders met minder onderwijs hebben wat meer moeite om de ontwikkelingen bij te houden, hebben meer problemen met het inzien van risico’s, negeren vaker problematische situaties, schatten gevaar minder goed in en stellen minder regels voor kinderen. Deze ouders hebben volgens professionals het hardste ondersteuning nodig, bijvoorbeeld middels eenvoudige voorlichting. Ook ouders met een migratieachtergrond zijn minder bekend met media en bijbehorende gevaren en kansen. Veel ouders denken vooral negatief over media.(2)

Huidige informatie sluit niet aan

De huidige mondelinge en schriftelijke mediaopvoedondersteuning is voor ouders met minder onderwijs vaak te abstract, te talig en gebaseerd op voorkennis die niet altijd aanwezig is. Bovendien zijn beeldmateriaal en praktijkvoorbeelden in folders e.d. vaak uitsluitend gericht op autochtone ouders met meer onderwijsachtergrond. Hierdoor kunnen ouders met een andere achtergrond zich moeilijk identificeren met de rolmodellen in het voorlichtingsmateriaal.

Beeldverhalen

Pharos maakt laagdrempelig materiaal over mediaopvoedondersteuning in de vorm van beeldverhalen.

Handleiding ouderbijeenkomsten

Bij het voorleesboekje ‘Mijn computer is leuk’ is een handleiding voor ouderbijeenkomsten rond mediaopvoeding. Met nadruk op de uitwisseling tussen ouders en uitwisseling tussen ouders en kind.

Wijkgerichte mediaopvoedingsondersteuning

Mira Media werkt laagdrempelig en wijkgericht aan mediaopvoedingsondersteuning in Utrecht.

Feiten en cijfers

46%

Bijna de helft van de ouders (totaal 46%) heeft ‘wel eens’ tot ‘heel sterk’ behoefte aan praktische handvatten voor de mediaopvoeding van hun jonge kinderen. Er zijn hierbij vrijwel geen verschillen naar bijvoorbeeld opleidingsniveau van ouders en een eventuele migrantenachtergrond.

Ouders met een middelbare opleiding besteden gemiddeld meer tijd aan tv-kijken (115 minuten per dag) dan ouders met een lage of hoge opleiding (beiden 89 minuten per dag).

Feiten en cijfers

  • Ouders met een migrantenachtergrond hebben relatief veel vragen. Bijvoorbeeld over wat normaal is qua beeldschermtijd (15% vraagt zich dat ‘heel sterk’ af) en hoe ze het gebruik van beeldschermmedia in de hand kunnen houden (18%).
  • Ouders met een migrantenachtergrond besteden relatief veel tijd aan hun mobiele telefoon/smartphone (114 minuten per dag).
  • Ouders met migratieachtergrond geven aan dat hun kinderen intensievere gebruikers van media zijn dan ouders zonder migratieachtergrond.
  • Ouders met migratieachtergrond geven aan dat hun kinderen veel met media doen, maar hebben tegelijkertijd ook meer vragen of ze het juiste doen in hun begeleiding.
  • Ouders met een laag inkomen geven aan de hun kinderen relatief veel media-activiteiten doen, maar dat ze zich onzeker voelen over media en opvoeden.
  • Lager opgeleiden houden zich vaker bezig met media-activiteiten en hoger opgeleiden staan veelal positiever ten opzichte van media.(3)