Infosheet

Kansrijke Start

& Armoede en schulden

Hoewel de meeste kinderen in Nederland een kansrijke start hebben en gezond, veilig en in welzijn opgroeien, zijn er grote verschillen tussen gemeenten en ook tussen wijken binnen gemeenten. De omstandigheden waarin kinderen opgroeien en zich ontwikkelen spelen hierbij een cruciale rol. Zo vergroten armoede [1] en schulden, vooral als deze langdurig spelen, de kans op een minder goede start.

In deze infosheet bieden we praktische handvatten om binnen de aanpak Kansrijke Start aandacht te besteden aan het thema armoede en schulden. We leggen de relatie tussen armoede, schulden en Kansrijke Start en benoemen vier aandachtsgebieden om dit thema concreet op te pakken.

Aandacht voor armoede en schulden bij kansrijke start

Naast de genetische aanleg, gezondheid en leefstijl van ouders, spelen levensomstandigheden van (aanstaande) ouders en kind een belangrijke rol bij een kansrijke start. Soms nog meer dan medische- of leefstijlfactoren, zeker voor (aanstaande) ouders in kwetsbare een situatie of met een lagere sociaaleconomische positie. Armoede en schulden, vooral als deze langdurig spelen, vergroten de  kans op een minder goede start. Zeker in combinatie met andere problemen, zoals slechte woonomstandigheden of ziekte, kunnen ze grote gevolgen hebben voor (aanstaande) ouders en kinderen. Chronische stress [2] is vaak het gevolg. Het is vaak moeilijk om te ontsnappen aan de omstandigheden die veel stress veroorzaken. Het verminderen van armoede en schuldenproblematiek zorgt voor betere kansen in gezinnen in kwetsbare situaties, en is in veel coalities en aanpakken Kansrijke Start dan ook een belangrijk thema.

Cijfers en feiten

In 2019 leefden ruim 251.000 minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen. Dat is ongeveer 1 op de 13 kinderen. Ruim 3% van hen leefde langdurig – minstens vier jaar – in een gezin met een laag inkomen. Onder eenoudergezinnen met minderjarige kinderen is het percentage gezinnen met een laag inkomen aanzienlijk hoger: 18,3 % jaar (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).  De RIVM Kansrijke Start Monitor kijkt naar het percentage vrouwen dat beviel en gelijktijdig problematische schulden op haar naam had staan. In 2017 was dat 3,4% (Perined en CBS-microdata 2017).

De gevolgen van armoede en schulden

Als armoede tijdelijk is en er geen betalings- of andere problemen zijn, kunnen (aanstaande)ouders daar meestal goed mee omgaan. Een sociaal netwerk kan zorgen dat (aanstaande) ouders net rond kunnen komen en kan steun geven bij het welbevinden en opvoeden. Maar in situaties van langdurige armoede spelen vaak meerdere problemen tegelijkertijd, zoals slechte huisvesting of verslaving en ontbreekt het vaak aan steun of een netwerk. Hoe langduriger het geldgebrek en gebrek aan perspectief, des te groter is de kans op nadelige gevolgen bij (aanstaande) ouders en de kinderen. Chronische stress is daarbij een belangrijke factor.

Chronische stress

Meer dan de helft van de mensen met schulden heeft last van stress, terwijl dit bij mensen zonder schulden 10% is. Bij chronische stress is het lichaam voortdurend overbelast en heeft het geen tijd om te herstellen. Dit geeft schade aan organen en hersenen en heeft een ongunstige invloed op gedrag. Het maakt het moeilijker goed voor jezelf te zorgen en de juiste keuzes te maken. Chronische stress veroorzaakt enerzijds directe fysieke schade op het lichaam en anderzijds beperkt stress het denkvermogen. Dit verkleint de kans om financiële problemen goed aan te kunnen pakken en op te lossen. Chronische stress is daarmee een belangrijke factor voor het ontstaan en in stand houden van (sociaaleconomische) gezondheidsverschillen.

Chronische stress in het vroege leven

Hevige of langdurige stress tijdens de zwangerschap en in het vroege leven heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen, hormonen, het zenuwstelsel, het immuunsysteem en zelfs het DNA van de foetus en het jonge kind. Het heeft invloed op de mogelijkheden in het latere leven. Hevige stress ontstaat bijvoorbeeld bij het opgroeien in armoede, bij scheiding van de ouders, mishandeling, drugsgebruik en ook bij psychiatrische aandoeningen.
Voor een kind kan chronische stress gevolgen hebben voor functioneren, focussen, concentratie en het slecht kunnen plannen en besluiten nemen. Op de lange termijn wordt de kans op psychische en lichamelijke ziekten groter als gevolg van chronische stress. Als periodes van chronische stress meer dan viermaal optreden in de kindertijd loopt diegene op volwassen leeftijd grote kans om 10 jaar eerder te overlijden. Lees meer over de impact van stress in het themadossier van het NCJ over earlylife stress.

Chronische stress tijdens de zwangerschap

Chronische stress tijdens de zwangerschap kan de ontwikkeling van de hersenen van het ongeboren kind negatief beïnvloeden. Maar ook op latere leeftijd kan stress effect hebben op de hersenontwikkeling van kinderen, met name op het deel van de hersenen dat helpt om activiteiten te plannen, emoties onder controle houdt en motivatie en concentratie reguleert. Bekijk het filmpje waarin Eric Steegers (Erasmus MC) het effect van armoede en de daaruit volgende stress op ongeboren kinderen, uitlegt.

Opgroeien in (langdurige) armoede

  • Opgroeien in (langdurige) armoede kan voor kinderen op de korte termijn leiden tot minder welbevinden (zich zorgen maken over de situatie en schaamte) en meer sociale uitsluiting (door geldgebrek niet mee kunnen doen aan sport, schooluitjes, verjaardagfeestjes, enzovoort). Op de langere termijn is er een verhoogde kans op slechtere schoolprestaties, probleemgedrag, voortijdig schoolverlaten en jeugdcriminaliteit. Uiteindelijk kan het leiden tot een verminderde kans op een goedbetaalde baan, een slechtere fysieke en mentale gezondheid en/of slechtere woonomstandigheden. Uiteindelijk hebben nieuwe generaties uit arme families een grotere kans om zelf ook arm te worden. Lees meer over de gevolgen van armoede en schulden in het dossier van NJI.
  • Door stress en spanning kan de band tussen ouders en kinderen onder druk komen te staan. Ouders kunnen ook onzeker raken over hun rol als ouder en opvoeder. Kinderen hebben dus niet alleen last van hun eigen stress, maar ook van de stress van hun ouders. En dit verhoogt de kans op bijvoorbeeld problemen rond hechting, (psychosociale) ontwikkeling en kan leiden tot kindermishandeling.

Schaarste en impact op gedrag

  • (aanstaande) Ouders met schulden of een langdurig laag inkomen ervaren stress door de ervaren (financiële) schaarste. Volgens de psychologie van de schaarste leidt dit tot beperkingen in de cognitieve vermogens en kan zelfs bij mensen die langdurig schaarste ervaren het IQ tijdelijk met een aantal punten dalen.
  • Het vermogen om lange termijn beslissingen te nemen gaat achteruit en mensen zijn vooral bezig met het oplossen van de schaarste op korte termijn. Hierdoor worden vaker onverstandige beslissingen genomen. Mensen zijn soms onvoorzichtig en afwezig, doen vaker impulsieve aankopen en maken meer fouten. Het lukt hen minder goed om de financiële problemen op te lossen.
  • Schaamte speelt bij mensen in armoede een grote rol. Het geeft extra stress om armoede te verbergen en dit leidt vaak tot terugtrekkend gedrag.

Wat veroorzaakt stress als je weinig geld hebt?

  • Betalen van rekeningen (terwijl inkomsten nog niet binnen zijn);
  • Elke dag heel zorgvuldig met geld moeten omgaan;
  • Geen onverwachte uitgaven aankunnen;
  • Risico -bij beslag op het inkomen of de uitkering- te weinig over te houden om rond te komen;
  • Zorgen over afsluiting van gas en elektriciteit en/of huisuitzetting;
  • Het niet kunnen vinden van de toegang tot de juiste hulp;
  • Angst dat benodigde zorg geld gaat kosten (tandarts, verwijzing ziekenhuis);
  • Schaamte om armoede te verbergen geeft extra stress, wat vaak leidt tot terugtrekkend gedrag.

Lees meer de impact van chronische stress in de publicatie ‘Ongezonde stress’ van Pharos.

Minder goede gezondheid

  • (aanstaande) Ouders met een inkomen onder de ‘lage inkomensgrens’ zijn over het algemeen ook minder gezond: ze roken meer, hebben vaker ernstig overgewicht en bewegen te weinig. Ook kampen ze vaker met psychische klachten als angst, depressie en slaapproblemen en ze voelen zich vaker machteloos, hebben minder vertrouwen.
  • Uit angst voor de zorgkosten kunnen (aanstaande) ouders met financiële problemen een medisch specialist of bijvoorbeeld de tandarts mijden.

Armoede: verschillen in groepen en regio’s

Eenoudergezinnen

Een laag inkomen kwam in 2018 het meest voor bij eenoudergezinnen met minderjarige, thuiswonende kinderen. Van deze gezinnen had ruim een vijfde (21%) een inkomen onder de lage-inkomensgrens[3]. Het percentage eenoudergezinnen met minderjarige kinderen dat langdurig − minstens vier jaar − onder de lage-inkomensgrens leefde, daalde tussen 2017 licht van 7,8 procent naar 7,5 procent in 2018 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2019).

Gezinnen met migratieachtergrond

Kinderen van gezinnen die gemigreerd zijn uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika of Azië[4] hebben meer kans op armoede dan kinderen afkomstig uit Europa, Noord-Amerika of Oceanië. In 2019 groeide ruim 25% van de minderjarige kinderen met deze migratieachtergrond minstens een jaar op in een huishouden met een laag inkomen. Onder kinderen met een volledig Nederlandse afkomst gaat het om 3,6 % (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020). Migranten van de eerste generatie hebben een groter risico op armoede dan migranten van de tweede generatie.

Huishoudens met een vluchtelingenachtergrond

In Nederland heeft bijna 53% van de huishoudens met een vluchtverleden (asielzoekers en statushouders) een laag inkomen, ruim zes keer zo vaak als een gemiddeld huishouden in Nederland. Bij ouders en kinderen van Syrische of Eritrese afkomst is dat zelfs circa 80% (CBS 2018). Het risico op armoede is van 2016 op 2017 toegenomen in huishoudens van Syrische afkomst; de grootste groep vluchtelingen in Nederland.

Toename armoede en schulden door coronacrisis

Het thema is urgenter dan ooit. De armoede in Nederland neemt fors toe. Ook zonder de coronacrisis zou dit het geval zijn, maar de crisis verscherpt en versterkt de ontwikkeling. Berekeningen van SchuldenlabNL en Deloitte schatten in dat het aantal huishoudens met schulden in 2021 van 1,3 tot wel  2,6 miljoen huishoudens stijgt. Mensen lopen door baanverlies een groter risico op armoede. Dit treft vooral de traditioneel toch al kwetsbare groepen als werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond, laagopgeleide mensen en mensen met een arbeidsbeperking en ook jongeren en flexwerkers. Vanwege de onderlinge wisselwerking zal dit ook een effect hebben op de gezondheid van deze mensen, op de verschillen in gezondheid en zo op de gehele maatschappij. Het kabinet stelt daarom in 2021 middelen beschikbaar voor gemeenten om armoede en problematische schulden bij kwetsbare groepen tegen te gaan.

Verschillen in regio’s

In Nederland zijn er grote verschillen tussen regio’s en binnen gemeenten voor wat betreft het aantal kinderen dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit. In Rotterdam (16,5%), Heerlen (15%), Delfzijl (14,6%) en Amsterdam (14,5%) woonden in 2019 naar verhouding de meeste kinderen in een gezin met een laag inkomen. Dat is in alle gevallen circa twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde van 7,8 % (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020). Kijk voor meer cijfers naar het CBS en waarstaatjegemeente.nl (thema Werk en Inkomen en Jeugd).

Meer informatie: NJI en het CBS (Armoede en sociale uitsluiting 2019), de Armoedekaart 2019 SCP en de Kansenkaart.

Armoede in de Kansrijke Start aanpak

Gemeenten hebben de regierol in de aanpak van schulden en (kinder-)armoede. Enerzijds omdat zij lokaal kunnen helpen, anderzijds omdat gemeenten contacten hebben met lokale partners die zicht hebben op de gezinnen die in armoede leven. Gemeenten kunnen deze partners bij elkaar brengen. Dat betreft bijvoorbeeld de JGZ, huisartsen en POH, het onderwijs, de wijkteams, schulddienstverlening, wijkagent of werkgevers en woningcorporaties. Ook partners in de geboortezorg, zoals verloskundigen en de kraamzorg, kunnen achterliggende problemen als armoede of schuldenproblematiek signaleren.

De uitdaging ligt in het voorkomen van problematische schulden en langdurige armoede bij gezinnen en het tijdig in beeld krijgen van (aanstaande) ouders met armoede- en schuldenproblematiek om hen passend te kunnen ondersteunen. Daarbij is aandacht nodig voor het beperken/compenseren van de gevolgen van armoede en schulden en stressvermindering. Samenwerking op dit thema tussen partners uit het medische- én het sociale domein kan daarom een belangrijk aandachtspunt zijn in de aanpak Kansrijke Start.

Wat kunnen coalities Kansrijke Start doen?

Vaak gebeurt er al veel in een gemeente rond het thema armoede en schulden, vanuit bijvoorbeeld armoedebeleid, Werk en Inkomen, welzijn, de wijkteams of informele ondersteuning. Kijk wat daarvan relevant is voor (aanstaande) ouders in armoede of met schulden. Hoe je er met elkaar voor kun zorgen dat bestaande voorzieningen en initiatieven onder samenwerkingspartners en ouders bekend zijn. En bespreek wie ouders verder kunnen helpen wanneer problemen rond armoede en schulden worden gesignaleerd. Het werkt ook andersom: onderzoek welke problemen rond armoede of schulden of specifieke doelgroepen door bijvoorbeeld JGZ en geboortezorgpartners worden gezien die nog beperkt of geen aandacht krijgen binnen de gemeente. Breng in kaart wat de gemeente zou kunnen betekenen? Door het gesprek te voeren met elkaar en informatie te delen kan je de aanpak aanscherpen en breder bekend maken.

Vier aandachtsgebieden

In meerdere coalities en aanpakken Kansrijke Start wordt de link gelegd met armoede en schulden en zijn partners uit dat domein betrokken. Zij zetten bijvoorbeeld in op bewustwording van de problematiek bij professionals en vrijwilligers, de gevolgen voor (aanstaande) ouders en kind, het belang van het kunnen bespreken en betere vroegsignalering en doorverwijzing naar passende ondersteuning. Ook werken ze aan betere toegankelijkheid en meer bekendheid van de mogelijke ondersteuningsmogelijkheden voor inwoners en coalitiepartners.

In deze infosheet werken we vier aandachtsgebieden concreet uit:

  1. Kennen en duiden van de problematiek
  2. Vroeg signaleren, doorverwijzen en ondersteunen
  3. Bekendheid en toegankelijkheid regelingen en voorzieningen
  4. Leren van elkaar en deskundigheidsbevordering.

1. Kennen en duiden van de problematiek

  • Neem in het bespreken van de problematiek rond Kansrijke Start cijfers mee die informatie geven over risicofactoren als laag inkomen, armoede en schulden.
    • Denk daarbij aan cijfers van kinderen in uitkeringsgezinnen, eenoudergezinnen, gezinnen met een migrantenachtergrond en verdeling van sociaaleconomische status over de gemeente. Mogelijk zijn er vanuit armoedebeleid ook gemeentecijfers beschikbaar van kinderen die opgroeien in armoede. Bespreek of er specifieke groepen zijn die extra aandacht vragen.
    • Betrek bij het bespreken van de cijfers ook mensen uit de wijkteams en/of schulddienstverlening en vrijwilligers, bijvoorbeeld van de voedselbank of Homestart. Kijk welke partners je nog meer nodig hebt om een goed beeld te krijgen. Denk aan zelforganisaties, vluchtelingenwerk, vrijwilligers of professionals actief voor tienermoeders of jonge ouders. Bespreek met elkaar welke gegevens beschikbaar en relevant zijn en of het beeld uit de cijfers herkend wordt in de praktijk en welke aanvullingen er zijn.
    • Deel in de coalitie de kennis over de gevolgen van armoede en schulden en de impact van stress tijdens de eerste 1000 dagen. Dit kan de urgentie van problematiek benadrukken, maar ook bij coalitiepartners tot meer begrip en bewustwording leiden.
  • Neem het perspectief van (aanstaande) ouders mee: met welke problemen hebben zij te maken en wat hebben zij nodig?
    • Ga met (aanstaande) ouders in gesprek zoals in de gemeente Utrecht of Vaals.
    • Betrek (aanstaande) ouders bij je aanpak. Er zijn verschillende plekken om in contact te komen met (aanstaande) ouders, bijvoorbeeld via initiatieven als Moeders informeren Moeders, een moederraad verbonden aan verloskundigenpraktijken of via Voorzorg trajecten.
    • Meerdere gemeenten betrekken ervaringsdeskundigen bij de aanpak van armoede en schulden zoals in Rotterdam, Utrecht of Noord Nederland. Zij kunnen op basis van persoonlijke en collectieve ervaringskennis over leven in armoede of met schulden een brug slaan tussen de ‘systeem- en de leefwereld’.
    • Wanneer je aandacht wilt besteden aan statushouders, ga dan na of er sleutelpersonen werkzaam zijn in je gemeente/regio. Dit zijn getrainde moeders of vaders met vaak eenzelfde achtergrond als de doelgroep. Zij zijn onderdeel van de gemeenschap en hebben directe ingangen. Ze weten wat er leeft en kunnen de behoeften vertalen naar zorg en beleid. Je kunt ook contact leggen met migrantenorganisaties om na te gaan wat er bij hun achterban rond dit thema speelt.
    • Je kunt de podcasts gebruiken die Pharos maakte over de verhalen van moeder Adonia, die met schulden te maken had tijdens haar zwangerschap.

Meer informatie vind je in de infosheet Samenwerken met de doelgroep

Praktijkvoorbeeld De Goede Raad

De Academische Werkplaats Jeugd Twente (AWJT) zet zich in voor de gezondheid van kinderen in armoede. In het project ‘versterking van zorg voor kinderen in armoede’ werkten onderzoekers, professionals én ouders met een krappe beurs samen. Zij onderzochten wat ouders nodig hebben om hun kind gezond en gelukkig te laten opgroeien.

Om de inbreng van ouders binnen de Werkplaats structureler te maken, is de ‘Goede Raad’ opgericht met ouders die ervaring hebben met het grootbrengen van hun kind(eren), terwijl ze te maken hebben met een smalle beurs. De Goede Raad geeft gevraagd en ongevraagd advies over bijvoorbeeld het benaderen van gezinnen en de ontwikkeling van interventies. Lees hier verder over dit project en lees de factsheet met do’s and dont’s om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van gezinnen in armoede.

De samenwerking met de Goede Raad, professionals en andere ouders hebben geleid tot het programma Gezonde kinderen in krappe tijden. Tijdens het programma, bestaande uit vijf bijeenkomsten, onder leiding van een ervaringsdeskundige op het gebied van armoede samen met een professional, krijgen ouders handvatten om hun kind gezond en gelukkig te laten opgroeien ondanks de armoedesituatie. Tevens is er ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en tips en te werken aan eigen doelen.

2. Vroeg signaleren, doorverwijzen en ondersteunen

Investeren in vroegsignalering

Met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt vroegsignalering van schulden een wettelijke taak voor de gemeente. In het belang van een Kansrijke Start aanpak is het advies om ook in het vroegtijdig signaleren en herkennen van financiële risico’s bij (aanstaande) ouders/huishoudens te investeren. Hierbij kunnen (zorg)professionals met elkaar verkennen in hoeverre zij het ‘brede’ gesprek voeren met (aanstaande) ouders en hoe zij signaleren. In sommige gemeenten is dit al de praktijk en is het onderwerp armoede en schulden een  onderdeel van gebruikte signaleringsinstrumenten van verloskundigen of programma’s en huisbezoeken van bijvoorbeeld de JGZ of opvoedondersteuners/opvoedcoaches. Bespreek hoe dit gebruikt wordt en hoe dat gaat. Evalueer met elkaar of je de signalen kent en kunt bespreken, waarbij oog is voor zowel het kind als de ouders.

Handreiking ‘Omgaan met armoede in de Jeugdgezondheid’

Professionals in de geboortezorg en jeugdgezondheidszorg spelen een belangrijke rol in het signaleren en bestrijden van kinderarmoede. Om hen te ondersteunen is de Handreiking ‘Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid’ (NCJ) ontwikkeld. In de handreiking vind je concrete werkwijzen voor het Signaleren, maar ook voor het Ondersteunen en het Stimuleren bij kinderarmoede. De handreiking is het derde deel van een drieluik. Eerder werden de handreikingen ‘Omgaan met armoede op scholen’ en ‘Omgaan met armoede in het sociaal domein’ uitgebracht.

Signaleren van armoede en schulden verbeteren

Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS onder eerstelijns verloskundigen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen blijkt dat het signaleren van niet-medische risicofactoren van kwetsbaarheid bij gezinnen beter kan:

  • Thema’s als inkomen en schulden worden vaak niet besproken door verloskundigen en JGZ.
  • Men geeft aan te weinig kennis te hebben over deze thema’s.
  • Er is sprake van handelingsverlegenheid: de verwijsmogelijkheden en het beschikbare aanbod zijn niet altijd bekend.

Het is belangrijk om (aanstaande) ouders uit te leggen waarom gevraagd wordt naar onderwerpen zoals inkomen, geldproblemen of opleidingsniveau. Als ouders dat begrijpen, is de kans groot dat ze het minder vervelend vinden dat ernaar gevraagd wordt. Het is ook belangrijk om ouders te laten weten wat er met hun antwoorden wordt gedaan.

  • In veel gemeenten zijn er afspraken met bijvoorbeeld energiebedrijven, woningcorporaties en zorgverzekeraars om mensen met schulden of zij die daar gevoelig voor zijn vroegtijdig in beeld te krijgen en te voorkomen dat inwoners in de schulden komen. Ga na of dat in jullie gemeente ook zo is. Kijk met de betreffende beleidsmedewerker welke vraagstukken en oplossingen er zijn vanuit dit domein. Mogelijk kunnen afspraken gemaakt worden dat als het een zwangere betreft (of een ouder met jonge kinderen) er dan contact wordt gezocht met de verloskundige, JGZ of het wijkteam om te bespreken wat zij kunnen betekenen voor het gezin in de vorm van spullen of andere behoeften.
  • Faciliteer een gezamenlijke training met aandacht voor signalering en bijvoorbeeld voor gespreksvaardigheden, het aansluiten bij de behoeften van de ouders en/of stress-sensitief werken. Er zijn meerdere organisaties die trainingen op dit terrein verzorgen zoals het NCJ, Movisie of Stimulanz.

Praktijkvoorbeeld Brede schuldenaanpak Arnhem

Sinds 2017 heeft de gemeente Arnhem een brede schuldenaanpak 0 – 18+ gericht op vroegsignalering en toegankelijkheid. Ketenpartners werken met elkaar samen om mensen met geldzorgen beter, en vooral vroeger te bereiken. Zo komen er halverwege 2021 regelloketten in de gemeente; fysieke én online plekken waar je met alle vragen rondom geldzorgen terecht kan. Daarnaast is er een online toolbox voor partners in de stad die inwoners spreken met geldzorgen. De toolbox bevat onder andere een routekaart, een filmpje over de training signaleren en uitleg voor partners over verschillend aanbod. Deze informatie ondersteunt partners bij het signaleren, informeren én doorverwijzen naar de juiste hulp. Momenteel wordt verkend hoe ook de partners Kansrijke Start hier een rol in kunnen spelen en wat zij daarvoor nodig hebben. Denk aan het trainen van professionals (waaronder verloskundigen), samenwerking met de kraamzorg, aanbod Centering Pregnancy, thema financiën op bijeenkomsten voor ouders of input geven voor nieuwsbrieven aan ouders en professionals. Lees verder over de aanpak in Arnhem.

Doorverwijzen naar (informele) ondersteuning

  • Ga na welke (informele) ondersteuning er in de gemeente is. Belangrijke aandachtspunten bij deze ondersteuning zijn de coachende vaardigheden van de professionals, aandacht voor de effecten van chronische stress voor ouders en kinderen en stressvermindering, aandacht voor de problemen op verschillende leefgebieden en voor beperkte vaardigheden als lezen, schrijven, digitale – en gezondheidsvaardigheden. Een mooi voorbeeld hierbij is de aanpak Mobility Mentoring®. Met Mobility Mentoring® werken professionals samen met inwoners (en hun gezinnen) aan een structurele verbetering van hun leefsituatie.

Praktijkvoorbeeld Ondersteuning jonge moeders/ouders

Op meerdere plekken in het land zijn initiatieven om jonge ouders/moeders te ondersteunen. Vaak gaat het om jonge ouders waar veel en complexe zaken spelen en waarvoor een steuntje in de rug niet altijd voldoende is. Vaak wordt er op meerdere levensterreinen ondersteund, waaronder ook financiën en schulden. Ondersteuning bij de opvoeding en het vinden van school of werk behoort ook tot de mogelijkheden. Vaak zijn er meerdere professionals en vrijwilligers uit verschillende organisaties bij betrokken. Voorbeelden zijn Jarabee in Twente of het Jonge Ouders Project in Heerlen.

  • Meerdere coalities ontwikkelen gezamenlijk zorgpaden of routekaarten en actualiseren deze, of breiden ze uit, met nieuwe partners. Zorgpaden bieden zorgverleners inzicht in de lokale ondersteuningsmogelijkheden, onder andere rond armoede en schuldenproblematiek. Ze bevatten relevante instanties en contactpersonen om in te schakelen. Het samen opstellen en bespreken van de zorgpaden helpt om elkaar en de mogelijkheden in de gemeente beter te leren kennen. Het kan helpen bij het maken van samenwerkingsafspraken tussen partijen. Maak gebruik van al bestaande zorgpaden in andere coalities, zoals de zorgpaden uit Groningen of de routekaart schulddienstverlening van de ketenpartners uit Arnhem.
  • In een aantal gemeenten wordt onder één dak gewerkt door verloskundigen en bijvoorbeeld het wijkteam of maatschappelijk werk/wijkcoaches. Hierdoor kunnen (aanstaande) ouders snel en laagdrempelig toegeleid worden naar de juiste professional die hen verder kan helpen.

Praktijkvoorbeeld Samenwerken onder één dak

In de gemeente Losser zijn in alle huisartsenpraktijken consulenten Jeugd en Wmo aanwezig om patiënten met niet-medische problemen te ondersteunen. Omdat ze nauw samenwerken met de inkomensconsulenten bij de gemeente kunnen ze snel bepalen welke ondersteuning voorrang heeft: bijvoorbeeld niet de gedragsproblematiek van het puberende kind, maar budgetcoaching van de ouders. Zie ook Samenwerken bij schulden – zes inspirerende voorbeelden.

In Lelystad wordt in een aantal wijken binnen Multifunctionele accommodatie (MFA) samengewerkt door professionals uit de eerste- en nuldelijn. Inwoners kunnen hier met vragen terecht tijdens een financieel spreekuur dat de maatschappelijke dienst en een kerkelijke organisatie samen runnen. Doordat het spreekuur onder één dak zit met de huisarts en andere zorg, is er geen hoge drempel om binnen te lopen. Ook wordt er doorverwezen naar zwaardere hulpverlening als er sprake is van schulden of langdurige armoede.

  • Organiseer een bijeenkomst of ‘kennislunch’ voor coalitiepartners over het thema armoede en schulden en deel daar de belangrijkste lokale hulp en ondersteuning en maak ruimte voor het multidisciplinair bespreken van casuïstiek: wat zijn signalen, hoe kun je die bespreken en wat heb je eventueel nog nodig om dit goed te kunnen doen?

Sociale steun

Schaamte speelt vaak een grote rol in het leven van mensen met financiële problemen. Dit kan op meerdere manieren negatieve effecten hebben:

  • het kan andere negatieve gevoelens, zoals machteloosheid en een negatief zelfbeeld veroorzaken;
  • het kan ervoor zorgen dat mensen geen hulp durven of willen vragen;
  • het gaat vaak samen met minder sociale contacten en meer eenzaamheid.

Versterken sociale netwerken en steun

Schaamte kan uiteindelijk leiden tot terugtrekkingsgedrag, vooral bij langdurige armoede. Dit kan leiden tot een minder groot netwerk. Terwijl het voor gezinnen in armoede van belang is een goed sociaal netwerk met steun te hebben om de financiële of emotionele druk op het gezin te verzachten. (aanstaande) Ouders halen hun informatie en steun vooral uit hun directe omgeving en netwerk. Naast tijdige signalering en het bespreken van problemen, is het versterken van de sociale netwerken en de eigen kracht van ouders en gezinnen van belang in een Kansrijke Start aanpak. Daarvoor zijn de mensen in de buurt van (aanstaande) ouders en informele ondersteuning met (opgeleide)vrijwilligers essentieel.

Lees meer over het versterken van sociale netwerken in het themadocument bouwstenen en succesfactoren van de aanpak Kansrijke start. (Zie bouwsteen Kansrijk opgroeien)

3. Bekendheid en toegankelijkheid regelingen en voorzieningen

In een gemeente zijn vaak veel regelingen en mogelijkheden voor ondersteuning van (aanstaande) ouders en hun kinderen. Maar ondanks dat er vaak veel beschikbaar is, weten mensen er veelal onvoldoende van. Dat geldt voor de (aanstaande) ouders zelf, maar ook voor vrijwilligers en professionals.

  • Ga met de coalitie na welke regelingen en mogelijkheden er zijn en zorg ervoor dat professionals deze ook kennen en weten hoe die ze die kunnen benutten. Welzijn en het wijkteam kennen vaak de lokale hulp en ondersteuning op dit gebied. In Oss organiseerde men voor de coalitiepartners een themabijeenkomst over armoede en schulden. Daarin was ook aandacht voor de verschillende regelingen.
  • Bij veel coalities zijn ook beleidsmedewerkers onderwijs en scholen aangesloten. Door met het basis- en voortgezet onderwijs en ook voorschoolse educatie na te gaan hoe beter in contact te komen met gezinnen die in armoede leven, kunnen gemeenten de mogelijkheden voor kinderen om mee te doen al vroeg onder de aandacht brengen van ouders. Ook bij de uitvoering van de Leerplichtwet door gemeenten liggen kansen om verbinding te maken met kinderen en ouders.

Kindpakket

In veel gemeenten is er een kindpakket. Hiermee stellen zij kinderen in staat om mee te doen. Ze vergoeden bijvoorbeeld contributies voor sport en cultuur of schoolreisjes en fietsen of geven een vergoeding voor smartphone, iPad of laptop. Ook kan het kindpakket een bijdrage leveren aan het welzijn van kinderen. Het gaat vaak om een bundeling van regelingen voor kinderen tot 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen (onder de norm van 120% van het sociale minimum). De invulling wisselt per gemeente en is afhankelijk van de lokale situatie en behoeften van kinderen/ gezinnen. Kijk bijvoorbeeld eens naar die van Enschede waar bijvoorbeeld ook babyspullen bij staan.

Ga na of er in jouw gemeente ook een kindpakket is. Zorg ervoor dat (zorg)professionals het pakket kennen, dat ouders het kunnen vinden en dat aanvragen gemakkelijk is. Mogelijk kom je als coalitie ook nog tot aanvullingen van het pakket.

Armoedepact

Naast een kindpakket kennen ook veel gemeenten (soms ook regionaal) een armoedepact. Hiermee verbinden meerdere organisaties zich aan de ambitie om armoede te bestrijden. Hierbij gaat het ook om regionale/ lokale partners, inwoners- en vrijwilligersinitiatieven en wordt soms ook specifiek ingezet op kinderarmoede, zoals in Almelo en het Zeeuwse pact. Kijk of je met de coalitie of een afgevaardigde kunt aansluiten, informatie kunt delen en waar mogelijk kunt verbinden.

  • Zorg ook bij (aanstaande) ouders voor de bekendheid en toegankelijkheid van regelingen en mogelijkheden. Dit kan bijvoorbeeld door:
    • Over de voorzieningen in lokale kranten en weekbladen, maar ook in (school)nieuwsbrieven te publiceren.
    • Rekening te houden met het taalniveau van de doelgroep (laaggeletterdheid en armoede gaan vaak hand in hand). Zorg voor begrijpelijke communicatie over regelingen en ondersteuning, in gesprekken, in schriftelijke communicatie en op websites.
    • (aanstaande) Ouders die een uitkering aanvragen te informeren over de voorzieningen voor kinderen.
    • Te faciliteren onherkenbaar voorzieningen aan te vragen op een plek waar aanvragers zich op hun gemak voelen; geen speciaal loket.
    • Zoveel mogelijk drempels weg te nemen, zoals voorwaarden waaraan moet worden voldaan of ingewikkelde routes en procedures om aan te vragen.
    • Te zorgen dat ouders op weg geholpen kunnen worden en waar nodig extra ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren of het aanvragen van regelingen en ondersteuning. In veel gemeenten is er een formulierenbrigade, hulp bij thuisadministratie of zijn er ‘maatjes’ op het gebied van schulden en financiën. Hen kun je uitnodigen bij een gesprek met (aanstaande) ouders. Help ouders met het vinden van de juiste informatie en kom er later nog eens op terug en vraag of het gelukt is.

Gemeentepolis

Veel gemeenten hebben een gemeentepolis. Dit is een zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen, chronische ziekte of beperking. Het is een basisverzekering met een aanvullende verzekering. De afspraken over de inhoud en over de kosten worden in gezamenlijk overleg tussen verzekeraar en gemeenten gemaakt. Dit gebeurt vooral in regionaal verband met de preferente zorgverzekeraar in dat gebied. In de meeste gemeenten valt de ontwikkeling en afsluiting van de polis onder Werk en Inkomen. In de aanvullende verzekering van deze gemeentepolis kunnen extra vergoedingen worden opgenomen.

Enkele aanknopingspunten:

  • Informeer coalitiepartners over de minimapolis in je gemeente. Wat wordt vergoed en wat niet en wat zijn de voor- en nadelen?
  • Communiceer over de polis op een eenduidige en begrijpelijke manier. Zorg voor begeleiding van (aanstaande) ouders naar de voor hen passende verzekering.
  • Ga na wie in je gemeente de gesprekken met de zorgverzekeraar voert en bespreek wat er nu al in de polis zit voor kwetsbare zwangeren of gezinnen en wat daarin nog meer mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan het vergoeden de kosten voor kraamzorg. Sluit eventueel aan bij jaarlijkse regionale overleggen over de gemeentepolis (meestal in het najaar).
  • Organiseer of sluit aan bij regionale bijeenkomsten met andere gemeenten en partners over de inhoud van de polis en vraag wat zij in de praktijk tegenkomen. Bespreek dit voor met de coalitiepartners.
  • Er is ook een mogelijkheid om ‘potjes’ voor aanvullende diensten vanuit andere wetten zoals de Participatiewet (bijvoorbeeld voor zwangeren met een uitkering) te koppelen aan de gemeentepolis. Ga na of die er in je gemeente al zijn of bespreek de mogelijkheden.
  • Een aantal zorgverzekeraars spreekt met gemeenten af een eurobudget te creëren: 1 euro per betalende verzekerde op de gemeentepolis. Dit budget mag de gemeente vrij besteden bijvoorbeeld voor activiteiten binnen Kansrijke Start.
  • Zorgverzekeraars zijn vaak ook betrokken bij regionale preventieakkoorden en stellen werkagenda’s en convenanten op met regio’s of grote gemeenten. Daarin staan armoede en schulden vaak als thema’s opgenomen en soms ook Kansrijke Start. Kun je daarbij aansluiten?

Lees hier verder over de gemeentepolis.

4. Leren van elkaar en deskundigheidsbevordering

  • Faciliteer onderlinge uitwisseling van kennis over armoede en schulden tussen professionals en informele ondersteuning. Laat betrokkenen hun expertise delen en laat hen leren van elkaar op het gebied van het herkennen en bespreekbaar maken van de problematiek. Wissel oplossingen uit, bespreek casuïstiek en laat mensen die gewend zijn om schulden en armoedeproblematiek te bespreken, anderen -die dit lastiger vinden-, op weg helpen.
  • Besteed met meerdere gemeenten of coalities in de regio (of andere regio’s met ervaring) aandacht aan dit thema. Wat kunt je van elkaar leren? Wellicht is ook aan te sluiten bij regionale aandacht voor het thema kinderarmoede.
  • Bespreek of er partners, bijvoorbeeld de JGZ of het CJG, zijn die een aanspreekpunt of aandachtfunctionaris hebben of willen hebben op dit thema. Deze professional is op de hoogte van de mogelijkheden en eventuele nieuwe ontwikkelingen omtrent armoede.
  • Faciliteer een gezamenlijke training waarin bijvoorbeeld aandacht is voor gespreksvaardigheden, het aansluiten bij de behoeften van de ouders en/of stress-sensitief werken. Er zijn meerdere organisaties die trainingen op dit terrein verzorgen zoals het NCJ, Movisie of Stimulanz. Zowel Rotterdam als Groningen hebben bijvoorbeeld ingezet op het trainen van verschillende professionals en vrijwilligers op het thema armoede. De gemeente financierde de trainingen.

Aandacht voor de gevolgen van stress

Het is van belang de onderliggende stressoren (schulden, slechte huisvesting, enzovoort) weg te nemen, maar dit heeft meer kans van slagen als er ook aandacht is voor de gevolgen van chronische stress op het functioneren van (aanstaande) ouders en kinderen.

Coalitiepartners van Kansrijke Start kunnen iets betekenen in het verlichten van stress én voorkomen dat zij onbedoeld stress toevoegen, door met afspraken en regelingen en dergelijke beter aan te sluiten bij de belevingswereld van (aanstaande) ouders met chronische stress. Dit heeft een positief effect op de vertrouwensrelatie en de kwaliteit van de zorg en ondersteuning. Dit vraagt soms wel veranderingen in de communicatie of bejegening en vraag om specifieke vaardigheden. Denk aan:

  • Het (kunnen) herkennen en benoemen van bijvoorbeeld de signalen van stress of financiële problemen;
  • Rekening houden met het taalniveau en met het feit dat niet alle ouders bekend zijn met de Nederlandse zorgsystemen. Bekijk voor meer informatie en handvatten de infosheet laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden;
  • (Aanstaande) ouders bewust maken van wat de omstandigheden met hen doet;
  • Versterken van vaardigheden en geloof in eigen kunnen.

Besteed hier via deskundigheidsbevordering en trainingen aandacht aan. Pharos biedt vanaf medio september 2021 de training Sensitief werken in de eerste 1000 dagen, gericht op het voorkomen van gezondheidsverschillen, door stress-sensitief te werken met ouders op een begrijpelijke en cultuur sensitieve wijze.

Lees verder in de Pharos publicatie ‘Ongezonde stress’ en Stress sensitief werken in de eerste 1000 dagen of bekijk de voorbeelden van stress-sensitief werken.

Nog vragen?

Heb je na het lezen van dit document nog vragen over het bouwen en versterken van lokale coalities Kansrijke Start? Neem dan gerust per mail contact op met de Pharos adviseurs via Kansrijkestart@pharos.nl.

Gezamenlijk werken we aan tijdige en passende ondersteuning voor (aanstaande) zwangeren en jonge ouders in een kwetsbare situatie en een kansrijke start voor meer kinderen.

Bronnen en referenties

[1]Er zijn verschillende definities van armoede. Het CBS spreekt niet van arme huishoudens of huishoudens die in armoede leven, maar van huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens (inkomen tot 120% van het sociaal minimum) of van huishoudens met kans op armoede. Van armoede is sprake als het inkomen onder een bepaalde koopkrachtnorm ligt. Behalve het inkomen worden ook andere factoren meegenomen om de kans op armoede te beschrijven, zoals hoe lang een gezin van een laag inkomen leeft, de omvang van de vaste lasten en het eigen oordeel over de financiële positie.

[2] Er zijn verschillende soorten stressoren die zorgen voor een stressreactie in het lichaam. Sommige van deze reacties zijn acuut. Naast deze acute stressoren zijn er ook stressoren of omstandigheden waar mensen langdurig aan worden blootgesteld en waar men geen controle over heeft. Dit kan fysiek of emotioneel uitputtend zijn. Voorbeelden hiervan zijn armoede, discriminatie, huiselijk geweld e.d. Deze stressoren zorgen voor chronische stress.

[3] Lage-inkomensgrens: inkomen tot 120% van het sociaal minimum

[4] Alle Aziatische landen, behalve Indonesië en Japan