Factsheet

Migranten en kanker in de huisartspraktijk

Huisartsen hebben te maken met (oudere) migrantenpatiënten met kanker. Zij maken meestal het hele ziekteproces mee, van diagnose tot aan genezing of overlijden. Huisartsen voelen zich niet altijd voldoende toegerust om patiënten met een andere culturele achtergrond te begeleiden. Als er ook een taalbarrière en/of beperkte gezondheidsvaardigheden spelen, wordt het nog lastiger.

Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (en een migratieachtergrond) hebben vaak weinig of onjuiste kennis over kanker, de klachten die op kanker kunnen wijzen en kankerzorg. Zij zijn ook niet voldoende op de hoogte van de rol die een huisarts speelt bij kanker.

Voor patiënten met een migratieachtergrond kunnen cultuurbepaalde ideeën de communicatie en de beleving van kanker beïnvloeden.

Feiten en cijfers

Beperkte gezondheidsvaardigheden zijn een risicofactor voor het ontstaan én kortere overleving van kanker door een gebrek aan kennis over vroege symptomen, lage opkomst bij screeningsprogramma’s, niet begrijpen van adviezen en instructies, ongezonde levensstijl en meer.

Mensen met een migratieachtergrond hebben een ander risico op het krijgen van kanker vergeleken met (autochtone) Nederlanders. Dit komt door verschillen in blootstelling aan (andere) risicofactoren, zowel in hun land van herkomst als in het nieuwe verblijfsland. Mensen afkomstig uit landen in Afrika en Azië hebben vaak een lager risico op het ontwikkelen van kanker en sterfte aan deze ziekte. Dit risico kan echter na tientallen jaren verschuiven. Vaak in de richting van het kankerrisico zoals gevonden onder de autochtone bevolking. Dat blijkt uit promotieonderzoek dat Melina Arnold heeft uitgevoerd met behulp van data van onder meer de Nederlandse kankerregistratie.

Europees onderzoek laat zien dat de incidentie van kanker onder mensen met een migratieachtergrond in Europa lager is dan onder de bevolking als geheel. Dit betreft kankersoorten gerelateerd aan een westerse leefstijl (colorectaal-, pancreas-, long-, borst-, ovarium-, nier- en blaascarcinoom).

Door het overnemen van de westerse leefstijl stijgt de kans op het krijgen van kanker met het aantal jaren dat iemand in een Europees land woont, en neemt de incidentie van deze soorten kanker met elke generatie toe (convergentie hypothese).

Infectiegerelateerde kankersoorten (cervix-, maag-, lever-, galblaas- en baarmoederhalskanker) komen bij mensen met een migratieachtergrond juist vaker voor:

  • Het risico op HPV-gerelateerde baarmoederhalskanker is onder Surinaams-Nederlandse vrouwen 1,8 keer zo groot als onder autochtone Nederlandse vrouwen.
  • Maagkanker gerelateerd aan HP-infectie komt vaker voor bij migranten in Nederland, met name bij Turken.
  • Migranten uit Oost-Europa, Azië en Afrika leiden vaker aan leverkanker ten gevolge van chronische hepatitis B of C.
  • Migranten uit China en Noord-Afrika hebben een verhoogd risico op kanker in de neus-keelholte, met name tumoren die gerelateerd zijn aan infectie met het Epstein-Barr Virus.
  • Rokers met een Afrikaanse achtergrond hebben vergeleken met andere groepen een grotere kans op longkanker bij hetzelfde aantal sigaretten.
  • 48% van de vrouwen met borstkanker jonger dan 40 jaar van Marokkaanse of Turkse afkomst werden verwezen voor genetische counseling, vergeleken met 81 % van de Nederlandse vrouwen met borstkanker jonger dan 40 jaar.
  • Voor dikke darm-, prostaat-, slokdarm- en borstkanker is aangetoond dat patiënten met een hoge sociaaleconomische status langer overleven en met een betere kwaliteit van leven dan patiënten met een lage sociaaleconomische status. Zij krijgen vaker een ingrijpende behandeling gericht op genezing.

Culturele opvattingen over kanker

Voor sommige migranten is kanker een met taboe beladen onderwerp. Dit heeft veel te maken met gebrek aan kennis over de ziekte (en vaak over het eigen lichaam in het algemeen) en aan slechte of vroegere ervaringen met familieleden met kanker. Ook gaan er verhalen rond over de mogelijkheid tot behandeling of genezing. Hierdoor bestaan soms ook misverstanden, zoals dat kanker besmettelijk is, of dat snijden in kanker altijd tot verergering leidt.

In sommige groepen kan het hebben van kanker leiden tot sociale uitsluiting. Dit wordt met name gezegd over de Marokkaanse gemeenschap.

Verschillende culturele opvattingen hebben ook invloed op het idee van palliatieve zorg.

De rol van geloof

Religie kan een belangrijke rol spelen. Alleen God (Allah) beschikt over het verloop van een ziekte en het eventuele moment van sterven. Behandelingen moeten vaak gericht zijn op een zo lang mogelijk leven. Lijden wordt gezien als een eervolle beproeving.

Bovenstaande culturele en religieuze factoren verschillen per generatie, maar er zijn ook verschillen binnen dezelfde generatie.

De rol van de famlie en mantelzorg

Voor zorgverleners is het belangrijk om te weten dat mensen met een migratieachtergrond veel sterker gericht zijn op de familie dan de Nederlandse ik-cultuur. De wensen en behoeften van een individu zijn in wij-culturen ondergeschikt aan het belang van de familie. Tast aan het begin van een onderzoeks- en behandeltraject af met wie u bijvoorbeeld uitslagen bespreekt: met de patiënt, met de patiënt en een of twee familieleden, of alleen met familieleden. Probeer ook af en toe met de patiënt alleen te spreken; is deze het eens met wat kinderen besluiten, of leven er toch andere ideeën? Kom ook tijdens het behandeltraject af en toe terug op de vraag met wie u dingen bespreekt.

De zorg- en behandelvoorzieningen in Nederland, waaronder thuiszorg en hospices, zijn vaak onvoldoende bekend bij migrantengezinnen, zodat zij vaak lang alle zorg zelf doen. Het behoort ook vaak tot de plicht van (vrouwelijke) familieleden om de verzorging van zieke ouders op zich te nemen. Overbelasting van de mantelzorg is daarbij een groot risico. Zie voor meer informatie de pagina Ouderen en gezondheid.

Tolk inschakelen en voorlichtingsmateriaal

Een taalbarrière en/of een laag opleidingsniveau spelen een rol bij de communicatie. Een professionele tolk, geen familielid, is onontbeerlijk in de communicatie over kanker tussen arts en patiënt. Lees hier meer over in de webflyer ‘zo schakelt u een tolk in’

Deze gesprekskaart helpt mensen met nadenken over wensen en behoeftes en bevat vragen over de vier dimensies van palliatieve zorg.
Deze gesprekswijzer helpt patiënten na te denken over welke behandeling iemand nog wel of niet wil.

Op de website Huisarts-Migrant vindt u voorlichtingsmateriaal en de film ‘Ervaringen met kanker kun je delen’ (in het Nederlands, Turks, Marokkaans-Arabisch en Papiaments).

Voor lotgenotencontact kunt u vrouwen met borstkanker wijzen op Mammarosa. Zij hebben ook voorlichtingsmateriaal in veel talen.

Maak gebruik van geestelijk verzorgers

Ziekenhuizen en kankercentra hebben zorgconsulenten of geestelijke verzorgers in dienst die een rol kunnen spelen bij gesprekken met patiënten met een migratieachtergrond. Via de Centra voor Levensvragen zijn geestelijk verzorgers nu ook beschikbaar voor de eerstelijn.

Preventie en bevolkingsonderzoek

Uit onderzoek blijkt dat de opkomst van migranten bij bevolkingsonderzoeken lager is dan die van de gemiddelde bevolking. Wanneer de huisarts voorlichting geeft over het onderzoek en zelf uitnodigt voor het onderzoek, neemt de deelname toe. De deelname neemt ook toe door het informeren van kinderen van de migranten.

Oudere migranten zijn daarnaast vaak minder alert op vroege symptomen van kanker. Dit heeft voor een groot deel te maken met gebrek aan kennis over o.a. het functioneren van het eigen lichaam.

Medicatie

Werking en toxiciteit van veel gebruikte kankermedicatie kunnen anders zijn voor verschillende etnische groepen. Farmacogenetisch onderzoek hiernaar staat in de kinderschoenen maar toonde dit al wel aan voor o.a. tamoxifen, vincristine en 5– Fluorouracil (1).

Morfine wordt door migranten soms afgewezen vanwege de associatie met sufheid en verslaving. Bij sommige patiënten bestaat soms een aversie tegen rectale toedieningsvormen van medicatie. Ook kan er een voorkeur bestaan voor injecties boven orale toediening. Sommige capsules kunnen dierlijke ingrediënten bevatten die om religieuze redenen worden afgewezen (door bijvoorbeeld Hindoestanen).

 

Referenties en bronnen

Over Pharos

Huisarts-migrant.nl

Website voor huisartsen en andere zorgverleners met vragen over zorg en gezondheid voor migranten, vluchtelingen en patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden.
huisarts-migrant.nl

Bronnen

Sai K, Saito Y. Ethnic differences in the metabolism, toxicology and efficacy of three anticancer drugs Expert Opin Drug Metab Toxicol. 2011 Aug;7(8):967- 88. doi: 10.1517/17425255.2011.585969. Epub 2011 May 17

Koopmans GT, Devillé W, Foets M. Participation in cervix screening by migrant vs. indigenous women in The Netherlands. Eur J Public Health. 2012;22(2):76.

Haiman C, Stram D, Wilkens L, Pike M, Kolonel L, Henderson B et al. Ethnic and Racial Differences in the Smoking-Related Risk of Lung Cancer. N Engl J Med. 2006;354(4):333-342.

Aarts M. Socioeconomic determinants of cancer risk, detection, and outcome in the Netherlands since 1990. GVO drukkers & vormgevers B.V./Ponsen & Looijen; 2012.

Baars, J. E., et al. “Migrant breast cancer patients and their participation in genetic counseling: results from a registry-based study.” Familial cancer 15.2 (2016): 163-171.

Arnold M. Ethnic Heterogenity of Cancer in Europe, lessons from registry-based studies in migrants (thesis). Erasmus University Rotterdam, 2012

Graaff F de. Partners in palliative care. Academisch proefschrift Universiteit van Amsterdam; 2012

M.van den Muijsenbergh en E.Oosterberg, Zorg voor migranten, laaggeletterden en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk. Hoofdstuk 11.1 NHG/Pharos Utrecht 2016