Vrouwelijke Genitale Verminking Omvang en risico in Nederland
Rapport met actuele cijfers VGV / meisjesbesnijdenis in Nederland
Auteurs: dr. Ramin Kawous, dr. Dorothee van Breevoort, drs. Nancy Luu & drs. Ingrid van den Elsen
Begeleidingscommissie: Diny Flierman, dr. Floortje Kunseler, Habib Elkaddouri, prof. dr. Renée
Romkens en Wilfred Janmaat. Met dank aan prof. dr. Janine Janssen voor het waardevolle advies
en het meedenken.
Maart 2026
Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV), ook wel meisjesbesnijdenis genoemd, is het verwijderen of beschadigen van de uitwendige geslachtsdelen van een meisje of vrouw, zonder medische noodzaak 1. VGV wordt gezien als een schending van de lichamelijke integriteit en mensenrechten van vrouwen en meisjes.
De World Health Organisation (WHO) onderscheidt vier typen VGV, gebaseerd op de aard en ernst van de ingreep. Deze variëren van een kleine inkeping tot meer ingrijpende vormen waarbij meerdere delen van de uitwendige geslachtsorganen worden verwijderd. VGV wordt in verband gebracht met uiteenlopende gezondheidscomplicaties e.g.
VGV komt voornamelijk voor in een aantal landen in Afrika, het Midden-Oosten en delen van Azië. In deze landen wordt de prevalentie van VGV gemeten via grootschalige bevolkingsonderzoeken. Op basis van recente gegevens wordt geschat dat wereldwijd meer dan 230 miljoen meisjes en vrouwen VGV hebben ondergaan. Daarnaast lopen jaarlijks ongeveer 4 miljoen meisjes het risico om besneden te worden.
Het Nederlandse beleid vraagt om actueel inzicht in de omvang van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) in Nederland. Het regelmatig monitoren van het aantalvrouwen met VGV en het aantal meisjes dat risico loopt, ondersteunt de uitvoering van de ketenaanpak in Nederland. Daarnaast sluit deze monitoring aan bij internationale afspraken die Nederland heeft onderschreven, waaronder de Sustainable Development Goals (SDG) waarin het beëindigen van VGV is opgenomen onder SDG-doel.
De omvang en het risico van VGV in Nederland zijn eerder in 2013 en in 2019 in kaart gebracht. Om het beleid te ondersteunen en onderbouwen, heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht gegeven om dit onderzoek opnieuw uit te voeren.
Het doel van dit onderzoek is om te schatten:
1. hoeveel vrouwen en meisjes met VGV in Nederland wonen;
2. hoeveel meisjes risico lopen om in de toekomst besneden te worden.