Infosheet

Meisjesbesnijdenis in Nederland – beleid, wetgeving en ketenaanpak

We hebben gezamenlijk veel goeds bereikt in Nederland. De Nederlandse ketenaanpak, ook wel de Dutch Chain Approach, is in veel landen bekend. Er zijn weinig andere landen in Europa waar de keten van preventie, zorg, wetshandhaving en voorlichting – vooral door de inzet van onmisbare sleutelpersonen – zo goed is neergezet. Het is juist de combinatie van preventie, wetshandhaving en aandacht voor goede zorg (voor vrouwen die al besneden zijn) die werkt.

Beleid

De Nederlandse overheid is al sinds de jaren negentig betrokken bij de strijd tegen vgv. Dit hangt samen met de komst van vluchtelingen uit landen waar vgv gepraktiseerd wordt. In 1993 heeft Nederland het standpunt ingenomen dat alle vormen van vgv verboden zijn. Dit verbod sluit aan bij het WHO-standpunt om geen enkele vorm van meisjesbesnijdenis te tolereren.

Het beleid in Nederland is een zero tolerance beleid. Het Nederlandse beleid is er enerzijds op gericht om te voorkomen dat meisjes en vrouwen die in Nederland wonen worden besneden, en anderzijds om goede medische en psychosociale zorg te bieden aan meisjes en vrouwen die besneden zijn. Het gaat dus niet alleen om juridische maatregelen, maar ook om preventie en gezondheidszorg.

In de loop der jaren hebben zich in Nederland verschillende beleidsontwikkelingen ten aanzien van vgv voorgedaan. Het beleid hangt nauw samen met ontwikkelingen elders in de wereld en in internationaal verband.

Wetgeving

Strafbaarheid

  • Vgv is in Nederland strafbaar als vorm van kindermishandeling (art. 300-304, 307, 308 Wetboek van Strafrecht, WvSr). Er staat een maximale gevangenisstraf van 12 jaar op of een geldboete van maximaal 76.000 euro. Als ouders de besnijdenis zelf uitvoeren op hun eigen dochter, of op een kind over wie zij het gezag uitoefenen of die zij verzorgen of opvoeden, kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd (art. 304 sub 1 WvSr). Ook zijn zij strafbaar als zij de vgv laten uitvoeren en/of ondersteunen, opdracht geven hiervoor, ervoor betalen, middelen leveren waarmee de vgv wordt uitgevoerd en/of meehelpen tijdens de besnijdenis. Deze handelingen worden volgens de Nederlandse strafwet beschouwd als uitlokking, medeplichtigheid of mededaderschap (art. 47 en 48 WvSr).
  • In maart 2013 zijn het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering gewijzigd met het oog op de verruiming van de mogelijkheden tot strafrechtelijke aanpak van huwelijksdwang, polygamie en vrouwelijke genitale verminking. De rechtsmacht wat betreft vgv is uitgebreid in die zin dat een vgv die in het buitenland is gepleegd, maar waarbij het slachtoffer de Nederlandse nationaliteit of een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ook strafbaar is in Nederland. Dit geldt ook als de dader een buitenlandse nationaliteit heeft en/of niet in Nederland woonachtig is.
  • Vanaf 1 februari 2006 kon iemand al worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde vgv, indien de verdachte de Nederlandse nationaliteit had of in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats had.
  • Vanaf 1 juli 2009 is de verjaringstermijn verlengd. Een vrouw kan nu aangifte doen van haar besnijdenis van haar 18de tot haar 38de levensjaar.

Verblijfsvergunning

Sinds 2001 is het mogelijk dat minderjarigen vanwege een aantoonbare dreiging van meisjesbesnijdenis een beroep doen op een verblijfsvergunning ‘Asiel voor bepaalde tijd’.

In de Vreemdelingencirculaire 2013 Deel C – 2/ 3.3 Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw, foltering of onmenselijke behandeling staat de meest recente informatie hierover van de IND. Via de zoekterm ‘genitale verminking’ kan de informatie worden gevonden.

Tuchtrecht

Zorgverleners die meewerken aan vgv kunnen worden berecht op grond van het medisch tuchtrecht. In het bulletin Vrouwelijke genitale verminking (2010) heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg de relevante wetgeving en veldnormen ten aanzien van vgv bijeengebracht. Hierin staat dat zorgverleners niet mogen meewerken aan het uitvoeren van vgv en herinfibulatie, noch bij minderjarigen, noch bij volwassenen.

Bulletin Vrouwelijke genitale verminking
(Inspectie voor de Gezondheidszorg, 2010)

Meldcode

Sinds 1 juli 2013 zijn organisaties en zelfstandigen verplicht een meldcode te hebben. Dit is vastgelegd in de wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De meldcode helpt professionals, bijvoorbeeld huisartsen, leerkrachten en medewerkers van jeugdinrichtingen, om adequaat te reageren op signalen van geweld. Het voorkomen van vgv maakt onderdeel uit van de wet. Doel van de wet is dat professionals mishandeling in de thuissfeer vroegtijdig signaleren en zo nodig melden. Voor iedere professional geldt bij een vermoeden van een dreigende of uitgevoerde meisjesbesnijdenis dat hij of zij moet handelen volgens het stappenplan behorend bij de eigen meldcode.

Per 1 januari 2019 is de meldcode aangepast. De verbeterde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bevat nu een afwegingskader toegespitst op de eigen beroepspraktijk, waarmee professionals kunnen afwegen of het noodzakelijk is een melding te doen bij Veilig Thuis.

Onderzoek in Nederland

Zorg voor besneden vrouwen

Het project ‘Toeleiding naar zorg voor besneden vrouwen’ is met subsidie van het ministerie van VWS opgezet om uit te proberen op welke manier men het beste vrouwen de weg kan wijzen naar de zorg, met de bedoeling dat reguliere partijen deze werkwijze op termijn kunnen overnemen. In dit rapport vindt u de evaluatie van het project.

Meisjesbesnijdenis onder Indonesische vrouwen in Nederland

In opdracht van het Ministerie van VWS heeft Pharos in de periode april – december 2014 een quickscan gedaan naar meisjesbesnijdenis onder Indonesische vrouwen in Nederland. Het doel was om na te gaan wat de situatie is onder Indonesische en Maleisische vrouwen in Nederland die dochters hebben, die mogelijk risico lopen om besneden te worden, en die al of niet regelmatig naar het herkomstland reizen. De quickscan mondt uit in dit rapport waarin conclusies en aanbevelingen staan die het Ministerie in staat stelt beleid te formuleren en onderbouwde acties te ondernemen.

Omvang en risico vrouwelijke genitale verminking in Nederland

Op 1 januari 2018 wonen in Nederland bijna 41.000 vrouwen die zijn besneden. Naar schatting lopen 4.200 meisjes de komende 20 jaar risico op besnijdenis. Dat blijkt uit onderzoek van Pharos in opdracht van het ministerie van VWS.

In Nederland wonen ruim 95.000 vrouwen die afkomstig zijn uit landen waar meisjesbesnijdenis een cultureel gebruik is. Naar schatting is 43 procent van hen besneden: bijna 41.000 vrouwen. Het grootste deel van hen (82 procent) komt uit Somalië, Egypte, Ethiopië, Eritrea, Soedan en Irak.

Psychosociale gevolgen van meisjesbesnijdenis

Over de psychische, sociale en relationele gevolgen van meisjesbesnijdenis is nog weinig bekend. Onderzoekers van Pharos, Centrum45 en Koninklijk Instituut voor de Tropen hebben in samenwerking met FSAN (Federatie Somalische Associaties Nederland) de ervaringen van vrouwen in Nederland die een besnijdenis ondergingen in kaart gebracht. In Versluierde pijn komen de vrouwen zelf aan bod; ze vertellen over hun boosheid en angst, over gevoelens van uitsluiting, verdriet en schaamte alsook over de manier waarop zij met hun pijn, problemen en klachten omgaan in Nederland en hun ervaringen met hulpverlening.

Prevalentie van vgv in de verloskundigenpraktijk

In 2008 heeft TNO een retrospectief onderzoek gedaan naar het voorkomen van vgv in alle verloskundepraktijken. Hieruit blijkt dat 4 van de 10 zwangere vrouwen uit risicolanden die in Nederland bevallen, zijn besneden.

Omvang van het probleem en bestrijding van vgv in Nederland

In 2005 onderzocht de Raad voor de Volksgezondheid (RVZ) of in Nederland meisjes worden besneden. Het gaat om meisjes afkomstig uit risicolanden die naar Nederland zijn gemigreerd. Uit dit kleinschalige onderzoek is gebleken dat vgv in Nederland voorkomt. De RVZ heeft geschat dat er jaarlijks ten minste 50 meisjes in Nederland worden besneden.

Meer informatie

Meisjesbesnijdenis / VGV

Over Pharos