Factsheet

Migranten en kanker in de huisartspraktijk

Huisartsen krijgen steeds meer migranten met kanker in de spreekkamer. Het blijkt dat sommige groepen migranten weinig kennis hebben over kanker en kankerzorg. Zij zijn niet voldoende op de hoogte van het takenpakket van een huisarts, waardoor zij nogal eens eerder dan autochtone patiënten een verwijzing willen naar een specialist. Ook beïnvloedt cultuur de beleving van kanker en de communicatie erover.

Opvattingen over kanker

Door gebrek aan kennis bestaan misvattingen over kanker, zoals:

  • kanker is besmettelijk, je roept het over jezelf af door erover te praten
  • kanker is een straf van God of Allah
  • kanker leidt onherroepelijk tot de dood
  • een operatie leidt tot uitzaaiingen

Ook is kanker met taboes en stigmatisering omhuld. Dat kan leiden tot sociale uitsluiting en daardoor tot uitstel of afstel van het zoeken naar passende zorg.

Taal en opleiding

Anderstaligheid en een laag opleidingsniveau spelen een rol bij de communicatie. Een professionele tolk, geen familielid, is soms onontbeerlijk in de communicatie over kanker tussen arts en patiënt, maar wordt lang niet altijd door de migrant zelf gewenst.

Vertrouwen

Er zijn migrantengroepen die zich niet serieus genomen voelen door de huisarts, waardoor er weinig vertrouwen is. Daarom besluiten sommigen tot een second opinion in het land van herkomst, en in de eigen taal. Sommige ziekenhuizen en kankercentra hebben zorgconsulenten of geestelijke verzorgers in dienst met een migrantenachtergrond.

Familie

De familie speelt bij de meeste mensen uit niet-westerse bevolkingsgroepen een zeer belangrijke rol. De patiënt en de familie verwachten dat iedereen van de familie betrokken wordt bij de communicatie en de besluitvorming. Vaak is er een woordvoerder.

Cultuur en religie

Het komt voor dat mensen van niet-Nederlandse afkomst moeite hebben met de Nederlandse gewoonte om open en eerlijk te praten over kanker en dood. Familieleden willen vaak niet dat de diagnose, en in elk geval niet een slechte prognose, aan de patiënt verteld wordt om hem of haar te beschermen. Binnen migrantenfamilies is kanker vaak met zwijgzaamheid omhuld en wil men elkaar het leed besparen. Dit betekent echter niet dat er geen besef is van de ernst van de ziekte.

Religie kan een belangrijke rol spelen. Alleen God (Allah) beschikt over het verloop van een ziekte en het eventuele moment van sterven. Behandelingen moeten vaak gericht zijn op een zo lang mogelijk leven. Lijden wordt gezien als een eervolle beproeving.

Bovenstaande culturele en religieuze factoren verschillen per generatie, maar er zijn ook verschillen binnen dezelfde generatie.

Preventie

Uit onderzoek blijkt dat de opkomst van migranten bij bevolkingsonderzoeken lager is dan die van de algemene bevolking. Wanneer de huisarts voorlichting geeft over het onderzoek en zelf uitnodigt voor het onderzoek neemt de deelname toe. De deelname neemt ook toe door het informeren van kinderen van de migranten.

Migranten zijn daarnaast vaak minder alert op vroege symptomen van kanker. Dit heeft voor een groot deel te maken met gebrek aan kennis over o.a. het functioneren van het eigen lichaam.

Medicatie

Werking en toxiciteit van veel gebruikte kankermedicatie kunnen anders zijn voor verschillende etnische groepen. Farmacogenetisch onderzoek hiernaar staat in de kinderschoenen maar toonde dit al wel aan voor o.a. tamoxifen, vincristine en 5– Fluorouracil1.

Morfine wordt door migranten soms afgewezen vanwege de associatie met sufheid en verslaving. Bij niet-westerse patiënten bestaat soms een aversie tegen rectale toedieningsvormen van medicatie. Ook kan er een voorkeur bestaan voor injecties boven orale toediening. Sommige capsules kunnen dierlijke ingrediënten bevatten die om religieuze redenen worden afgewezen (door bijvoorbeeld Hindoestanen).

Mantelzorg

De zorg- en behandelvoorzieningen in Nederland, waaronder thuiszorg en hospice, zijn vaak onvoldoende bekend bij migrantengezinnen, zodat zij vaak lang alle zorg zelf doen. Het behoort ook vaak tot de plicht van (vrouwelijke) familieleden om de verzorging van zieke ouders op zich te nemen. Overbelasting van de mantelzorg is daarbij een groot risico.

Feiten en cijfers

Kanker incidentiecijfers voor migranten zijn moeilijk te vinden, omdat etniciteit in de meeste registers in Nederland niet wordt genoteerd. Vanwege de toename van het aantal oudere migranten in Nederland, is de verwachting dat het percentage migranten onder de kankerpatiënten zal stijgen van 1,8% in 2005 naar 6% in 2030.

Europees onderzoek laat zien dat de incidentie van kanker onder niet-westerse migranten in Europa lager is dan onder de algehele bevolking. Dit betreft kankersoorten gerelateerd aan een westerse leefstijl (colorectaal-, pancreas-, long-, borst-, ovarium-, nier- en blaas carcinoom).

Door overname van de westerse leefstijl stijgt de kans op het krijgen van kanker met het aantal jaren dat iemand in een westers land woont, en neemt de incidentie van deze soorten kanker met elke generatie toe (convergentie hypothese)6,8.

Infectie gerelateerde kankersoorten (cervix-, maag-, lever-, galblaas- en baarmoederhalskanker) komen bij niet-westerse bevolkingsgroepen juist vaker voor:

  • Het risico op HPV-gerelateerde baarmoederhalskanker is onder Surinaams-Nederlandse vrouwen 1,8 keer zo groot als onder autochtone Nederlandse vrouwen.
  • Maagkanker gerelateerd aan HP-infectie komt vaker voor bij migranten in Nederland, met name bij Turken.
  • Migranten uit Oost-Europa, Azië en Afrika leiden vaker aan leverkanker ten gevolge van chronische hepatitis B of C.
  • Migranten uit China en Noord-Afrika hebben een verhoogd risico op kanker in de neus-keelholte, met name tumoren die gerelateerd zijn aan infectie met het Epstein-Barr Virus.

Rokers met een Afrikaanse achtergrond hebben vergeleken met andere groepen een grotere kans op longkanker bij hetzelfde aantal sigaretten.

48% van de vrouwen met borstkanker jonger dan 40 jaar van Marokkaanse of Turkse afkomst werden verwezen voor genetische counseling, vergeleken met 81 % van de Nederlandse vrouwen met borstkanker jonger dan 40 jaar.

Geringe gezondheidsvaardigheden (lage opleiding, laaggeletterdheid, anders-taligheid ) zijn een risicofactor voor ontstaan én kortere overleving van kanker: zij kunnen leiden tot een ongezonde levensstijl, gebrek aan kennis over vroege symptomen, lage opkomst bij screenings-programma’s en niet begrijpen van adviezen en instructies.

Voor dikke darm-, prostaat-, slokdarm- en borstkanker is aangetoond dat patienten met een hoge SES langer overleven en met een betere kwaliteit van leven dan patiënten met een lage SES. Zij krijgen vaker een ingrijpende behandeling gericht op genezing.

Referenties en bronnen

Over Pharos

Huisarts-migrant.nl

Website voor huisartsen en andere zorgverleners met vragen over zorg en gezondheid voor migranten, vluchtelingen en patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden.
huisarts-migrant.nl

Bronnen

Sai K, Saito Y. Ethnic differences in the metabolism, toxicology and efficacy of three anticancer drugs Expert Opin Drug Metab Toxicol. 2011 Aug;7(8):967- 88. doi: 10.1517/17425255.2011.585969. Epub 2011 May 17

Koopmans GT, Devillé W, Foets M. Participation in cervix screening by migrant vs. indigenous women in The Netherlands. Eur J Public Health. 2012;22(2):76.

Haiman C, Stram D, Wilkens L, Pike M, Kolonel L, Henderson B et al. Ethnic and Racial Differences in the Smoking-Related Risk of Lung Cancer. N Engl J Med. 2006;354(4):333-342.

Aarts M. Socioeconomic determinants of cancer risk, detection, and outcome in the Netherlands since 1990. GVO drukkers & vormgevers B.V./Ponsen & Looijen; 2012.

Baars, J. E., et al. “Migrant breast cancer patients and their participation in genetic counseling: results from a registry-based study.” Familial cancer 15.2 (2016): 163-171.

Arnold M. Ethnic Heterogenity of Cancer in Europe, lessons from registry-based studies in migrants (thesis). Erasmus University Rotterdam, 2012

Graaff F de. Partners in palliative care. Academisch proefschrift Universiteit van Amsterdam; 2012

M.van den Muijsenbergh en E.Oosterberg, Zorg voor migranten, laaggeletterden en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk. Hoofdstuk 11.1 NHG/Pharos Utrecht 2016