Digitale zorg voor iedereen? De kloof is groter dan gedacht.

Interview met Toer Schaffer, projectleider digitale transformatie Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) en projectleider zorgvernieuwing bij  Allegro Medical.

Digitale zorg wordt steeds meer de norm. Maar het digitale-landschap van apps en platforms wordt ook een steeds grotere jungle. Niet iedere toepassing is even toegankelijk en gebruikersvriendelijk. Hoe groot en divers de groep mensen is voor wie digitale zorg te moeilijk is gemaakt, realiseerde Toer Schaffer zich pas echt goed door zijn deelname aan het project ‘Lokale samenwerking, ondersteuning bij digitale zorg’ van Pharos. “Daar werkten we naast zorgverleners ook samen met inwoners” vertelt hij. “Een van hen zei: ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik zo’n digitaal ding moet gebruiken’. Zo’n uitspraak komt hard aan.” 

Ik dacht dat de groep mensen met beperkte digitale vaardigheden veel kleiner was. Tijdens het project ‘Lokale samenwerking, ondersteuning bij digitale zorg’ kwam ik voor het eerst in aanraking met de inwoners waarover het gaat. Dat heeft mij de ogen geopend. Het gaat om een grote groep mensen die ondersteuning nodig heeft. Niet alleen senioren, maar ook veel jongere mensen, hebben problemen met digitalisering in de zorg.

Toer Schaffer

Aannames

Toer is ook betrokken bij de ontwikkeling van hybride zorgpaden. Daarin wordt onderzocht hoe je mensen minder snel en vaak naar het ziekenhuis hoeft te laten komen. Als mensen via een app thuis allerlei waardes kunnen meten, dan gaan we de zorg, het ziekenhuis en de huisarts echt ontlasten, is de gedachte.
Tijdens het project werd een hybride zorgpad samen met inwoners besproken. Toer: “We hebben het hele proces doorgenomen. Van het ontvangen van de bloeddrukmeter en de instructie, het doorgeven van de waardes, wat er gebeurt als je een slechte waarde hebt en een telenurse contact met je opneemt.  

 

En dan blijkt dat er allemaal aannames in zitten waar tijdens de ontwikkeling geen rekening mee is gehouden. Zo stond er behoorlijk wat medisch jargon in. En mensen vroegen of de app ook in het Engels en Arabisch beschikbaar is. We hebben nadien een sessie met de leverancier georganiseerd en informatie voor de patiënt begrijpelijker en vollediger gemaakt.

Toer Schaffer

Ondersteuning versnipperd

In het project werd ook bekeken hoe je burgers beter kunt ondersteunen bij het gebruikmaken van digitale zorg. In het verlengde van zijn kennismaking met Pharos schreef Toer een kwartiermakerstuk voor zijn regio (Westland, Schieland en Delftland). “De ondersteuning blijkt heel erg versnipperd. Je hebt helpdesks bij het ziekenhuis, de leveranciers en bij weer andere instanties. En er is een wirwar aan verwijsroutes. Ik wil een impuls geven aan meer eenduidig werken op dit vlak. Ook moeten er steunpunten komen voor burgers die vertrouwd aanvoelen. Denk aan bibliotheken en buurthuizen.” 

Wel willen, niet kunnen

Met de introductie van digitale zorg doen we een groot beroep op de regie en het verantwoordelijkheidsgevoel van mensen, realiseert Toer zich. “Je moet bijvoorbeeld op bepaalde tijden je waardes doorgeven. Er zijn mensen die dat er gewoon niet bij kunnen hebben.” Maar tijdens het project van Pharos zag hij dat er ook een groep is die het wel wil maar nog niet kan. “En daar moeten we gepaste ondersteuning voor vinden. Bijvoorbeeld op bepaalde momenten iemand mee laten kijken bij die metingen.” 

 

Mét de patiënt beslissen 

Bovendien staat digitale transformatie niet los van digitale inclusie, vindt Toer. Hij zou het proces van wie wel en niet deelneemt graag veranderen.  

“Nu werkten we met inclusiecriteria, dus een lijstje waaraan de patiënt moet voldoen om digitale zorg te gebruiken. En het is meestal de behandelend arts die de inschatting moet maken. Inschattingen van artsen zijn echter niet eenduidig, bovendien hebben zorgverleners zelf ook vaker beperkte digitale vaardigheden.” 

Toer zou liever zien dat die beslissing wordt genomen op basis van een gesprek met de patiënt. “Zodat we niet over maar samen met de patiënt beslissen. Door dat gesprek aan te gaan, sluit je niet automatisch een groep van 4,5 miljoen Nederlanders uit.”  

Rol leveranciers 

Leveranciers spelen ook een belangrijke rol in het toegankelijker maken van digitale zorg. En deze partij wordt daar (te) weinig op aangesproken, vindt Toer. Het zou makkelijker zijn voor gebruikers als leveranciers op dezelfde manier zouden werken en eenzelfde structuur aanhouden. “De bankenwereld heeft daar al een mooie ontwikkeling in doorgemaakt. Ik denk dat dat voor de zorg ook geen slecht idee zou zijn.”  

Nu werkten we met inclusiecriteria, dus een lijstje waaraan de patiënt moet voldoen om digitale zorg te gebruiken. En het is meestal de behandelend arts die de inschatting moet maken. Inschattingen van artsen zijn echter niet eenduidig, bovendien hebben zorgverleners zelf ook vaker beperkte digitale vaardigheden.

Toer Schaffer
Naar boven