Factsheet

Opvoedondersteuning bij niet-westerse migranten en vluchtelingengezinnen

Opvoedondersteuning is een verzamelbegrip voor preventieve activiteiten en interventies, met als doel de opvoedvaardigheden van ouders te vergroten en de opvoedingssituatie te verbeteren. Volgens de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor bijna alle zorg en ondersteuning voor kinderen en jongeren. Het aanbod per gemeente kan daardoor heel verschillend zijn.

Vormen opvoedondersteuning

Er zijn verschillende vormen van opvoedondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan:

  • ‘formele’ opvoedprogramma’s (op indicatie) aangeboden door een CJG of wijkteam, of;
  • ‘informele’ opvoedprogramma’s, waarbij de ondersteuning wordt geboden door vrijwilligers.

Door snelle signale­ring van opvoedproblemen en een goed georganiseerde samenwerking, kan voorkomen worden dat opgeschaald moet worden naar de zwaardere jeugdhulp of kinderbeschermings­maatregelen.

Programma’s

Het aandeel migrantengroepen in de (formele) preventieve programma’s is klein. Al laten landelijke cijfers geen onderscheid tussen programma’s zien. Onduidelijk is dan ook welke programma’s eventueel een hoger aandeel hebben. Over het algemeen lijkt de ondersteuning vanuit reguliere programma’s vaak onvoldoende aan te sluiten bij de belevingswereld, het taalgebruik, de vaardigheden en de kennis van vluchtelingengezinnen. Hierdoor hebben deze gezinnen minder profijt van het (preventieve) opvoedondersteuningsaanbod. Wat wellicht mede veroorzaakt dat zij vaker terechtkomen in zwaardere zorg. Het is dan ook belangrijk deze gezinnen in een eerder stadium te bereiken en preventief te ondersteunen, om te kans te verkleinen dat opschaling nodig is. Vanuit de regierol van de gemeente is het belangrijk te weten of de voorzieningen die zich richten op (laagdrempelige) opvoedondersteuning ook de gezinnen goed bereiken met een migratie- of vluchtelingenachtergrond. En of het aanbod aansluit bij deze groep. Positief is dat steeds meer programma’s worden afgestemd op de leefsituatie van niet-westerse migranten.

Ouders met een (niet-westerse) migratieachtergrond

Niet-westerse migrantenouders doen veel minder beroep op (preventieve) opvoedondersteuning. Terwijl juist deze groep vaker het gevoel heeft de opvoeding niet aan te kunnen en het ouderschap moeilijker vindt dan gedacht. Alle ouders hebben vragen over de opvoeding of willen weten hoe anderen het doen. Veel ouders vallen hierbij terug op hun eigen (groot)ouders, familieleden en vrienden. Migrantenouders missen vaak dit soort vanzelfsprekende contacten. Ze missen kennis van en ervaring met opvoeding in de Nederlandse context, en ze leven vaker in lage sociaal economische omstandigheden. Eén op de vijf ouders met een niet-westerse achtergrond maakt zich dan ook vaker zorgen over het stellen van regels en grenzen in de opvoeding, en over ongehoorzaamheid en gedragsproblemen van hun kind, tegenover één op tien autochtone ouders.

Steun van professionals

Als steun bij professionals wordt gezocht, gaan migrantenouders vaak in eerste instantie naar:

  • de huisarts;
  • de school;
  • de kinderopvang;
  • de peuterspeelzaal, en;
  • het consultatiebureau.

Het CJG of andere jeugd- en opvoedhulpinstellingen komen pas later in beeld. Ook al kan er bijvoorbeeld vanuit de JGZ naar deze instellingen worden doorverwezen. Dit heeft er wellicht mee te maken dat het reguliere aanbod van de jeugdvoorzieningen meestal niet goed aansluit bij de wensen en behoeften van vluchtelingengezinnen. Naast gezinnen met een niet-westerse achtergrond, kunnen Poolse en Bulgaarse (arbeids-)migrantengezinnen ook behoren tot de kwetsbare groepen.

Ouders met een vluchtelingenachtergrond

Ook vluchtelingenouders en vluchtelingenkinderen in Nederland hebben te maken met meerdere culturen. Ouders zijn onbekend met de opvoedpraktijken in Nederland en komen vaak uit landen waar met een groot deel van de familie werd opgevoed. Dit maakt dat vluchtelingenouders de opvoeding in Nederland als zwaar kunnen ervaren. Daarbij kost de verwerking van eventuele schokkende ervaringen uit eigen land en onderweg tijdens de vlucht veel energie. De inburgering in een onbekend land, met een onbekende taal en cultuur en de soms nog onzekere uitslag van de asielprocedure, kunnen leiden tot stress. Net als veelvoorkomende werkloosheid. Bij gezinshereniging speelt daarnaast nog dat de gezinsdynamiek vaak veranderd is door de lange tijd dat gezinsleden gescheiden hebben geleefd van elkaar. Dit kan na de hereniging leiden tot extra moeilijkheden in de opvoeding. Voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) kan het lastig zijn dat ouders ineens weer aanwezig zijn, terwijl zij lange tijd voor zichzelf hebben moeten zorgen en zelf al bekend zijn geraakt met de Nederlandse samenle­ving.

Informele opvoedondersteuning

Bij informele opvoedondersteuning is vaak sprake van een brede ‘community aanpak’ waarbij gedacht kan worden aan de samenwerking met informele zorg, sleutelfiguren en “vindplekken” zoals de moskee, ouderkamers op school, etc. Informele laagdrempelige opvoedondersteuning wordt geboden door onbetaalde krachten die zich vrijwillig inzetten om gezinnen te ondersteunen, vaak vanuit een niet-formele organisatie. Zij hebben informeel contact met gezinsleden waardoor ze in een vroeg stadium problemen kunnen signaleren en aanpakken. Vaak wordt ook in groepen gepraat over opvoeding. Een voorbeeld hiervan is ‘Iftin’ in Amsterdam. Ook biedt Vluchtelingenwerk bijeenkomsten ‘preventieve ouderschapsondersteuning’ aan waar in de eigen taal met vluchtelingenouders wordt gesproken over:

  • opvoedvraagstukken;
  • opvang en onderwijs in Nederland, en;
  • gezondheid van kinderen.

Hieronder vind je programma’s die de afgelopen jaren hun aanbod hebben doorontwikkeld om beter aan te sluiten bij gezinnen met een migratie- en vluchtelingenachtergrond. Het gaat om formele organisaties waarbij de coördinatoren wel betaalde krachten zijn, maar degenen die de opvoedondersteuning bieden, zijn vrijwilligers. Deze vrijwilligers komen bij de gezinnen thuis.

Home-Start

Dit programma wil voorkomen dat alledaagse problemen van ouders met jonge kinderen uitgroeien tot ernstige en langdurige problemen). Het programma is ontstaan als aanvulling op de professionele hulp- en dienstverlening, waarbij het belangrijk was dat de gesprekken thuis plaatsvinden, en niet in een instelling.

Spel aan Huis

Spel aan Huis is een laagdrempelig preventief programma voor kwetsbare gezinnen met als doel een positieve ontwikkeling van kinderen te bevorderen door spelstimulering, opvoedondersteuning en het bevorderen van sociale integratie. Het programma biedt wekelijkse speelsessies bij gezinnen thuis.

Moeders informeren Moeders

Ervaren moeders bieden opvoedondersteuning, gezondheids- voorlichting en een steuntje in de rug aan andere moeders. Dit versterkt het zelfvertrouwen en vergroot de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van moeders. In maandelijkse huisbezoeken, groepsbijeenkomsten en online wisselen moeders ervaringen en informatie uit, tot het kind 2 jaar is.

Steunouder

Vrijwillige steunouders vangen binnen dit programma kinderen op uit kwetsbare gezinnen, voor een of twee dagdelen per week. Dit ontlast ouders en zo kunnen zij energie opdoen. Op deze manier vergroot de kans dat ouders zelf voor hun kinderen kunnen blijven zorgen en wordt het netwerk van het gezin uitgebreid.

Samen oplopen

Een gezinsvrijwilliger en een professionele hulpverlener lopen samen op met gezinnen en ondersteunen hen in de volle breedte. De inzet is maatwerk en gericht op het wegnemen van stress. Er wordt coaching geboden, hulp bij opvoeding en financiële zorgen, er wordt gespeeld met de kinderen en een luisterend oor geboden.

Buurtgezin

Opvoeden doen we samen. Gezinnen die steun kunnen gebruiken (vraaggezin) worden door een lokale coördinator gekoppeld aan een stabiel gezin in de buurt (steungezin). Op laagderempelige, gelijkwaardige en alledaagse wijze krijgen kinderen wat extra liefde en aandacht en worden ouders ontlast.

Meeleefgezin

Een meeleefgezin biedt vrijwillig opvang aan, aan een kind (0 t/m 4 jaar) van ouders met psychische problemen. Het kind doet positieve ervaringen op in deze vertrouwde en stabiele tweede omgeving. Deze ervaringen dragen bij aan een gezonde ontwikkeling van deze kinderen en geven ruimte aan de relatieopbouw tussen ouder(s) en kinderen.

Formele opvoedondersteuning

Bij formele opvoedondersteuning gaat het om betaalde krachten binnen de jeugdvoorzieningen. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • JGZ-medewerkers;
  • opvoedadviseurs;
  • CJG-medewerkers, of;
  • wijkteam-medewerkers.

Zij hebben een formele opdracht van de gemeente en hebben hiervoor erkende kwalificaties. Ook via het welzijnswerk wordt laagdrempelige opvoedondersteu­ning geboden, bijvoorbeeld in de vorm van opvoedcur­sussen, themabijeenkomsten of oudercafés.

Hoe kunnen kwetsbare groepen beter bereikt worden?

  • Uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) blijkt dat in toenemende mate eigen voorzieningen ontstaan vanuit de migrantengemeenschappen op het gebied van jeugdzorg en opvoedondersteuning. Samenwerking tussen deze eigen voorzieningen en reguliere voorzieningen biedt een mooie kans om migrantengezinnen beter te ondersteunen.
  • Uit onderzoek blijkt dat een outreachende werkwijze drempelverlagend werkt en dat het de ouderlijke betrokkenheid verhoogt. Ouders blijken vooral behoefte te hebben aan steun en informatie dicht bij huis. Het is belangrijk dat hulpverleners/begeleiders de mogelijkheid krijgen om naar de gezinnen toe te gaan, en plekken te bezoeken waar ouders regelmatig samenkomen. Zoals in het buurthuis, de school of een gebedshuis.
  • Het consultatiebureau/de JGZ, en eerder al de verloskundige, kunnen ouders al in het algemeen informeren over het aanwezige opvoedondersteuningsaanbod. Ook de huisarts kan een belangrijke functie vervullen in het tijdig verwijzen naar opvoedondersteuning. Het is dan ook handig als huisarts en JGZ goed op de hoogte zijn van het aanbod opvoedondersteuning in hun regio.
  • Voor het bereiken van (kwetsbare) ouders is de school een goede toegangspoort. Ouders geven aan dat zij veel vertrouwen hebben in de school als het gaat om opvoedkundige zaken.
  • Statushouders-gezinnen die in de gemeente komen wonen, kunnen snel thuis bezocht worden door de JGZ. Op die manier wordt duidelijk waar het gezin behoefte aan heeft. Daarbij wordt de drempel lager om zelf een JGZ-instantie te bezoeken.
  • Uit onderzoek blijkt dat gemeenten een groter bereik hebben onder de kwetsbare groepen, als er een inlooppunt tot stand is gekomen in samenspraak met migrantengezinnen en als er ook medewerkers uit verschillende migrantengroepen aanwezig zijn.

Succesfactoren binnen opvoedondersteuning

  • Meer vraaggericht (of ‘persoonsgericht’ of ‘op maat’) werken is een aanrader. Hierdoor sluiten praktische tips en adviezen meer aan bij de hulpvraag van ouders. Opvoedvragen rond discriminatie, de religieuze opvoeding en moraliteit, zijn in het regulier aanbod vaak onderbelicht. Waardoor migrantenouders zich niet herkennen in het aanbod.
  • Het vergroten van interculturele deskundigheid van medewerkers in het preventieve aanbod is belangrijk. Dit gaat om kennis, vaardigheden en het gedrag waarmee de professional omgaat met de cliënt. De sensitieve houding en vaardigheden van de professional kunnen doorslaggevend zijn voor het slagen van opvoedondersteuning.
  • De taal wordt vaak gezien als drempel. Communicatie in eigen taal (met tolken of sleutelfiguren) kan deze drempel verlagen. Door het samenwerken met sleutelfiguren, kunnen taal- en culturele miscommunicaties minder worden.
  • Zorg voor een veilige vertrouwensband met de ouders, waarbij in het begin de hulpverlening plaatsvindt in een vertrouwde omgeving voor de ouders (thuis). Van daaruit kan toegewerkt worden naar eventuele cursussen of bijeenkomsten in groepsverband.

Feiten en cijfers over jeugdzorg

  • Na de invoering van de Jeugdwet in 2015 nam het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt toe tot begin 2018. Om in de eerste zes maanden van 2018 weer af te nemen. Het is onduidelijk of de daling het gevolg is van een afnemende vraag, van beleidskeuzes van gemeenten, of dat andere factoren een rol spelen. Het aantal jongeren in de jeugdbescherming nam in het eerste halfjaar van 2018 overigens nog wel toe.
  • In 2017 ontving 8,8 % van alle jongeren (0-22 jaar) met een niet-westerse migratieachtergrond een vorm van jeugdhulp (jeugdreclassering en jeugdbescherming buiten beschouwing gelaten). Ongeveer hetzelfde deel van de jongeren met een Nederlandse achtergrond ontving jeugdhulp, ruim 8,9%.
  • Kinderen en jongeren met een migratieachtergrond zijn echter wel oververtegenwoordigd in jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering.
  • In 2017 ontvingen meer jongens dan meisjes jeugdhulp. In totaal kregen 225.600 jongens en 166.800 meisjes jeugdhulp.
  • De helft van alle jongeren met jeugdhulp was tussen de 4 en 11 jaar oud. Dit komt overeen met 13% van alle kinderen in deze leeftijdsklasse. Bij de jongeren tussen 12 en 17 jaar was het aandeel jongeren met jeugdhulp ook 13%. Bij de jongste kinderen tot en met drie jaar lag dit aandeel flink lager met 4%.
  • Als de groep van 18 tot en met 22 jaar buiten beschouwing gelaten wordt, ontving 11,2 % van alle jongeren in Nederland in 2017 jeugdhulp.
  • Sinds 1 januari 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan kinderen in COA-locaties. Sinds 2016 zijn er in 10 gemeenten pilots gedaan, die als zeer positief zijn ervaren. In de pilots is geëxperimenteerd met het inzetten van de gemeentelijke jeugdhulp infrastructuur voor de kinderen op een COA-locatie. Dit is gedaan om die jeugdhulp beschikbaar te kunnen maken voor deze doelgroep.
  • Ouders met een niet-westerse migratieachtergrond, ouders uit één-oudergezinnen, en ouders die onder de armoedegrens leven, zijn vaker negatief gestemd over de opvoeding, dan andere ouders.
  • De meest voorkomende opvoedvragen van ouders hebben betrekking op: grenzen stellen, lastig gedrag, emotionele ontwikkeling, vertraging in de ontwikkeling, gezondheid en lichamelijke ontwikkeling.

Gemeenten verantwoordelijk

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdzorg (= jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering). Jeugdhulp wordt gegeven aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking of bij opvoedingsproblemen.

Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt als de veiligheid en ontwikkeling van een kind in het geding zijn. Jeugdreclassering is bedoeld voor jongeren vanaf 12 jaar die met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. De (kinder)rechter beslist of jeugdbescherming of jeugdreclassering ingezet moet worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

Trainingen

De trainingen Opvoedondersteuning in de multiculturele context gaan in op:

  • de waarden en normen in de opvoeding;
  • de omgang en communicatie met gezinnen uit andere culturen;
  • de invloed van religie en de verantwoordelijkheden van de ouders;
  • de rollen binnen het gezin en de verwachtingen van de familie;
  • opvoeden in een multiculturele samenleving.

Meer over de Pharos trainingen

Voorlichtingsmateriaal over opvoedondersteuning