Uit de praktijk — in gesprek met een professional
In deze rubriek spreken we in elke nieuwsbrief een andere professional die in de dagelijkse praktijk met VGV te maken krijgt. Deze keer: Maron Maas, jeugdverpleegkundige in het voortgezet onderwijs-team van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Den Haag en aandachtsfunctionaris VGV.
VGV bespreken hoort bij het werk
Maron spreekt jongeren op middelbare scholen, in de onder- en bovenbouw en in de ISK-klassen voor kinderen uit nieuwkomersgezinnen. Daarnaast doet ze medische intakes op een asielzoekerscentrum. "Bij de ISK-leerlingen bespreek ik VGV bijna dagelijks. Als een kind uit een risicoland komt, is het standaard dat je het onderwerp aansnijdt." Vaak komt het signaal uit de gezondheidsvragenlijst, waarin ook wordt gevraagd waar de ouders zijn geboren.
Het gesprek nieuwsgierig en zonder oordeel aangaan
Op school spreekt Maron de kinderen alleen, zonder ouders, met een praatkaart met vaste onderwerpen. "Bij meisjes vraag ik naar de menstruatie en van daaruit maak ik het bruggetje naar VGV." Ook met jongens gaat ze het gesprek aan. "Dat is soms lastiger, maar zij zijn wel de vaders van de toekomst, dus juist belangrijk."
Haar leidende principe daarbij “blijf nieuwsgierig en oordeel niet.” Ze durft zich kwetsbaar op te stellen en merkt dat gezinnen daar juist open op reageren, zowel vaders als moeders.
Een gesprek dat bijbleef
Eén gesprek is haar bijzonder bijgebleven: een vader die worstelde met wat er, een aantal jaar eerder in het land van herkomst, met zijn dochters was gebeurd. "Hij zei: er was zo veel maatschappelijke druk, ik wilde het eigenlijk niet. Dat vond ik - ondanks het verwerpen van VGV - toch ontroerend. We denken vaak dat VGV van de vader moet, maar vaders zijn onzeker en staan onder druk van de gemeenschap, als ze het niet zouden hebben gedaan, had dat consequenties." Het leerde haar met een opener blik naar de rol van ouders te kijken.
Korte lijnen in de keten
Maron maakt in Den Haag deel uit van een ketenwerkgroep die elk kwartaal bij elkaar komt en waarin casuïstiek wordt besproken. Aan tafel zitten onder meer Vluchtelingenwerk, Veilig Thuis, het Centrum voor Jeugd en Gezin en de gynaecoloog van de VGV-poli. "Met die poli heb ik zelf ook regelmatig contact, voor overleg of om mee te gaan met een meisje of moeder met klachten. De lijntjes zijn kort."
De grootste uitdaging
Die zit voor haar niet in het gesprek zelf, maar in de zichtbaarheid van de aandachtsfunctionaris. "Naar kinderen en ouders toe werk ik met mijn hart en dat voelen ze. Maar hoe zorg je dat dit onderwerp voor meer collega's iets van elke dag wordt, dat iedereen er goed in getraind is en dat wij goed vindbaar zijn?" De nieuwe JGZ-richtlijn ziet ze als een mooie aanleiding om VGV binnen elk team opnieuw en blijvend op de agenda te zetten.
Wat ze meegeeft aan collega's
"Wees kwetsbaar en nieuwsgierig. Je hoeft niet te doen alsof je alles weet. Zeg gerust: ik weet hier zelf niet zoveel van, kun je me er iets over vertellen? Dan komt het gesprek echt op gang." En, voegt ze toe: schakel bij een taalbarrière altijd een tolk in. En laat die Nederlandse directheid wat los: "Neem de tijd. Kijk ook naar jezelf: als je een vraag niet durft te stellen, is dat misschien je eigen ongemak."
Voor de toekomst hoopt ze vooral dat professionals elkaar beter weten te vinden en dat VGV steeds bespreekbaarder wordt. "Dat we er zijn voor deze gezinnen en echt kunnen helpen. Het liefst wil ik natuurlijk dat VGV er ooit helemaal niet meer is maar zover zijn we helaas nog niet."