‘De uitslag van de Corona-test is positief: dan heb je het toch niet?’

Mensen die leven in een sociaal kwetsbare situatie worden niet genoeg betrokken bij onderzoeken. Zij hebben bijvoorbeeld moeite met lezen en schijven. Spreken niet goed Nederlands of kunnen slecht met een computer werken. Onderzoekers denken daardoor dat ze niet geschikt zijn om mee te doen. Ook weten ze vaak niet hoe ze deze mensen moeten bereiken.

Maar doordat deze mensen worden buitengesloten, sluiten de aanbevelingen uit de onderzoeken niet aan bij wat zij nodig hebben om gezond te leven. Ook al denken onderzoekers dat hun aanbevelingen voor de meeste mensen gelden. Daardoor worden de verschillen in gezondheid groter.

In deze serie laten we voorbeelden zien van hoe het ook kan. In deel 1 zijn taalambassadeur Piet van Horrik en onderzoeker Maike Klip aan het woord. Samen testen zij de app CoronaMelder van de Rijksoverheid.

Piet heeft veel ervaring met het testen van voorlichtingsmateriaal. Dit keer ging het via de computer. Dat was nieuw voor hem. Omdat hij handig is met de computer, kostte het hem geen moeite. Wel was het minder gezellig dan echt naast iemand zitten. Drie keer testte hij thuis de CoronaMelder samen met Maike. Hij wil absoluut niet dat hij (ex-)laaggeletterde wordt genoemd. “Als ik dat hoor, voel ik me meteen dom en stom. Ik schaam me dood. Ik omschrijf het liever als ‘moeite hebben met lezen en schrijven.’ En als ik echt een ander woord moet kiezen zeg ik ‘taalarm.’

Eerste samenwerking met taalambassadeurs

Maike zit als onderzoeker in het team van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat de CoronaMelder maakt. Normaal gesproken werkt ze als onderzoeker bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Zij heeft daar vooral met studenten te maken. Het was voor haar de eerste keer dat ze met taalambassadeurs samenwerkte. Naast Piet waren er nog drie andere taalambassadeurs die de app testten. “Ik heb echt super veel geleerd. Door de video-verbinding zag en hoorde ik wat nog niet goed was in de app.”

Frustratie en moeheid

“Van Piet leerde ik wat struikelwoorden zijn. Bijvoorbeeld ‘anoniem’, ‘coronavirus’ en ‘locatiegegevens.” Piet vult aan: “Als de zin met een lastig woord begint, loop je meteen achter. Dan probeer je die tijd in te halen en wordt het helemaal niks meer.” Maike zag soms ook de frustratie en de moeheid als iets te moeilijk was. Piet: “Als je goed kunt lezen, weet je niet hoe vermoeiend het voor mij is om te lezen. Ik val vaak achter de krant in slaap.”

Positief = goed

Piet legde Maike uit dat als een Corona-test positief is, dat heel verwarrend werkt. Piet zegt dat positief normaal iets goeds is, dus hij dacht dat het betekent dat je geen Corona hebt. Maike: “Het veranderde mijn manier van denken. We spreken nu niet over ‘positief’ en ‘negatief’ maar van het wel en niet hebben van Corona.”

“Door het testen hebben we verschillende dingen aangepast. Bijvoorbeeld minder lange stukken tekst en meer tussenkopjes. Ook gebruiken we 1 term: ‘corona’ en niet meer  ‘coronavirus’, ‘corona’ en ‘COVID-19’ door elkaar. Dat was verwarrend. Het maakt de gebruiker toch niet uit of het om het virus of de ziekte gaat. Het was echt fijn om met een expert als Piet te werken. Door hem werden dit soort dingen duidelijk voor mij.”

Ziekmelden is te moeilijk

Naast taalkundige problemen waren er ook moeilijkheden met het gebruik van de app. Maike vertelt dat het ziekmelden in de app samen met de GGD als erg lastig werd ervaren door alle taalambassadeurs. “Op het scherm moet je een aantal dingen weten en een aantal dingen doen. Het viel niet op dat er een stap 1 en stap 2 was. Het zijn verschillende handelingen en daarom staan er verschillende namen voor. Maar zo wordt het niet gelezen. Wat is het verschil? Of is het toch hetzelfde? Na het drukken op de blauwe knop met ‘code delen’ verschijnt er een pop-up. Weet je het zeker?, vraagt de app. Nu heet het weer ID in plaats van code. Dan druk ik op ‘niet delen’, zei een taalambassadeur overtuigd. Hij kwam weer op het scherm waar hij was, maar had dat niet door en begon weer opnieuw te lezen. Ik stak hier onder andere van op dat we het ziekmelden over meerdere schermen moeten verdelen.”

Meer oog voor andere doelgroepen  

Maike ziet na de testsessies in dat iedereen heldere communicatie fijn vindt. Ook zij leest liever korte zinnen zonder moeilijke woorden. “Door het testen met Piet kreeg ik steeds meer het besef dat overheid en burger samen verantwoordelijk zijn voor goede informatie voor iedereen. Ik hoop dat in de toekomst steeds meer organisaties en de overheid hun materialen testen met taalambassadeurs. Bij de overheid zit je toch in een eigen taalwereld. We moeten meer oog hebben voor andere doelgroepen. Ik werk vaak met studenten die hoogopgeleid zijn, maar dat is maar een beperkte groep in de maatschappij. Voor veel mensen is taal een struikelblok.”

Iedereen is van waarde

Piet benadrukt dat er meer in het leven is dan lezen en schrijven. Hij vindt dat taalvaardigheid te belangrijk wordt gemaakt. “Vanaf mijn 21e heb ik 30 jaar een mooi constructiebedrijf gehad. Met hulp van mijn vrouw en medewerkers is dat altijd heel goed gegaan. Iedereen is ergens goed in en iedereen is van waarde. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven zijn niet dom. Wij hebben een verborgen onzekerheid die niemand kan zien.”

Wereld gaat open

“Op mijn 62e ben ik naar school gegaan en daar heb ik 6 jaar gezeten. Ik wil het ROC Ter AA, Stichting Lezen & Schrijven en Stichting ABC heel hartelijk bedanken. Er is een wereld voor mij open gegaan. Ik schrijf nu zelfs brieven als ik het ergens niet mee eens ben.”

De CoronaMelder staat op Piets telefoon. Hij trots op zijn bijdrage. “De virusvaklui doen goed werk met Corona en ik ook met het testen van de app. Nu snappen straks veel meer mensen wat ze moeten doen.” Maike: “Bij mijn onderzoeken denk ik voortaan aan Piet. Het was een waardevolle ervaring.”