Ouderenzorg: knelpunten én oplossingen voor effectieve zorg en ondersteuning

Ouderenzorg omvat alle zorg en ondersteuning die 55-plussers nodig hebben. Doel is dat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. En dat hun kwaliteit van leven zo hoog mogelijk blijft. Helaas wordt dit doel nog niet voor alle ouderen gehaald. Zo blijkt dat niet iedereen even makkelijk de weg kan vinden in het ingewikkelde zorglandschap. Hier lees je meer over dit knelpunt en andere uitdagingen in de ouderenzorg. En je ontdekt wat daaraan te doen valt.

Ouderenzorg in het kort

  • Ouderenzorg is alle zorg en ondersteuning die 55-plussers nodig hebben voor maximale zelfstandigheid en optimale kwaliteit van leven
  • 55-plussers kunnen ouderenzorg krijgen in en buiten zorginstellingen – van mantelzorgers, vrijwilligers en professionele zorgverleners
  • Er zijn verschillende vormen van ouderenzorg: van thuis- en dementiezorg tot dagbesteding en preventieve ouderenzorg
  • Ouderenzorg moet toegankelijk en van goede kwaliteit zijn voor élke 55-plusser
  • Goede ouderenzorg vereist onder andere:
  • inspraak van – en samenwerking met – ouderen, mantelzorgers en ouderenzorgvrijwilligers
  • speciale aandacht voor ouderen in een kwetsbare positie
  • een scherp oog voor de culturele achtergrond van ouderen
  • een zorg- en welzijnsstelsel dat de zelf- en samenredzaamheid van álle ouderen mogelijk maakt;

Ouderenzorg: zorg voor elke 55-plusser

Onder de term ‘ouderenzorg’ valt alle zorg en ondersteuning die 55-plussers nodig hebben – fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel (op het gebied van zingeving). Het kan dus gaan om medische zorg, bijvoorbeeld bij een ziekte of botbreuk. Maar ook om hulp bij problemen als eenzaamheid. Welke vorm ouderenzorg ook heeft, doel is altijd maximale zelfstandigheid en een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven voor elke 55-plusser.

Kwetsbaarheid onder ouderen

Vergeleken met andere leeftijdsgroepen ervaren 55-plussers vaker gezondheidsproblemen, financiële zorgen en vatbaarheid voor ziekten (‘morbiditeit’). Daardoor hebben zij te maken met veel verschillende zorgverleners en ondersteuners.

Onder ouderen bestaan grote verschillen in vitaliteit, chronische gezondheidsproblemen en behoeften aan zorg en ondersteuning. Factoren als inkomen, opleiding, sociaal netwerk of beheersing van de Nederlandse taal kunnen allemaal bijdragen aan de kwetsbaarheid waarmee sommige 55-plussers worden geconfronteerd.

Mensen met een lage sociaaleconomische positie of mensen met een migratieachtergrond krijgen daardoor minder makkelijk toegang krijgen tot goede ouderenzorg. Innovatieve zorgoplossingen – zoals eHealth-ontwikkelingen – bereiken hen bijvoorbeeld onvoldoende.

Het toekomstbestendig organiseren van zorg en ondersteuning voor ouderen is momenteel een van de grootste maatschappelijke opgaven. In Nederland wordt de groep ouderen steeds groter en zij worden gemiddeld steeds ouder. Dit stelt de politiek voor lastige beleidskeuzes. Zolang algemeen beleid onvoldoende oog heeft voor deze achterblijvende groep, bestaat het risico dat onder ouderen de verschillen in zorgtoegang en gezondheid toenemen.

Soorten zorgverleners in de ouderenzorg

Ouderen kunnen te maken krijgen met verschillende soorten zorgverleners:

  • Professionals

Hebben een meerjarige (zorg)opleiding gevolgd en krijgen betaald voor hun werk. De meesten zijn in loondienst bij een zorgorganisatie, zorginstelling of welzijnsorganisatie. Anderen werken als zelfstandige, vaak in opdracht van zo’n organisatie of instelling. Veelvoorkomende beroepen in de professionele ouderenzorgverlening zijn (wijk)verpleegkundigen, geriaters, fysiotherapie en praktijkondersteuning.

  • Vrijwilligers

Werken meestal voor een zorg- of welzijnsorganisatie. Daar krijgen ze geen salaris, maar wel trainingen of cursussen en soms vrijwilligersvergoeding. Hiermee kunnen ze hun vrijwilligerswerk verantwoord, veilig en effectief uitvoeren. Zij hebben over het algemeen geen meerjarige zorgopleiding gevolgd en voeren taken uit als koken, gezelschap bieden of mantelzorgers ondersteunen.

  • Mantelzorgers

Dit zijn naasten van de oudere, meestal partners of kinderen. Zij voeren (soms zware) zorgtaken uit, bij de oudere thuis of in een zorginstelling. Mantelzorgers hebben doorgaans veel nuttige ervaringsdeskundigheid, maar geen zorgopleiding. Ze worden niet betaald. Wel kunnen zij steun krijgen via respijtzorg, mantelzorgmakelaars en het mantelzorgcompliment.

Overbelasting mantelzorgers

Mantelzorg kan zwaar zijn. Overbelasting ligt op de loer. Eén op de zes mantelzorgers ís overbelast. Om allerlei redenen: van de zwaarte van zorgtaken tot bezorgdheid om de zorgontvanger. Ook kan het lastig zijn om mantelzorg te combineren met andere verantwoordelijkheden, zoals een veeleisende baan of een druk gezinsleven.

Extra risico overbelasting bij migratieachtergrond

Voor Nederlanders met een migratieachtergrond is het risico op overbelasting extra groot. Zij blijken gemiddeld langer en intensiever mantelzorg te geven dan mensen zonder migratieachtergrond.

Professionele zorgverleners kunnen helpen om de overbelasting van mantelzorgers terug te dringen en te voorkomen. Tips en tools hiervoor vinden zijn onder meer op Zorg jij voor iemand met dementie.

Hier vindt ouderenzorg plaats

Ouderenzorg heeft een ‘intramurale’, ‘extramurale’ en ‘transmurale’ variant. Die termen geven aan waar de zorg plaatsvindt.

  • Intramurale ouderenzorg

Omvat verschillende soorten woonzorgvoorzieningen, elk passend bij een specifiek zorgzwaartepakket. Deze zorg en ondersteuning zijn uitsluitend bedoeld voor ouderen die niet zelfstandig thuis kunnen wonen. Eén van de woonzorgvoorzieningen is 24-uurs-zorg. Dat is evenwel in praktijk is die zorg moeilijk te krijgen. Ouderen moeten er slecht aan toe zijn om daarvoor in aanmerking te komen.

  • Extramurale ouderenzorg

Vindt plaats buiten zorginstellingen. Is erop gericht om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Denk bijvoorbeeld aan verpleeghuiszorg die mensen thuis ontvangen. Maar het kan ook gaan om dagbesteding in de buurt.

  • Transmurale ouderenzorg

Is een combinatie van extra- en intramurale ouderenzorg. Denk aan een oudere die uit het ziekenhuis komt, eerst thuis zorg krijgt, dan voor revalidatie naar een zorginstelling gaat en de nazorg weer thuis ontvangt. Cruciaal hierbij is een soepele afstemming en overgang tussen extra- en intramurale zorg.

Rijk zet in op extramurale ouderenzorg

De Rijksoverheid startte in 2022 het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg (WOZO). Dit programma bestaat uit verschillende maatregelen, initiatieven en projecten om ouderen ook in de toekomst goed georganiseerde, passende zorg te bieden. Het kabinet trekt hiervoor ruim €770 miljoen uit.

Een belangrijk doel van WOZO is om ouderen zoveel mogelijk in hun eigen huis zorg te bieden. Voor meer extramurale ouderenzorg is onder andere extra inzet van digitale technologie nodig. Ook komen er nieuwe – speciaal voor ouderen geschikte – woningen bij.

Organisaties als Pharos en de Raad van Ouderen juichen het toe dat de overheid investeert in goed georganiseerde, passende zorg. Wel vinden ze dat er daarbij veel meer aandacht nodig is voor de groeiende ongelijkheid tussen ouderen. Hun advies is om deze ongelijkheid actief en bewust te bestrijden.

3 stelselwetten voor ouderenzorg

Het zorgstelsel in Nederland wordt geregeld met vier stelselwetten: de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Voor ouderenzorg gelden de eerste drie wetten:

  • Zorgverzekeringswet (Zvw)

De Zvw is een wet die zorgt dat iedereen naar de dokter kan gaan, ook als je veel zorg nodig hebt, zoals ouderen. Als je thuis zorg nodig hebt, zoals hulp bij het wassen of aankleden, valt dat onder de Zvw.

Je kunt dan kiezen of je zelf je zorg regelt met een Persoonsgebonden Budget (PGB) of zorg in natura. Een wijkverpleegkundige (niveau 6 of hoger) kan kijken welke zorg je nodig hebt.

  • Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz richt zich op zorg voor mensen die chronische zorg nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Om voor deze zorg in aanmerking te komen, moet er dus sprake zijn van een langdurige zorgbehoefte.

Voor Wlz-zorg is een indicatie nodig van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Ouderen kunnen die indicatie zelf aanvragen. Hun vertegenwoordigers of zorgaanbieders mogen dat ook doen.

  • Wet maatschappelijke ondersteuning

De Wmo  helpt ouderen en mensen met een ziekte of beperking om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Dankzij die wet kun je hulp vragen bij je gemeente. Je krijgt dan hulp die bij jou past.

Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om dagbesteding, vervoer om bij die dagbesteding te komen, woningaanpassingen, huishoudelijke hulp, een boodschappendienst, maaltijdbezorging en respijtzorg om de mantelzorger te ontlasten. De Wmo regelt geen zorg of woningaanpassingen die vergoed worden vanuit de basiszorgverzekering.

7 vormen van ouderenzorg

Er zijn verschillende vormen van extra-, trans- en intramurale ouderenzorg. Die zijn soms lastig te ontwarren. Zo overkoepelt thuiszorg diverse andere vormen van ouderenzorg, maar niet volledig. Ook zijn er vormen die elkaar deels overlappen. Om je meer duidelijkheid te geven, lichten we zeven belangrijke vormen van ouderenzorg uit.

1. Huishoudelijke hulp

Eén van de bekendste vormen van thuiszorg. Doel is de woning van ouderen schoon, veilig en leefbaar te houden. Daarvoor richten zorgverleners (professionals, vrijwilligers, mantelzorgers) zich bijvoorbeeld op schoonmaken, koken en boodschappen doen. Of op kleren wassen, ophangen en strijken. Ook de verzorging van huisdieren kan onder ‘hulp in het huishouden’ vallen.

2. Begeleiding in het dagelijks leven

Begeleiding kan thuis gegeven worden, zoals hulp bij het douchen en aankleden. Of het maken van afspraken met andere hulpverleners. Maar begeleiding in het dagelijks leven kan zich ook buitenshuis afspelen, bijvoorbeeld om beweging en sociaal contact te stimuleren. Zo kunnen zorgverleners (professionals, vrijwilligers of mantelzorgers) meegaan op wandelingen of de oudere naar vrienden en familie brengen.

3. Wijkverpleging

Wijkverplegers zijn altijd verpleegkundigen of verzorgenden (niveau 3 of hoger). Hun takenpakket is zeer breed, maar zij houden zich voornamelijk bezig met verpleegkundige zorg bij ouderen thuis.

Wijkverplegers dienen hier bijvoorbeeld medicatie toe, verzorgen wonden, leggen infusen aan en helpen om te gaan met chronische ziekten of beperkingen. Daarnaast signaleren ze zorgbehoeftes bij ouderen en verwijzen ze hen waar nodig door naar andere hulpverleners.

4. Instellingszorg

Sommige zorginstellingen (de vroegere ‘verzorgingshuizen’) bieden vooral hulp bij sociale activiteiten en dagelijkse taken als wassen, aankleden en eten. Bewoners kunnen er redelijk zelfstandig functioneren.

Andere instellingen (de vroegere ‘verpleeghuizen’) bieden ook intensievere zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld voor aandoeningen als dementie of Parkinson. Bewoners hebben hier meer verpleegkundige zorg nodig en kunnen niet langer voor zichzelf zorgen.

5. Dementiezorg

In de periode die voorafgaat aan de diagnose van dementie zijn er dikwijls al symptomen die kunnen wijzen op mogelijke dementie: moeite met het vinden van de juiste woorden, namen vergeten of dingen kwijtraken. Vaak beseffen mensen dat er iets niet in orde is, maar weten ze niet wat dat kan veroorzaken. In deze ‘niet-pluisfase’ van deze zorg krijgen de ouderen en hun naasten voorlichting. In de diagnosefase stellen zorgprofessionals vast om welke vorm en gradatie van dementie het gaat.

Uiteindelijk krijgen de ouderen en hun mantelzorgers hulp om met dementie te leven, bijvoorbeeld van geheugenpoliklinieken. Goede dementiezorg is zorg voor elkaar; het vereist – naast bekwame professionals, vrijwilligers en mantelzorgers – inclusiviteit en goed beleid.

6. Palliatieve zorg

Oftewel: een zo comfortabel mogelijk ziek- en sterfbed bieden aan ouderen met een ongeneeslijke, levensbedreigende ziekte. Passende palliatieve zorg, die aansluit bij de achtergrond en cultuur van de zorgontvanger, kan bij iemand thuis plaatsvinden, maar bijvoorbeeld ook in een ziekenhuis of hospice.

Hospices zijn zorginstellingen die gespecialiseerd zijn in palliatieve zorg. Ze zijn bedoeld voor mensen die in hun laatste weken of maanden, om wat voor een reden dan ook, niet thuis of in het ziekenhuis kunnen/willen verblijven.

7. Dagbesteding

Bestaat uit sociale activiteiten en programma’s van bijvoorbeeld zorginstellingen, gemeenschapscentra of vrijwilligersorganisaties. Dagbesteding biedt ouderen interactie, structuur en stimulatie, wat goed is voor hun welzijn en zelfstandigheid.

Iedereen is anders, daarom verdienen mensen de zorg die het beste bij hen past. Er zijn verschillende soorten dagbesteding, zodat iedereen zoveel mogelijk persoonsgerichte zorg krijgt. Cultuursensitieve dagbesteding betekent bijvoorbeeld dat zorgverleners rekening houden met cultureel bepaalde wensen en voorkeuren, zoals de regionale verschillen tussen het platteland en de grote steden. Ook zijn zij zich bewust van hun eigen vooroordelen (als ze die hebben).

Cultuurspecifieke dagbesteding is gericht op een specifieke culturele groep, met bijvoorbeeld gerechten, muziek en activiteiten uit die cultuur.

Zorg voorkomen, bijvoorbeeld via valpreventie

Wat is nóg beter dan goede zorg leveren aan ouderen? Voorkomen dat zij (extra) zorg nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld met preventieve screenings, het bestrijden van eenzaamheid en (inclusieve) valpreventie. Of door ouderen aan te sporen tot sociale activiteiten of handelingsperspectieven te bieden daarvoor. Ook goede voorlichting voor specifieke doelgroepen over gezondheid en leefstijl kan helpen.

Deze en andere vormen van preventie liggen vaak in handen van zorgprofessionals, zoals huisartsen, fysiotherapeuten, wijkverplegers en welzijnswerkers. Zij bieden de preventie in wijk- en gezondheidscentra, maar ook bij ouderen thuis.

Financiering van preventie: Gezond en actief Leven Akkoord en SPUK-regeling

De overheid heeft vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) de SPUK-regeling in het leven geroepen. Doel hiervan is preventie in gemeenten te stimuleren. Een van de speerpunten hierbij is preventie van gezondheidsproblemen bij ouderen in kwetsbare omstandigheden. Voor valpreventie is er vanuit GALA bijvoorbeeld zo’n vijftig miljoen euro per jaar beschikbaar.

Financiering van preventie: Integraal Zorgakkoord

De SPUK-regeling sluit aan bij de financiering uit het Integraal Zorgakkoord (IZA). In dat laatste akkoord zijn eveneens afspraken gemaakt over preventie. En ook dit akkoord vraagt extra aandacht voor het terugdringen van vermijdbare gezondheidsverschillen bij kwetsbare groepen, zoals ouderen.

Investeren in ouderenzorg is hard nodig

Waarom is het belangrijk om verbeterpunten te zoeken voor ouderenzorg? En om daarin vervolgens met tijd, aandacht en geld in te investeren? We zetten een aantal punten op een rij:

  • Minder gezondheidsverschillen

Iedereen heeft evenveel recht op toegang tot goede en betaalbare zorg. Toch blijkt uit onderzoek dat ouderenzorg niet voor elke 55-plusser even goed, betaalbaar en beschikbaar is. Dit creëert gezondheidsverschillen tussen ouderen – bijvoorbeeld tussen mensen met verschillende sociaaleconomische achtergronden of tussen mensen met en zonder migratieachtergrond.

  • Antwoord op vergrijzing

Het aantal ouderen in Nederland neemt toe. Met die vergrijzing groeit ook het aantal ouderen dat goede zorg nodig heeft. Tegenover die groeiende vraag naar ouderzorg staat een tekort aan zorgmedewerkers. Dat vraagt om een verbetering van de ouderenzorg.

  • Minder kwetsbaarheid

Goede ouderenzorg kan ouderen helpen zo lang en zo zelfstandig mogelijk te genieten van een optimale kwaliteit van leven. Zonder goede ouderenzorg lopen ze het risico minder autonoom, minder actief en minder in verbinding met de rest van de samenleving te zijn. Dat maakt ze kwetsbaarder.

  • Financiële voordelen

Investeringen in ouderenzorg moeten zich onder meer richten op preventie. Preventie kost vaak minder dan de zorg die ze voorkomt en kan zo bijdragen aan het terugdringen van de stijgende zorgkosten. Ook kan preventie (financiële) baten buiten de zorg hebben.

  • Behoud van zorgverleners

De zorgsector kampt al jaren met personeelstekorten, en de vraag naar voldoende opgeleid personeel neemt toe. Dat legt grote druk op zorgverleners, van professionals tot mantelzorgers. Goede ouderenzorg zet de juiste zorgverleners op de juiste plek en verlicht werkdruk waar nodig – onder meer met toegankelijke digitale

Knelpunten in de ouderenzorg

Het blijkt niet eenvoudig om de huidige kwaliteit van ouderenzorg op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren. Hieronder zie je enkele uitdagingen die de ouderenzorg het hoofd moet bieden.

Zo valt ouderenzorg te verbeteren

Er is niet één oplossing voor alle knelpunten in ouderenzorg. Hieronder vind je een aantal mogelijke manieren om de zorg op een hoger niveau te krijgen. Investeer onder andere in:

  • Integraal werken

Zorg ervoor dat verschillende ouderenzorgaanbieders en -disciplines nauw samenwerken. Met begrip van elkaars vocabulaire, cultuur en uitdagingen. Met korte communicatielijnen. En met een gedeelde focus op de zorg die individuele ouderen willen en nodig hebben.

Deze ouderen dienen daarbij zoveel mogelijk de regie te hebben over hun eigen zorgtraject. En de overheid moet de (financiële) prikkels verwijderen die integraal werken belemmeren.

  • De invloed van ouderen

Betrek ouderen niet alleen bij hun eigen zorgtraject, maar ook bij het ontwikkelen van ouderenzorgbeleid, zorginterventies, onderzoek en voorlichting. Zo zullen deze beter aansluiten op hun behoeften.

Verklein gezondheidsverschillen door te zorgen dat álle groepen ouderen input kunnen geven. Zeker ook mensen zonder hbo- of universitaire opleiding, met een lage sociaaleconomische status en met een migrantenachtergrond: de groepen die doorgaans niet gehoord worden door beleidsmakers.

  • Cultuursensitieve zorg

Heb oog voor de cultuur van ouderen: sommige omgangsvormen, zorgvragen en obstakels zijn bijvoorbeeld heel cultuurspecifiek. Er kan een cultuursensitieve aanpak nodig zijn om de meeste impact te hebben.

Dit soort ‘cultuursensitiviteit’ vereist scholing en moet niet doorslaan in overculturalisering: de cultuur van ouderen is niet altíjd relevant voor de zorg die zij moeten krijgen.

  • Mantelzorgers en vrijwilligers

Betrek deze groepen zorgverleners meer bij de inrichting van ouderenzorg. En maak bestaande ondersteuning vindbaar. Denk daarbij aan zorgtrainingen, vergoedingen en (speciaal voor mantelzorgers) respijtzorg, mantelzorgmakelaars of het mantelzorgcompliment.

Erken hun expertise en ervaring – en zorg dat ze meer ondersteuning krijgen. Stimuleer ook samenwerking tussen mantelzorgers en professionals. In zorgopleidingen moet meer aandacht komen voor die samenwerking.

  • Betaald personeel

Maak de ouderenzorg aantrekkelijker om in te werken. Zowel voor nieuwe zorgprofessionals als voor bestaand personeel. Bied professionals bijvoorbeeld betere salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Leer ze ook om ouderen en mantelzorgers te coachen tot meer zelfredzaamheid. Dit voorkomt overmatige werkdruk – net als de slimme inzet van e-health.

  • Preventie

Stimuleer bijvoorbeeld een gezonde leefstijl. hoe belangrijk het is dat de leefomstandigheden en -omgeving gezond zijn. En bestrijd eenzaamheid. Zet stevig in op valpreventie. Zo beperk je het risico op meer fysieke, mentale en sociale problemen.

Voor de bestrijding van eenzaamheid zijn er al diverse programma’s om te versterken en gebruiken, zoals ‘Eén tegen eenzaamheid’.

  • Instellingszorg

Zorg dat bewoners meer tijd en aandacht krijgen. Onder andere door het aantal regels en administratieve verplichtingen voor zorgverleners in te dammen. Zet bij hen ook in op professionalisering en . En stimuleer innovatie, zoals nieuwe zorgconcepten en slimme technologie.

  • Zelfredzaamheid

Scherp het zorg- en welzijnssysteem aan. Met als doel dat ook ouderen met een lage sociaaleconomische status en/of met een migratieachtergrond zo zelfstandig en zelfredzaam mogelijk kunnen blijven.

Zorg er bijvoorbeeld voor dat ook zij volop toegang krijgen tot thuiszorg en passende woningen. Deze groep ouderen heeft nu nog vaak geen passende ondersteuning op het gebied van wonen en zorg.

Wat kan Pharos voor jou doen?

Ben je op zoek naar kennis en advies? We helpen je graag. Er zijn verschillende manieren om met ons in contact te komen. Neem bijvoorbeeld contact op met een van onze experts. Of stuur een mail naar info@pharos.nl.

In 2023 en 2024 organiseert Pharos diverse (online) bijeenkomsten voor gemeenten om kennis te delen. Houd onze agenda in de gaten voor de data en locaties.