Infosheet

Hoe werk je aan welbevinden op scholen met vluchtelingen en andere nieuwkomers?

Deze infosheet is bedoeld voor het primair en voortgezet onderwijs met veel vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers, zoals scholen met NT2 klassen en ISK’s.

Het belang van aandacht voor welbevinden op school, juist voor kinderen met een vlucht- of migratieachtergrond

Kinderen zitten een groot deel van hun tijd op school. Leraren dragen bij aan het welbevinden van leerlingen. Met welbevinden bedoelen we  een positief gevoel en positief in het leven staan, zelfvertrouwen, geluk, een gevoel dat je ertoe doet, het ervaren van steun uit de omgeving, en het goed weten omgaan met je eigen emoties (definitie Trimbos-Instituut).

Niet alle kinderen groeien op in een ondersteunende opvoedingssituatie. Zo kan er veel spelen in de levens van nieuwkomerskinderen en kinderen die opgroeien in stressvolle omstandigheden. Dat kan nadelig zijn voor de ontwikkeling van deze kinderen. Dit zien we ook terug in onderzoek. De RVS zag in 2020 dat de maatschappelijke afstand tussen jongeren met meer en minder kansen groter wordt[1]. Daardoor worden sociaaleconomische gezondheidsverschillen groter. Voor kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status en nieuwkomerskinderen is het daarom extra belangrijk dat er aandacht is voor hun welbevinden. Aandachtspunten hierbij zijn eventuele (Nederlandse) taalachterstanden, mogelijke traumatische gebeurtenissen, (tijdelijk) gebroken gezinnen en de verwerking van de stress die migratie met zich meebrengt, zoals financiële zorgen en zorgen om de toekomst. De kinderen hebben soms schokkende dingen meegemaakt en daarom is het extra belangrijk dat gewerkt wordt aan veiligheid, verbinding en veerkracht. Pas nadat leerlingen zich veilig voelen zijn ze in staat om tot leren te komen.

Welbevinden op school: hoe ziet het eruit?

Op iedere school ziet de aandacht voor welbevinden er anders uit. Wat leerlingen en schoolpersoneel nodig hebben voor het ervaren van welbevinden op school hangt onder andere samen met de achtergrond van de leerlingen, de school en het schoolpersoneel. Iedere school heeft een eigen karakter, deels expliciet en zichtbaar, deels impliciet aanwezig. Welbevinden vraagt op iedere school om een schoolbrede benadering[2]: een combinatie van visie en bewustwording, educatie voor leerlingen (op mentaal, emotioneel, gedragsmatig en sociaal vlak), signalering en beleid. Zo is het raadzaam om een analyse te maken van wat nodig is in school, en om aandacht te besteden aan het welbevinden en de professionalisering van het schoolteam. Ook is het belangrijk om samen te werken met ouders, andere belangrijke mensen in het netwerk en organisaties buiten de school. Maar ook het organiseren van inspraak door leerlingen en een bepaalde inrichting van de school en het schoolplein dragen bij aan een beter gevoel van welbevinden. Het is natuurlijk ook belangrijk om een juiste aansluiting te hebben bij de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Een leerling heeft een hoger welbevinden als datgene dat hem geleerd wordt binnen zijn bereik en belangstelling ligt. Het gaat eigenlijk altijd om een ‘aanpak op maat’, want iedere school heeft iets anders nodig om de aanpak gericht op welbevinden te versterken. De activiteiten werken wanneer ze gedragen worden door alle mensen binnen de school en wanneer ze aansluiten bij het karakter van de school: de leerlingenpopulatie en het lerarenteam.

Wat hebben scholen met vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers nodig?

Het vertrekpunt bij het ontwikkelen van de aanpak moet passen bij het ‘karakter’ van de school en de leerlingen. Als er veel vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers op school zitten betekent dit dat er  meer rekening moet worden gehouden met taal (de hele dag door!), traumatische gebeurtenissen, (tijdelijk) gebroken gezinnen, een migratieverhaal, enzovoort. De reis van de nieuwkomers in de klas is vaak nog in volle gang, want samen met hun ouders zijn ze nog bezig hun thuis te vinden. Die reis beïnvloedt de sociaalemotionele ontwikkeling van deze kinderen sterk. Dit impliceert dat er binnen een methodiek op school aandacht moet zijn voor het verwerken van de stress die migratie bij het kind en het gezin geeft, en de verwerking van de soms schokkende gebeurtenissen die kinderen meemaakten. Ook moet een methodiek inzetten op het bevorderen van veiligheid, verbondenheid, veerkracht en identiteitsontwikkeling. Dit kan betekenen dat de ‘reguliere’ programma’s voor het stimuleren van welbevinden op school niet altijd toereikend zijn. In dat geval zijn specifieke programma’s/ methodieken wellicht meer passend of is het mogelijk een combinatie van programma’s te gebruiken. Ook ten aanzien van het signaleren van problemen waarvoor extra zorg nodig is en het betrekken van ouders, kan het nodig zijn de zaken net wat anders aan te pakken als het vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers betreft.

Met wie werk je aan welbevinden?

Werken aan welbevinden doe je met elkaar; dus met leerlingen, ouders/verzorgers, schoolteam en externen in en naast de school.

Binnen de school gaat het om:

  • Leerling, ouders/verzorgers, broers en zussen
  • Leraren
  • Onderwijsondersteunend personeel: conciërge, onderwijsassistent, ouderconsulent
  • Jongerenwerk
  • Ondersteuningsteam: intern begeleider/ zorg coördinator, schoolpsycholoog, orthopedagoog, schoolmaatschappelijk werker, coach, remedial teacher.
  • Directeur
  • Vertrouwenspersoon

Buiten de school gaat het om:

  • Familie, vrienden, buren van de leerling
  • Wijkteam
  • Leerplicht
  • Contactpersoon samenwerkingsverband: begeleider passend onderwijs, schoolpsycholoog, orthopedagoog
  • GGD/JGZ /Huisarts
  • Vluchtelingenwerk, buurthuis, kerk/moskee, sportvereniging
  • Wijkagent
  • Behandelaar/jeugdhulp/GGZ

[1] Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2020). Gezondheidsverschillen voorbij. Den Haag: RVS.

[2] Een goed voorbeeld van het werken aan een schoolbrede benadering is de Gezonde School-aanpak. Zie https://www.gezondeschool.nl/

Hoe geef je invulling aan een aanpak Welbevinden op School?

  • De start: stand van zaken

Het is goed om te beginnen met het in kaart brengen van de stand van zaken rond welbevinden in de school. Er kan een kerngroepje Welbevinden gevormd worden die begint met het invullen van de Checklist Welbevinden voor scholen met nieuwkomers (voor voortgezet onderwijs of primair onderwijs). Het invullen van deze checklist geeft een indruk van de sterke punten en aandachtspunten en geeft richting aan wat er moet gebeuren in en rond de school.

  • Het vormen van een visie

Belangrijk is om te werken vanuit een visie op welbevinden, die aansluit bij de school en de context van de school. De visie geeft het ‘waarom’ bij de invulling van ‘welbevinden op school’.

Voorbeeld Visie welbevinden

Wij zien het  als onze taak om een veilige omgeving voor kinderen te creëren, waar de leerkracht een betrouwbare persoon is. Als een vluchtelingenkind een stabiele relatie met de leerkracht kan aangaan, kan het zich veilig(er) gaan voelen wat bijdraagt aan de veerkracht.

Dit is een veilige omgeving waarin zij samen, met andere kinderen, zichzelf mogen zijn, waar zij zich gezien en gehoord voelen, gewaardeerd en bevestigd.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich realiseren dat zij in onze maatschappij zichzelf mogen zijn, maar ook dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de wijze waarop we samenleven en dat ze daarom de Nederlandse waarden en normen zullen moeten leren kennen. We willen ze helpen om te ontdekken wie ze zijn en om ze het gevoel te geven dat ze het kunnen. We laten ook merken dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn, zodat ze gelukkig kunnen zijn. Een goede relatie en communicatie met ouders/verzorgers is daarbij van groot belang.

Bron: de Bazaar

  • Aandacht voor het schoolteam

Aandacht voor welbevinden van leerlingen begint met aandacht voor het welbevinden van het schoolteam. Bij teamleden kunnen zorgen leven over het welbevinden van zowel de leerlingen als collega’s. Het is belangrijk dat hier voldoende aandacht voor is en ook om met elkaar te bespreken hoe hiermee om te gaan. Het is belangrijk om te voelen dat je als professional niet alleen verantwoordelijk bent en dat het welbevinden van de leerlingen niet alleen van jou afhangt, maar dat het gehele team, ook de directie, eenzelfde visie heeft en mede-eigenaar is. Om dit te bereiken zou het gehele team enkele trainingen en scholingen kunnen volgen, waarbij zowel inhoudelijke als praktische kennis wordt opgedaan. Als iedereen op eenzelfde wijze leert signaleren en reageren levert dit de leerling een gevoel van veiligheid op.  Aandachtpunten voor scholing en training zijn:

    • Betrek het gehele team, dus ook de directie en het onderwijsondersteunend personeel.
    • Denk van te voren na hoe het thema terugkeert in de jaaragenda. Bijvoorbeeld een basistraining aan het begin van het schooljaar, een vervolgtraining later in het jaar en tussentijds overlegmomenten in het team.
    • Sluit in je training en scholing aan bij de bevindingen uit de checklist. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of thema’s? Besteed in ieder geval aandacht aan traumasensitief lesgeven en aan het cultuursensitief werken (met leerlingen en ouders).
    • Zorg voor trainers die hoge kwaliteit kunnen neerzetten en goed op de hoogte zijn van de context van de school.
    • Maak gebruik van onze handout ‘lesgeven aan vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers’
  • Aandacht voor de educatie van leerlingen

We hebben een overzicht gemaakt van de bij ons bekende interventies en methodes om te werken aan het welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van nieuwkomerskinderen in de schoolcontext of waar de verwijzing naar een interventie vanuit school kan plaatsvinden. Dit overzicht is tot stand gekomen door middel van deskresearch en input van experts uit het veld. Als je aan de slag wilt gaan met welbevinden op scholen met vluchtelingenkinderen of andere nieuwkomers, bijvoorbeeld met een bestaande interventie voor sociaal-emotioneel leren, dan zijn een aantal punten essentieel om rekening mee te houden om ervoor te zorgen dat het aansluit bij de leerlingen en iets oplevert:

    • Aandacht voor het verbinden van de oude en de nieuwe situatie van kinderen (bij vlucht of migratie);
    • Aandacht voor het verbinden van de thuissetting en de schoolsetting;
    • Behandelen van specifieke thema’s die voor deze kinderen belangrijk zijn (afscheid nemen, rouw, trauma[1]);
    • Ervoor zorgen dat datgene wat je gaat doen niet te talig is als kinderen zelf nog niet goed de taal spreken
    • Aandacht voor het respect voor culturele verschillen;
    • Het actief verbinden van Nederlandse en niet-Nederlandse leerlingen op school;
    • Het verbeteren van kennis over de volgende onderwerpen:
      • Belang van voldoende slaap
      • De gevolgen van stress en hoe hiermee om te gaan
      • Leren ontspannen
      • Gezonde voeding
      • Beweging en sport
      • Mediawijsheid
      • Relaties en seksualiteit
  • Aandacht voor meertaligheid en de thuistaal

Als er nieuwe leerlingen op school komen denkt men vaak te snel in wat ze niet kunnen, “hun gebrekkige kennis van het Nederlands”, waarbij we vergeten dat deze leerlingen in hun tijd voor een Nederlandse school al kennis hebben opgedaan over heel veel zaken, maar dan in een andere talige- of culturele context. Als leraar moet je ervoor zorgen dat de leerlingen deze kennis ook gebruiken en daarbij is het essentieel dat de leerlingen gestimuleerd worden om actief met hun thuistaal bezig te blijven[2]. Hun thuistaal is namelijk niet alleen een bron van kennis, maar is ook het fundament waarop de Nederlandse taal gebouwd wordt. En bovendien is en blijft de thuistaal een groot deel van de identiteit van deze leerlingen, en voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling is het daarom belangrijk dat leerkrachten die thuistalen erkennen, waarderen en functioneel inzetten. Als team is het goed om in teamtrainingen hier aandacht aan te geven, maar vooral ook om hier met leerlingen en ouders over in gesprek te gaan en echt naar elkaar te luisteren.

Een aantal praktische tips en aandachtspunten:

    • Zie meertaligheid niet als probleem, maar als talent en benut dat;
    • Zorg voor een gedeelde visie en maak met elkaar afspraken;
    • Zet leerlingen en ouders in als experts;
    • Probeer een duidelijk beeld te krijgen van de taalbiografie van leerlingen
      • Welke talen komen er voor in hun familie?
      • Welke vaardigheden hebben ze?
      • Kun je taalmaatjes maken (in de klas, of door de school heen)?
    • Denk met elkaar na over hoe de thuistaal functioneel ingezet kan worden en blijf elkaar hierover inspireren
    • Stimuleer ouders om de thuistaal te blijven gebruiken (want dat dit beter is dan ‘krom’ Nederlands)
    • Maak thuistalen en -culturen zichtbaar en hoorbaar in de school
      • Niet alleen in eetfestijnen
      • In leerlingwerk
      • In posters/materialen/aankleding etc.
      • In uitjes en workshops (door ouders?)
      • In de bibliotheek
  • Aandacht voor signalering en de zorg- en ondersteuningsstructuur

 ‘Bij mij op school zijn er per klas maar zo’n drie leerlingen waar ik me geen zorgen over maak’

Directeur

Een dergelijke quote laat zien dat er op bepaalde scholen veel meer tijd en aandacht uit moet gaan naar zorgleerlingen dan op andere scholen. Dit wil niet zeggen dat voor al deze leerlingen daadwerkelijk (externe) zorg nodig is; een goed pedagogisch en didactisch klimaat op school, een mooi en passend educatief school-breed SEL programma, en een goede samenwerking met ouders kan al veel oplossen of voorkomen. Het is dan ook belangrijk hier een duidelijke visie en beleid op te hebben, inclusief een goede zorg- en ondersteuningsstructuur. Juist op scholen waar men zich over veel leerlingen zorgen maakt, moet het voor eenieder duidelijk zijn wie welke rol heeft (van conciërge tot directeur tot degene op het schoolplein) en naar wie verwezen kan worden om te voorkomen dat leerkrachten/docenten overbelast raken of dat er te laat gesignaleerd of gehandeld wordt. Aandachtspunten hierbij:

    • Laagdrempelige zorg ín de school, zoals een schoolcoach, schoolpsycholoog, jongerenwerker, schoolarts, jeugdverpleegkundige en/of iemand uit het wijkteam. Als deze personen vertrouwde gezichten worden voor het team, de leerlingen en de ouders, dan wordt de drempel tot zorg verlaagd en wordt de zorg ook sneller opgepakt. De insteek zou hierbij moeten zijn normaliseren en er tijdig bij zijn, en alleen doorverwijzen als het echt nodig is.
    • Het belang van traumasensitief en cultuursensitief werken bij (externe) zorgpartners in de buurt.
    • Aandacht voor een goede samenwerking met specifieke externe partijen (zoals de gemeente, Nidos, samenwerkingsverband, vluchtelingenwerk).
    • Een dagelijkse check-in helpt om te zie hoe het met de leerlingen gaat. Dit kan een pedagogisch conciërge zijn of een ‘emotiemeter’ in de klas.
    • Een check-out is evenzeer belangrijk.
    • Maak voldoende tijd voor gesprekken met ouders, zodat er tijd is om een relatie op te bouwen en elkaar beter te leren kennen. Lang niet altijd is er (voldoende) bekendheid met hoe een en ander werkt in Nederland. Ook kan er sprake zijn van wantrouwen of angst voor stigma. Voer gesprekken ook cultuursensitief.

Voorbeeld Goede zorgstructuur

Een duidelijke interne zorgstructuur met: twee bevlogen IB’ers, een pedagogisch conciërge die iedereen ziet ’s ochtends en in nauw contact staat met de docenten en IB’ers. Tevens is er sprake van intensieve samenwerking met het OKT (het Ouder Kind Team), een ouder kind adviseur is aanwezig in de school. Externe zorg is te vinden als dat nodig en wanneer dit nodig is, wordt dit op een cultuursensitieve manier besproken met ouders. We hebben het besef dat er soms heel veel gesprekken en heel veel uitleg nodig zijn, dit wordt dan ook gedaan. Er is bij het team veel kennis over traumasensitief lesgeven.

Bron: De Blauwe Lijn

  • Aandacht voor de ouderpartnerschap; de samenwerking met ouders en verzorgers

Een goede samenwerking met ouders is heel belangrijk, maar dit is lang niet altijd gemakkelijk. Lang niet alle ouders komen bijvoorbeeld naar ouderavonden, of überhaupt binnen de school. Soms lijken ouders bijna niet bereikbaar. Hier kunnen zaken als miscommunicatie of onbekendheid met elkaars cultuur spelen of zijn de verwachtingen over en weer niet duidelijk uitgesproken. De coronapandemie en de daaruit voortkomende maatregelen hebben de samenwerking niet gemakkelijker gemaakt. Met name het contact met ouders die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn of die geen digitale middelen hebben of hier niet bekend mee zijn, is lastig. Toch is het ook belangrijk, of wellicht zelfs extra belangrijk, om met ouders van nieuwkomers te werken aan goed educatief partnerschap. Ook hier zijn enkele aandachtspunten:

    • Formuleer een visie op het samenwerken met een tolk of sleutelpersoon.
    • Denk eens na over ‘out of the box’ manieren van informatie verstrekken. Hoe kun je de drempel verlagen en je doel als school bereiken in het betrekken van ouders? Zijn er andere manieren om een ouderavond te organiseren?
    • Ga in gesprek met ouders over hun verwachtingen over school en de prestaties van hun kind. Deel ook jouw verwachtingen en probeer tot gezamenlijke verwachtingen te komen.
    • Informeer ouders over het Nederlandse zorg- en onderwijssysteem of verwijs naar instanties die hen hierover kunnen informeren. Je kunt hiervoor gebruik maken van onze praatkaart. Probeer achter overeenkomsten en verschillen te komen zodat duidelijk wordt wat er verwacht wordt door de school van ouders en andersom; niet alleen op het gebied van de prestaties van het kind, maar ook bijvoorbeeld voor de schoolse voorwaarden, de betrokkenheid van ouders etc.
    • Neem tijd voor gesprekken over het inzetten van zorg, omdat deze lastig kunnen zijn, en voer deze op een cultuursensitieve manier.
    • Bespreek of een community aanpak bij jullie werkt om de samenwerking met ouders te verbeteren, je kunt hierbij denken aan:
      • Faciliteiten voor ouders in de school, zoals taallessen;
      • Voorlichting aan ouders op school (voeding, slapen, bewegen, media, seksualiteit, onderwijssysteem in NL, belang van spelen en vrije tijd, etc.);
      • Mogelijkheden voor sportactiviteiten voor ouders in en om het schoolgebouw.

[2] www.groothoff-langwhich.com en frederike.groothoff@gmail.com

Totstandkoming van deze infosheet

Deze infosheet is gebaseerd op het onderzoek: Welbevinden op School voor vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers. In dit project is met negen scholen (PO en VO) met veel vluchtelingenkinderen en andere nieuwkomers en een Gezonde School Adviseur onderzocht naar wat een school nodig heeft om aan de slag te gaan met Welbevinden. Door actiegericht onderzoek is op deze scholen een ‘plan op maat’ geïmplementeerd voor het verbeteren van de aanpak Welbevinden op School. Deze infosheet geeft handvatten om een Aanpak Welbevinden schoolbreed neer te zetten.